Opinie IS-kinderen

Haal IS-kind terug (zonder de moeder)

Net zomin als wij NSB-kinderen, zijn IS-kinderen verantwoordelijk voor de daden van hun ouders, betoogt schrijver Sytze van der Zee.

Kinderen spelen in een modderpoel bij het Al Hol-kamp in de Koerdische regio in Syrië. Beeld AP

Wat zouden de kinderen van IS-ouders zelf denken van de situatie waarin zij door toedoen van hun moeder en vader zijn beland? Het is misschien een vreemde, zelfs voorbarige vraag, in aanmerking genomen het feit dat de kinderen merendeels niet ouder zijn dan 5, hooguit 10 jaar. Maar ook wij NSB-kinderen werden direct na de oorlog in een of andere vorm met deze vraag geconfronteerd. Al was ik zelf in mei 1945 nog geen 6 jaar, na de arrestatie van mijn vader besefte ik heel snel dat ons een en ander te wachten stond.

Terwijl Nederland uitbundig de ­bevrijding vierde, kwamen wij in het voorgeborchte van de hel terecht. Met een hysterische moeder die mijn oudste broer mishandelde, soms tot bloedens toe, en die tegen ons bij het minste of geringste tekeerging. Ik heb het dan nog niet eens over de behandeling die ons in de buurt ten deel viel, als mikpunt van scheld­partijen en uitsluiting. Lange tijd droomde ik ervan dat zodra ik wakker werd, ik andere ouders zou hebben. Mensen zonder een pikzwart, belast verleden.

Voor zover niet thuis of in de jongerenorganisatie van de NSB, de Nationale Jeugdstorm, gehersenspoeld, dachten de meesten van mijn lot­genoten vaak niet anders: met deze moeder en deze vader willen we niet verder. Een zoon van Florrie Rost van Tonningen, bijgenaamd ‘de Zwarte Weduwe’ en een fanatieke NSB’er, vertelde mij eens dat hij en zijn broers zich verschrikkelijk voor haar schaamden. Eenmaal volwassen had hij zeker met haar gebroken als ze niet zo’n leuke grootmoeder was geworden. Hij vond dat voor zijn kinderen heel belangrijk. Voor de rest bleef in haar denken alles bij het oude.

Hoofdstuk gesloten

Ook mijn moeder en mijn vader hadden nooit het idee dat ze iets fout hadden gedaan. Ze bedankten al in het najaar van 1942 voor de NSB en hiermee was voor hen dit hoofdstuk gesloten. Alleen dacht men daar na de oorlog heel anders over. Nooit hebben mijn ouders zich tegenover ons, hun kinderen, verontschuldigd voor het feit dat ze schande over de familie hadden gebracht. Vele jaren later betuigde mijn vader in een gesprek met mijn vrouw spijt. Niet voor wat hij ons had aangedaan, maar voor de verkeerde keuze die hij had gemaakt.

Mijn moeder, ook oud-lid van de NSB, bleef zich daarentegen in zwijgen hullen. Pas drie jaar geleden, lang na haar dood, las ik tot mijn stomme verbazing in haar strafdossier dat ze – weliswaar buiten vervolging gesteld – zich tot begin jaren vijftig maandelijks bij de reclassering moest melden: de Stichting Toezicht Politieke Delinquenten. In andere NSB-gezinnen was het niet veel anders: the wall of silence. Tegen deze achtergrond is het niet verwonderlijk dat nogal wat van die kinderen op latere leeftijd psychiatrische problemen hebben gekregen.

Mochten de IS-kinderen met hun moeder naar Nederland worden overgebracht – de mannen zitten hopelijk vast –, dan zullen ze heel veel over zich heen krijgen. Ze moeten zich voorbereiden op vragen als: hebben jouw ­ouders ook deelgenomen aan onthoofdingen en kruisigingen? En: heb jij ook een opleiding als terrorist gehad? Vandaar mijn pleidooi: zet die ouders uit de ouderlijke macht en haal de kinderen zonder hun moeders naar Nederland. Net zomin als wij NSB-kinderen zijn zij verantwoordelijk voor wat hun ouders hebben aangericht.

Vorige week zond de Britse nieuwszender Sky News een reportage uit over het Al Hol-kamp in Noordoost-­Syrië. Er was zegge en schrijve één vrouw, een Italiaanse, die zei de ideologie van IS te hebben afgezworen. De andere zwarte spookgestalten verklaarden nog achter de terreurorganisatie en het kalifaat te staan, terwijl ze luidkeels ‘Allahoe akbar’ riepen. ‘Waarom zouden wij veranderen?’, vroeg één de verslaggever. En over de omstandigheden in het kamp: ‘We worden behandeld als dieren, als honden.’ Toen de verslaggever opmerkte dat IS de mensen ook als dieren behandelde, door hen te onthoofden of levend te verbranden, verwees ze naar de Koran en liep haastig door.

Blond ventje

Niet minder onthutsend waren de gesprekken met kinderen in het kamp. Een blond ventje van een jaar of 10 met bruingroene ogen en twee konijnentanden trok de aandacht van de verslaggever. Zo voor de vuist weg citeerde hij uit de Koran: ‘God zegt: bekeer u oprecht tot Allah in de hoop dat uw Heer u van uw kwalen zal verwijderen.’ Strak in de camera kijkend vervolgde hij op kalme toon: ‘We zullen jullie doden door jullie af te slachten. We zullen jullie afslachten!’

Zolang die vrouwen daar hun al getraumatiseerde kinderen met het IS-gedachtengoed blijven vergiftigen, mag het geen verbazing wekken als we op een dag de rekening krijgen gepresenteerd in de vorm van bloedige aanslagen en andere terreur. Zorg er daarom voor dat die kinderen bij aankomst in Nederland worden ondergebracht in pleeggezinnen, bij voorkeur liberale moslims. En niet zoals in Ede, waar twee weeskinderen onderdak vonden bij hun salafistische grootvader. Pas in een latere fase kan dan worden overwogen wat we met die vrouwen doen. Beloof hun dat als ze hun kinderen afstaan, zij ook op korte termijn uit Al Hol worden gerepatrieerd. Maar hou hen hoe dan ook bij de kinderen weg.

Sytze van der Zee is schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden