Opinie

Hallo feministen, mogen wij mannen ook nog meepraten?

Pleidooi voor manvriendelijk feminisme

Wordt het niet eens tijd voor een manvriendelijk feminisme, vraagt Colin van Heezik zich af. Want feministen hebben mannen écht nodig om wat te bereiken.

Beeld Pieter Van Eenoge

Ik ben een man. En ik ben een feminist, al is mijn naam niet Asha ten Broeke, Sunny Bergman of Simone van Saarloos. Mijn streven is dat méér mannen zich feminist gaan noemen. Dat feminist hetzelfde wordt als 'democraat' - iets wat eigenlijk iedereen is.

Dat betekent nog niet dat ik het met alle feministen altijd eens ben. Zo lig ik regelmatig overhoop met mijn goede vriendin Esma Linnemann, coördinator van dit katern, over feminisme. Ze is het met bijna niks in dit stuk eens, behalve misschien mijn verbazing over het nieuwste feministische doelwit: manspreading.

De Spaanse feministische beweging Mujeres en Lucha is momenteel bezig (na soortgelijke campagnes in New York en Tokio) met een campagne tegen manspreading: dat mannen wijdbeens in de metro zitten en zo te veel plek innemen. Toen ik het las, dacht ik aanvankelijk dat het een soort De Speld-achtig bericht was, kortom satire, een parodie op feminisme - maar nee. Ik schudde mijn witte mannenhoofd. Is dit waar feminisme in 2017 zijn pijlen op richt? Ik vermoed dat Simone de Beauvoir ervan in de lach zou schieten. En denk eerlijk gezegd dat zulk feminisme meer kwaad dan goed doet: als dít feminisme is, zullen de meeste mensen zich geen feminist willen noemen.

Papadag

Tegelijk zie je ook dat bepaalde liberale feministen bruggen willen bouwen. 'Feminisme, richt je pijlen op de man', schreef Heleen Debruyne begin dit jaar in De Morgen. Ze wil graag mannen in het feminisme betrekken, net zoals Emma Watson dat probeert met de VN-campagne He for She.

Zo zijn er aan feministische zijde twee parallelle bewegingen: enerzijds wordt gepoogd de mannen mee te krijgen, anderzijds komt feminisme lang niet altijd manvriendelijk voor de dag.

Hoe bereik je nu een feministisch discours dat niet te veel mannen afschrikt? Misschien zou het al helpen als er eens 'hoera!' geroepen werd, in plaats van 'schande!'. Vermijd de indruk dat feminisme altijd wel wat te zeuren zal hebben. Bijvoorbeeld: is net de papadag uitgevonden, wordt er geroepen dat de naam niet goed is. Want je zegt toch ook niet mamadag? Zo lijkt bij elke vooruitgang het feministische vergrootglas meteen weer op iets nieuws gericht te worden.

Een vriend van mij stond laatst zijn pasgeboren baby de fles te geven. Zijn vriendin kwam binnen en zei: verdorie, het had tien minuten geleden al gemoeten! Op dezelfde manier wordt aan feministische zijde zelden gejuicht dat mannen zo goed hun best doen om mee te veranderen, maar vooral eenzijdig geklaagd dat het nog lang niet goed genoeg is.

Ik voel me als man niet bedreigd door feminisme. Volgens mij kan het er voor iedereen alleen maar leuker op worden - op de werkvloer, op de universiteit, in je familie. Je wilt toch niet dat de vrouwen om je heen zich gedwarsboomd of achtergesteld voelen, of last hebben van sekstische praatjes van mannen? Daar komt bij dat feminisme als het goed is twee kanten op werkt: vrouwen worden bevrijd uit hun stereotypen en rollenpatronen, maar mannen tegelijkertijd ook. Dus vrouwen hoeven niet meer onderdanig en schaapachtig te doen, maar mannen hoeven ook niet meer altijd krampachtig in de machorol te zitten.

Tegelijkertijd merk ik vaak dat een open dialoog over zin en onzin van bepaalde feministische hangijzers onmogelijk is. Wie ben jij als man om hier wat over te zeggen? Lees jij eerst maar eens een boek van Rebecca Solnit, Camille Paglia of Germaine Greer voordat je ons gaat lopen mansplainen over feminisme!

Feministische bijbel

Ik bewonderde vrouwelijke journalisten onder meer van de Volkskrant, toen zij de GeenStijl-reaguurders en -billenkijkers te lijf gingen. Maar ik kan er ook moedeloos van worden als zij direct hun feministische mantra's gaan opdreunen zodra ik het eens met ze oneens ben. Snappen jullie niet, denk ik dan, dat jullie mannen écht nodig hebben om wat te bereiken? En dat je dus ook naar ons moet luisteren? Met ook naar ons luisteren bedoel ik uiteraard iets anders dan het bekende tais-toi et sois belle dat vrouwen lange tijd te horen kregen van sigaren rokende Churchills en Martini drinkende Don Drapers.

Ik ben serieus geïnteresseerd in feminisme, maar vind dat je over bepaalde onderwerpen, zoals quota voor vrouwen aan de top, van mening mag verschillen. Maar gek genoeg dulden veel feministen geen tegenspraak. Een man die zich in het debat mengt zonder de feministische bijbel op te pakken en dezelfde psalmen mee te neuriën, wordt dadelijk de kerk uitgesmeten. Daar heb je weer zo'n man die terugwil naar de oertijd! Eentje die bang is zijn privileges te verliezen!

Toen ik vorig jaar een stuk schreef over seksisme, werd ik onmiddellijk afgefakkeld door het bekende Hollandse gilde van Twitterfeministes. 'De man wil ook nog een koekje', schreef Asha ten Broeke. Eenzelfde lot viel Edward Engelen ten deel met zijn essay De mythe van de gemaakte vrouw. Zoals hij zelf zegt, reageerden sommige vrouwen 'als door een adder gebeten'. Hoe durf je als man iets te zeggen over glazen plafonds en vrouwen die in deeltijd werken! Een mooi voorbeeld is ook de column op HP/De Tijd van Meredith Greer die elk weerwoord van mannen tegen feminisme afdoet als 'gejank'.

Nogal makkelijk om steeds die kaart te spelen: elke vent die het met je oneens is, noem je gewoon een 'bange' of een 'boze' witte man. Hoef je geen gesprek aan te gaan en kun je Judith Butler weer uit de kast pakken.

Onlangs merkte ik dat enige humor en relativering misschien wel de mosterd en de ketchup zijn waarmee feminisme voor mannen smakelijker wordt. Met veel plezier zag ik afgelopen seizoen de theaterproductie Holy F, waarin de makers met veel lichtvoetigheid en bizarre kostuums een paar eeuwen feminisme doornamen. Een prikkelende voorstelling, waarin je je eigen positie kon bepalen ten opzichte van de verschillende feminisme(n) die voorbijkwamen. 'We moeten 'het' weglaten bij feminisme', zei Simone van Saarloos in een nagesprek in Haarlem, 'want er is niet één feminisme.'

Tuinbroekfeminisme

Een prettige constatering, en dat betekent dus dat ik ook als man mag bepalen wat voor feminist ik ben. Mijn feminisme is liberaal, sex positive en manvriendelijk. Daar ligt een verantwoordelijkheid voor mannen, die moeten beseffen dat ze gewoon feminist zijn als ze voorstander zijn van gelijkheid van man en vrouw en tegenstander van seksueel geweld en seksisme (al mag je dan van mening verschillen over wat seksistisch is en wat niet). Maar het lijkt me ook handig als vrouwelijke feministen een discours hanteren dat verbindt en niet verdeelt.

Toch zie ik de laatste jaren in Nederland een soort feminisme de kop opsteken dat doet denken aan het manonvriendelijke tuinbroekfeminisme uit de jaren zeventig. De concepten van enkele felle Amerikaanse feministes zijn de laatste jaren overgewaaid, zoals 'mansplaining': een man die iets uitlegt aan een vrouw omdat hij het als man beter meent te weten, ook al weet zij er juist meer van dan hij. Nu zal dat zeker vaak gebeuren, maar de term is opeens zo in zwang onder hoogopgeleide vrouwen dat ze allergisch 'mansplaining!' beginnen te roepen zodra een man iets interessants probeert te zeggen. Zulk pavlovfeminisme zet mannen en vrouwen onnodig tegen elkaar op.

Beeld Pieter van Eenoge

En neem de term 'rape culture' waarmee bedoeld wordt dat elke afbeelding van een blote vrouw en elke uitspraak in de trant van 'wat een lekkere tieten', bijdraagt aan een verkrachtingscultuur - dus een cultuur waarin seksueel geweld wordt gestimuleerd door alles wat mannen doen en zeggen. Alles, hoe onschuldig het ook lijkt, wordt in de sfeer getrokken van objectifying, het tot lustobject reduceren van een vrouw.

Nu denk ik dat seksueel verlangen van heteromannen heel natuurlijk is, niet per se reducerend en niet per se gevaarlijk. Maar bovendien lijkt me dat je met zo'n zerotolerance-feminisme de meeste mannen en waarschijnlijk zelfs de meeste vrouwen niet mee krijgt. Femke Halsema schreef op De Correspondent twee jaar geleden over een wetenschapper die voor seksist was versleten toen hij een prijs in ontvangst nam, gekleed in een hawaïshirt met blote vrouwen erop. 'Een hawaïshirt met naakte vrouwen komt op mijn feministische prioriteitenlijst niet voor', schreef Halsema. 'Eerlijk gezegd schaam ik me plaatsvervangend als onder de vlag van feminisme een goeiige nerd met een ietwat eigenzinnige kledingsmaak voor seksist wordt uitgemaakt.' Hoera.

Als het dominante feministische discours toleranter en liberaler zou zijn, zouden volgens mij veel meer mensen zich feminist noemen. En daarbij zouden de échte urgenties zoals de strijd tegen seksueel geweld en de strijd voor gender equality wereldwijd (en dan bedoel ik niet wijdbeens in de metro zitten maar, bijvoorbeeld, mogen studeren of niet) gebaat zijn. In elk geval bepleit ik een dialectische opvatting van feminisme, dus als een debat met andersdenkenden. Feminisme is zijn eigen grootste vijand wanneer een klein clubje evangelisten telkens hetzelfde 'onleesbare en in zichzelf gekeerde proza' opdreunt waar ook Rosanne Hertzberger zich na een korte flirt alweer snel van afwendde. 'Ik heb wel weer even genoeg van het moderne feminisme gezien', schreef ze, nadat haar actie tegen DumpertReeten haar een frisse duik in de tomeloze diepten van het intersectioneel feminisme had opgeleverd. Snakkend naar adem kwam ze weer bovendrijven.

Zo zijn er meer vrouwelijke intellectuelen die zich niet thuisvoelen bij het radicale feminisme. De Franse liberale feministe Elisabeth Badinter, bijvoorbeeld. In haar essay Fausse route uit 2003 hekelt de filosofe de 'slachtofferrol' waarin veel Franse feministes zich wentelen, de misandrie (mannenhaat) die ze bedrijven. Ze waarschuwt dat we een 'guerre des sexes' moeten vermijden.

Colin van Heezik

Dialoog

Hoe doen we dat? Een paar jaar geleden leende Esma mij de Nederlandse vertaling van Les hommes et les femmes (1993) van Françoise Giroud en Bernard-Henri Lévy. Een heerlijk boek, omdat hier een man (filosoof) en een vrouw (feminist) zich met open vizier verplaatsen in het andere geslacht.

Zo harmonieus verlopen gesprekken tussen haar en mij helaas niet. Maar ik geloof dat ik haar tenminste van één ding heb overtuigd: het is belangrijk dat mannen zich in de discussie mengen, ook als ze in de ogen van bepaalde feministen qua ideeën op het niveau staan van Fred Flintstone.

Zo'n dialoog is belangrijk voor wederzijds begrip en daarmee voor succesvol feminisme: liberaal, manvriendelijk feminisme, als een gesprek waarbij mannen en vrouwen zich in elkaar verplaatsen.

Zulk feminisme verdiept zich in mannen, heeft oog voor de consequenties van vrouwenemancipatie op mannen. En kan een beetje relativeren.

Laten we niet zeuren over een hawaï-shirt met blote vrouwen. En geen foto's posten van wijdbeens zittende mannen in de metro - want dan gaan mannen terugslaan met #shebagging: foto's van vrouwen die hun tas naast zich neerzetten.

Colin van Heezik (1979) is kunstjournalist en schrijft een boek over zijn leven als romanticus in tijden van Tinder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.