column FC Emmen

Hadden we Onze Lieve Heer in Emmen soms ergens per ongeluk een plezier mee gedaan?

Normaal gesproken komt FC Emmen terug van een achterstand – daar zijn we ook goed in geworden, door afgedwongen oefening; de achterstand is de normaaltoestand. Maar konden we ook terugkomen, vroeg ik me zondag angstig af, nadat we in de tweede helft tegen ADO Den Haag ineens alles uit handen hadden gegeven, de voorsprong, de vrijwel zekere winst, het initiatief, het geloof en de bal?

Het antwoord was ja. In de 88ste minuut, onze meest doelpuntrijke dit seizoen, schoot Anco Jansen de bal vanaf ik weet niet hoe ver – te ver, riepen ze vanaf de reservebank – ongelooflijk hard in de kruising (3-2). Na afloop begreep Frank Snoeks (NOS) nog altijd niet hoe de bal erin was gevlogen – ‘Had je ook een plan met die bal?’

‘Ja,’ zei Jansen, ‘op goal rossen?!?’

We hebben gezien wat er gebeurt en soms slaat het nergens op: zeven punten uit de eerste vier wedstrijden sinds de winterstop, tegen PSV, VVV, AZ en ADO. Waarom kan Emmen zulke dingen? Is er iets bijzonders gaande?

In de perskamer sloegen de voorzitter en ik elkaar tegen de schouder. Hij droeg een nieuwe jas, leek het, halflang, visgraat, zwart-wit, het kraagje op, het was guur. Een verslaggever zag me kijken. ‘P.C. Hooft,’ zei hij. ‘P.C. Hooft?’ zei ik. Hij knikte. ‘P.C. Hooft.’ De voorzitter: ‘Weet je wat jij in je column moet zetten? Weet je wat jij moet schrijven?’

‘Nee,’ zei een fotograaf, die voor ons zat, ‘weet je wat hij in zijn column moet schrijven?’ Ik kende hem. In het begin van het seizoen stelde hij voor om samen, met iedereen die bij de club betrokken was, na te gaan denken over genderneutrale toiletten. Zijn voorstel was erg doodgevallen. Hij had net zo goed kunnen voorstellen om de mandjes droge worst in het stadion te vervangen door vegetarische snacks.

‘Nee,’ zei hij, ‘Peter moet een mooie, poëtische column schrijven over het afstandsschot van Jansen.’ Met zijn arm beeldde hij de baan uit die de bal had gevolgd: eerst lang en strak omhoog, en daarna, vanaf zijn pols ongeveer, keihard naar beneden.

‘Je moet zelf weten wat je in je column zet,’ zei de voorzitter, ‘maar weet je wat ik mooi vond? Sven Braken die na zijn eerste doelpunt voor Emmen helemaal naar de bank rent om zijn goal met Jafar Arias te vieren.’

Braken was een aanwinst, een doelpuntenmaker van NEC. Hij had ook naar andere clubs gekund, maar de manier waarop bij Emmen de doelpunten werden gevierd, gezamenlijk, de hele reservebank en de staf er soms ook bij, had de doorslag gegeven. Arias, die aan Braken zijn basisplaats verloor, was hem tegemoet gerend.

‘Dat zie je nooit in de voetballerij!’ zei de voorzitter. ‘Dat heb ik nog nooit gezien!’ Ongekend, echt – ik kreeg gewoon kippevel.’ Hij liet ons zijn onderarm zien, maar ja, daar zat de mouw van de nieuwe jas omheen.

Was er iets bijzonders gaande? De manier van doelpunten vieren, het poëtische afstandsschot, de columnonderwerpen die je van alle kanten toegeworpen kreeg, waren verschillende uitingen van hetzelfde, bijzondere iets, dat was zonneklaar, gevoelsmatig. Maar wat was het? Hadden we Onze Lieve Heer in Emmen soms ergens per ongeluk een plezier mee gedaan?

Peter Middendorp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.