OpinieKwaliteit van de leerkracht

Halfabeten en laaggecijferden zijn het gevolg van inferieur onderwijs

Hoe komt het dat zo veel Nederlandse leerlingen slecht leren lezen en rekenen? Het lerarentekort is schrijnend, maar erger is nog dat de leraar er niet toe doet in ons onderwijs, betoogt Sezgin Cihangir, directeur van het Nederlands Mathematisch Instituut.

Beeld Richard Brocken / HH

In ons onderwijs speelt zich een catastrofe af. Helaas wordt er weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Voor mensen die in het onderwijs werken, zoals ik, is die stilte een bron van frustratie. Elk jaar dat wij hierover blijven zwijgen, sturen wij tienduizenden jonge mensen de samenleving in zonder de elementaire vaardigheden om in die samenleving te kunnen functioneren. Maar liefst 25 procent van de scholieren die hun opleiding afsluiten zijn ‘laaggeletterd’. 

De post die zij ontvangen, als huurder, als inwoner van een gemeente, als belastingplichtige, als verkeersovertreder, als zorgverzekerde, kunnen zij niet lezen! 50 procent van hen beschouwt lezen als ‘tijdverspilling’. Het simpele besef dat lezen de beste manier is om ooit nog kennis te verwerven, is hun niet bijgebracht. Zij zijn ‘halfabeet’.

Voor rekenen geldt hetzelfde. Eenvoudige berekeningen zoals het optellen van boodschappen, het berekenen van een korting of een loonsverhoging en het omzetten van jaarbedrag in een maand- of weekbedrag, kunnen zij niet maken! De meest voordelige hypotheek uitkiezen, als ze er überhaupt voor een in aanmerking komen, lukt al helemaal niet; ze zijn immers laaggecijferd! Zij hebben niet gespijbeld, zij zijn niet voortijdig afgehaakt, zij hebben keurig hun school afgemaakt, zoals de leerplicht vereist, maar zij hebben inferieur onderwijs gekregen.

Op internationale ranglijsten van onderwijskwaliteit (bijvoorbeeld PISA) is Nederland de afgelopen 15 jaar veertien plaatsen gedaald. De OESO windt er geen doekjes om: ‘De Nederlandse trend is overduidelijk negatief.’ De Onderwijsinspectie, die elk jaar bericht over De staat van het onderwijs, verhult deze wanprestatie liever met sussende, eufemistische formuleringen, en zo dringt deze stille ramp nauwelijks door tot het publieke bewustzijn.

Ook voor de politiek is dit hangijzer kennelijk te heet. Het zou immers nogal wat betekenen om dit probleem hardop te erkennen. Hoe los je het op? Den Haag mijmert liever over interessante onderwijskundige vernieuwingen, ook al stelde de commissie-Dijsselbloem in 2007 vast dat we daar eens mee op moeten houden, omdat ze vaak meer kwaad dan goed doen. Maar nee, er wordt weer onder aanvoering van opvoedkundige pedagogen een ambitieuze, futuristische, vernieuwende herziening van het leerplan opgetuigd: ‘curriculum.nu’. Fijn gelegitimeerd pedagogisch experimenteren met kinderen. Welk esoterisch theorietje zullen we nu weer eens uitproberen op onze jeugd?

Groeiend tekort leraren

Intussen kampt het onderwijs met een groeiend tekort aan leraren. Minister van Onderwijs Arie Slob heeft oud-voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten Merel van Vroonhoven gevraagd te onderzoeken hoe dat kan worden opgelost. Vorige week publiceerde zij haar bevindingen en aanbevelingen. Zij zoekt het vooral in aansturing en organisatie, een betere samenwerking tussen scholen en lerarenopleidingen en het wegnemen van de vele obstakels waar de zogeheten ‘zij-instromers’ op stuiten. 

Dit zijn ongetwijfeld allemaal nuttige aanbevelingen, maar waar Van Vroonhoven niet naar heeft gekeken is de effectiviteit van de leerkrachten die er al zijn. Het grote probleem van ons onderwijs zit hem niet in het aantal leerkrachten, maar in hun kwaliteit en het behalen van leerrendement. Misschien is er een gebrek aan leerkrachten, maar er is in elk geval een gebrek aan leerkracht.

Nergens in haar rapport gaat het over het verhogen van het rendement van het onderwijs in de meest basale vaardigheden als foutloos rekenen, schrijven, spellen en begrijpend lezen, terwijl de pijnpunten juist op dat vlak zitten. Het woord kwaliteit van onderwijs komt amper voor in het hele rapport en dan zonder nadere toelichting wat dat woord moet inhouden, laat staan hoe het gerealiseerd moet worden. 

Er wordt steun gevraagd voor de vierdaagse schoolplannen van de grote steden. Op zich een nobel idee, de vraag is echter hoe we onze kinderen de elementaire basisvaardigheden moeten aanleren, daar is namelijk geen plannetje voor. Als het met een vijfdaagse schoolweek al niet lukt om onze kinderen het onderwijs te bieden waar ze recht op hebben, hoe gaan scholen dit dan in minder tijd met minder bevoegd personeel realiseren? Zelfs meer leerkrachten van hetzelfde niveau zou geen soelaas bieden, laat staan de inzet van minder gekwalificeerde. Dat laatste kan maar tot één ding leiden: een nog verdere verslechtering van de resultaten, een nog hoger percentages laaggeletterden en laaggecijferden, een nog lagere PISA-ranking.

Rol van de leraar is essentieel

Als er al een leraar voor de klas staat, is het ook nog de vraag welke rol die leraar speelt in het leerproces. Op veel scholen ligt de focus te veel op het pedagogisch verantwoorde ‘ontdekkend leren’. Hierbij moet het kind zelf de wereld actief gaan onderzoeken. De rol van de leraar is slechts die van begeleider, van gids, van pedagoog, van een opvoeder. Een dergelijke kijk op onderwijs ondermijnt de essentie van het leermeesterschap. 

Dat is veel ernstiger dan het lerarentekort: een leraar die voor de klas staat en nauwelijks een rol van betekenis speelt in het leerproces behalve als een goede opvoedkundige. Niet de overdracht van elementaire, harde kennis, vaardigheden en normen en waarden staat centraal, maar wensen en interesses van het kind. Het lerarentekort is niet schrijnend omdat er te weinig leraren zijn, het lerarentekort is schrijnend omdat de leraar er zo weinig toe doet.

In het huidige debat gaat het om aantallen en rekensommen. Hoeveel tekorten er zijn, wat de voorspellingen voor de toekomst zijn en hoe die cijfers kunnen worden verbeterd, zodat de minister iets heeft om te laten zien. Je kunt best in een paar jaar tijd meer mensen voor de klas krijgen, maar als het geen leerkrachten zijn, heb je er niets aan. Dat is het ware tekort: het aantal docenten dat daadwerkelijk als leermeester voor de klas staat.

Wie het ‘lerarentekort’ wil oplossen en tegelijk de zorgwekkende degradatie van ons onderwijs een halt wil toeroepen, moet afstappen van dat gezellige, inefficiënte, pedagogische ‘zelf-ontdekkend leren’ waarbij ‘het kind centraal staat’ en kiezen voor lesmethoden waarbij op doelmatige wijze kennis wordt overgedragen door een leraar die er echt toe doet. Voor een aanpak die garandeert dat elke leerling in het primair en voortgezet onderwijs de meest basale reken- en taalvaardigheden krijgt bijgebracht en die Nederland weer eens een plaatsje laat stijgen op de PISA-lijst. 

Dáár is behoefte aan, niet aan cosmetisch kunst- en vliegwerk om het aantal lichamen-met-een-polsslag-voor-de-klas te verhogen. Geef leerkrachten de ruimte om efficiënter te werken, meer kennis over te dragen in de beperkte tijd die beschikbaar is. Alleen dan maken we kans op effectief onderwijs met een vierdaagse schoolweek. Er is in Nederland geen lerarentekort, er is een leertekort.

Sezgin Cihangir, directeur Nederlands Mathematisch Instituut.

De complete ommezwaai in het onderwijs van D66: ‘Bied elk kind een rijke schooldag’
Het bericht dat een kwart van de 15-jarigen in Nederland ‘functioneel analfabeet’ is, maakte D66 zo aan het schrikken dat de partij een heel nieuwe school heeft bedacht: met gratis kinderopvang, warme lunch, ‘rijke schooldagen’ met nazit, en een ‘brede brugklas’ tot 14 jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden