Column

''Had u gehad willen hebben?' Is dat de toekomende-voltooid-verleden-tijd?'

Meest gestelde vraag aan romancier Erik Jan Harmens: 'En wat doe jij dan zoal de hele dag?' 'Het gebeurt trouwens ook vaak,' zegt hij dan, 'dat mijn buurman aan de andere kant in de muur of in het plafond gaat boren.'

'En wat doe jij zoal de hele dag? Beeld Thinkstock
'En wat doe jij zoal de hele dag?Beeld Thinkstock

Voor wie denkt dat ik de hele dag columns schrijf, ik ben eigenlijk romancier. Ik ben ook goed in het bedenken van synoniemen; zo had ik in de voorgaande zin bijvoorbeeld het werkwoord 'schrijf' al gebruikt, dus wilde ik niet ook nog 'romanschrijver' schrijven. Want dan schrijf je twee keer 'schrijf' in één zin en dat is lelijk. Vandaar: 'romancier'.

Soms vraagt iemand me over mijn werk. Dan sta ik op een verjaardag en ben ik de enige die niet drinkt, dus na vijf Fanta's ben ik er wel zo'n beetje klaar mee, tot iemand op me af wankelt en zegt: 'Jij bent toch die schrijver?' Ik weet dan weinig anders te doen dan het te beamen.

'En wat doe jij dan zoal de hele dag?' is de doorvraag. Ik begin mijn antwoord met: 'Nou ja, ik sta 's ochtends op...' alsof er mensen zijn die gewoon in bed blijven liggen als ze gaan werken.

'Vervolgens ga ik de krant lezen,' ga ik verder, 'de meeste Nederlande kranten, maar ook de website van Financial Times, want dan voel ik me altijd zo vermogend. Daarna beantwoord ik mailtjes van lezers en opdrachtgevers en vervolgens sluit ik mijn mail af, zodat ik niet langer word afgeleid. En dan kijk ik eerst nog veel te lang op Facebook, tot ik zelfs weet wat de hond van de buren allemaal leuk vindt. En dan roep ik mezelf tot de orde, lees ik de bladzijdes nog eens door die ik gisteren heb getikt en doe ik daar nog een soort redactieslag op en uiteindelijk ga ik dan schrijven. Dát doe ik de hele dag.'

'Tenzij er wordt aangebeld', vul ik aan, 'omdat er weer eens een pakketje is voor de buurvrouw, die het kledingstuk in de doos dan één keer draagt en vervolgens netjes opgevouwen terugstuurt omdat het zogenaamd niet past. Dat pakket staat dan bij mij in de gang en dan moet ik een paar uur later nog een keer opendoen, om tegen een paar reebruine hebbe-hebbe-hebbe-oogjes de geruststellende woorden te kunnen spreken: klopt, er is inderdaad een pakket voor je bezorgd. Soms plaag ik haar door te zeggen: nee, sorry, niets bezorgd, en als ze dan afdruipt roep ik: grapje! en overhandig ik haar alsnog haar bestelling.'

'Het gebeurt trouwens ook vaak', ga ik verder, 'dat mijn buurman aan de andere kant in de muur of in het plafond gaat boren. Hij is namelijk pas ontslagen, afgevloeid noemt hij het, en hij heeft geen vrienden, zelfs geen kennissen, maar hij houdt wel van klussen. Maar ik kan niet schrijven bij dat geluid, dus dan ga ik met de laptop naar een café in Amsterdam-Noord om daar verder te schrijven, alwaar zich dan de volgende dialoog ontspint.

Ik: één espresso alstublieft.
Serveerster: een dubbele espresso?
Ik: sorry?
Zij: wilt u een dubbele espresso?
Ik: nee, één espresso.
Zij: had u daar nog iets bij gehad willen hebben?
Ik: wat is dat nou weer voor een werkwoordsvorm. Had u gehad willen hebben. Is dat de toekomende-voltooid-verleden-tijd?
Zij: één espresso, meneer, ik kom het zo brengen!

En dan komt de espresso en die drink ik dan op en dan ga ik eindelijk tikken en dan lukt het ook best even goed en dan mail ik de hele meuk naar mijn redacteur en dan zegt die er wat over en dan hebben we er weer een productieve werkdag op zitten!'

'En dan heb je op een gegeven moment een boek?' dubbeletongt de vragensteller op het feestje.
'Dat is wel de bedoeling ja,' antwoord ik, 'maar jij zit dus in de afvalverwerking?'

De man met de walm antwoordt niet, want hij heeft nog een vraag die brandt op zijn lippen. Hij moet het vragen, het is onvermijdelijk. Even lijkt hij te twijfelen, maar nee: dat is de drank die omhoog komt. Daar komt de vraag, nog een seconde, zijn mond gaat al open...

...Tromgeroffel...

' En Erik Jan, kun je daar nu van leven, van dat schrijven?'

...Prrrrrr-dap tjing!...

Zo, de meest Hollandse vraag aller tijden is gesteld. Kun je ervan leven, van dat schrijven. Het is een vraag die je zelden stelt aan iemand die zich voorstelt als accountant, rijschoolhouder of stucadoor, maar van een romancier willen we het weten. Moéten we het weten. En als hij opbiecht: 'Nee, eerlijk gezegd kan ik er niet van leven', dan moet die sufferd zich maar laten omscholen. Tot accountant of tot rijschoolhouder of tot stucadoor.

'Blijkbaar kan ik ervan leven, vriend, anders stond ik nu niet voor je', is het beste antwoord dat ik er nog uit weet te piepen. De beschonkene slaat me op de schouder en taait af. Ik bal mijn vuisten en neem nog één allerlaatste Fanta, om het af te leren.

Erik Jan Harmens is romancier, dichter en columnist van Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden