Haarstukje

Je zou zeggen: iedereen heeft een kapper, maar dat is slordig denkwerk, vlak bijvoorbeeld Humberto Tan niet uit, en op Nederland 1 zit Jeroen Pauw. Ook valt te betwijfelen of Geert Wilders kapsalons bezoekt, ik stel me eerder een mandenvlechter voor in de weer met een fles gootsteenontstopper, over kopvodden gesproken, of neem gewoon mijzelf: ik woon nu al een jaar in Amsterdam-Noord en nog steeds ben ik qua knippen, wassen en drogen niet onder de pannen.

Dat was in Haarlem wel anders, daar bezocht ik Kapper Ronald, die in zijn eentje een klassieke herensalon dreef, potdicht was op maandag, en aan de muur een gespiegelde klok had hangen die ik dankzij eenvoudige natuurkunde gewoon kon aflezen terwijl ik naar mijn eigen kop zat te kijken, maar verder geen moderne fratsen, zoals knippen met een mes bijvoorbeeld, wat mij net zo onzinnig lijkt als boterhammen smeren met een schaar.

Tegenwoordig zwerf ik ontheemd door mijn nieuwe agglomeratie, van barbier naar barbier, en feitelijk zonder kapsel.

Ergo: haarproblemen. Hoe vervelend dat is kun je zien aan Koning Willy, die ik bewonder en trouw ben, zij het tot aan zijn haargrens. Beatrix, die had tophaar. Willem-Alexander heeft matig haar. Tja, je kunt niet alles erven.

Ik ben geen kapper, maar mijn gevoel zegt dat Willy het te goed wast, net als Balkenende vroeger. Het geheim van Soestdijk kan best eens wezen dat er op de rug van de majesteit een enorme flacon Andrélon hangt, een paar liter tarweshampoo die middels slangetjes en pompjes continu over zijn haarwortels wordt uitgedruppeld, gewoon omdat hij het waard is, maar ook opdat de Koninklijke bloempot tijdens de hele troonrede braaf blijft glanzen, bijna alsof er 's avonds nog ergens een mis moet worden gediend, terwijl Máxima naar Rome vliegt om te dansen met die hufters van La Grande Bellezza.

Anders gezegd: haar regeert.

En daarom mis ik Kapper Ronald node. Het gaat niet goed op mijn hoofd, tenzij de berenmuts mode wordt. De kappers met wie ik me tegenwoordig inlaat, knippen niet alleen slechter, ik kan niet met ze converseren. Kapper Ronald, ook dat nog, beheerste de perfecte kappersbabbel, een ondiep genre bestaande uit gekeuvel zonder kiel door klifloze wateren, waarbij stiltes mogen vallen, nee, móéten vallen, anders knipt hij in je oor.

Mijn eerste nieuwe kapper in Noord was zeg maar een 'vals familielid', meer zeg ik niet, en hij ook niet, en dat was nu precies het probleem, we zwegen allebei als het graf, terwijl die nicht met zijn andere klanten honderduit zat te beppen, expres hele verhalen, waarna hij en ik het op een zwijgen zetten, eigenlijk alleen maar omdat hij na het eerste kroelen door mijn haar had voorgesteld het te wassen met Dreft.

Mijn nieuwe nieuwe kapper praat juist te veel, ongeremd zelfs, hij steekt oeverloze monologen af over relatieproblemen met ene 'Bertsie', ik weet alles over Bertsie, waarbij er per saldo weinig wordt geknipt, en ik voortdurend vrees dat hij vergeet waar we gebleven waren, kapseltechnisch, terwijl hij glunderend zegt dat ik er vast een boek over kan schrijven, wat waar is, een heel dik, slecht boek, Koppijn gaat het heten, ik tik het zo voor hem uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.