Essayzichtbaarheid gehandicapten

Haal gehandicapten uit de schaduw

Beeld Rhonald Blommestijn

Maak gehandicapten zichtbaarder in de samenleving, zegt Yvette den Brok. En dan niet door op tv te laten zien hoe zielig ze zijn. Want mensen zijn zoveel meer dan hun beperking. 

Een man die als tiener een dwarslaesie opliep toen hij in te ondiep water dook, waardoor hij tot aan zijn nek verlamd raakte, vertrouwde me eens toe: ‘Als dat niet was gebeurd, was ik nu waarschijnlijk een doorsneeburger met een rijtjeshuis en een paar opgroeiende kinderen. Maar nu kan ik eenvoudigweg niet opgaan in de grijze massa en doen wat de buurman doet.’ Bovendien, vertelde deze meneer me, had hij door zijn handicap geregeld contact met de plaatselijke en landelijke politiek, die hij er graag op wees wat ze moesten doen om de samenleving letterlijk en figuurlijk voor iedereen toegankelijk te maken. Hij vindt zijn leven, kortom, nu ‘veel spannender’ dan wanneer hij niet verlamd was geweest.

Het is niet reëel om te beweren dat iedereen die met een handicap leeft er op zo’n positieve manier tegenaan kijkt, maar voor het gros van de ongeveer vier miljoen gehandicapte mensen in Nederland geldt zeker dat ze het ervaren als een soort alternatieve manier van zijn die niet per se slecht is. Ook – of misschien wel juist – mensen met een zware verstandelijke of meervoudige handicap zie je genieten van wat het leven hun brengt.

Zelf heb ik vanaf mijn geboorte in 1960 cerebrale parese, waardoor ik niet kan staan of lopen, mijn handen niet kan gebruiken en ‘anders’ praat. Ik had die handicap liever niet gehad. De afhankelijkheid van anderen valt me vaak zwaar en ik baal ervan dat ik mijn man, onze kinderen, onze kleinkinderen en mijn vriendinnen niet spontaan een knuffel kan geven. Tegelijkertijd kan ik mezelf helemaal niet voorstellen zonder handicap. Het is iets dat bij me hoort.

Wat het leven met een handicap lastig maakt, is dat anderen denken dat het eng, zwaar, zielig of zelfs een vorm van ondraaglijk lijden is. Daardoor moeten gehandicapten voortdurend zien te voorkomen dat zij naar de rand van de samenleving worden verbannen.

Iemand die denkt dat je eng bent of ondraaglijk lijdt, gaat je doorgaans immers geen betaalde baan aanbieden en zal het niet gemakkelijk vinden om vriendschap met je te sluiten. Vorige week nog bleek uit een rapport van vijf belangenorganisaties dat de positie van gehandicapten in Nederland de afgelopen jaren op tal van fronten is verslechterd. Zo is de werkloosheid onder deze groep stevig toegenomen en is de armoede met zo’n 15 procent gestegen.

Alle reden dus om vooroordelen over mensen met een handicap aan te pakken. Alleen dan ligt de weg naar participatie in de samenleving.

Maar hoe?

Aanvankelijk had ik mijn hoop gevestigd op de media en de populaire cultuur. Het leek me namelijk heel simpel: laat avond na avond mensen met een flinke, zichtbare handicap op televisie zien die gewoon hun ding doen als kok, weerman of weervrouw, als personage in een serie of whatever en na verloop van tijd zullen de kijkers hun beeld van mensen met handicaps vanzelf bijstellen. Toch gebeurt dit niet.

Wanneer gehandicapten op tv komen, staat de handicap steevast centraal en is dat blijkbaar het onderwerp waarover het moet gaan. Terwijl de handicap welbeschouwd maar een klein onderdeel van een persoon is, een aspect dat je vooral niet moet uitvergroten om een juist beeld te schetsen van de mensen die ermee leven.

Vertekend beeld

Laat ik enkele voorbeelden geven van hoe mensen met handicaps doorgaans worden gerepresenteerd. Om te beginnen met de ‘handicap als regelrechte ramp’, een veelgekozen invalshoek op televisie, vooral als het gaat om mensen met ernstige meervoudige handicaps. Dit is een groep die sowieso zelden in de publiciteit komt en zeker niet in positieve zin. Opvallend is dat er op tv klaarblijkelijk van alles over deze mensen mag worden gezegd, ook al is het nog zo kwetsend, onwaar en denigrerend.

Zo kwam bij het programma Sterren op het doek onlangs ter sprake dat acteur Aart Staartjes een zusje met een meervoudige handicap had. De doorgaans zo politiek correcte presentator Özcan Akyol stelde hem de vraag: ‘Dus jij werd als kind dagelijks geconfronteerd met een zusje dat niets kon. Hoe was dat voor jou?’ Waarna Staartjes vertelde dat zijn vader ooit had gezegd dat het beter was geweest het meisje een ‘kussen op het hoofd’ te drukken.

Een paar weken later, in Nieuwsuur, kwamen ouders van kinderen met een meervoudige handicap en een kinderarts aan het woord. Ze pleitten voor verruiming van de euthanasiewet, zodat ernstig gehandicapte en chronisch zieke kinderen onder de 12 jaar voortaan geëuthanaseerd zouden mogen worden. Een ouderpaar vertelde in die uitzending hoe zij hun meervoudig gehandicapte dochtertje hadden laten versterven – oftewel laten uithongeren tot de dood erop volgde – omdat euthanasie voor deze leeftijdscategorie nu nog verboden is.

Nieuwsuur verzuimde het om ook maar een van de talloze ouders, familieleden en professionele verzorgers aan het woord te laten die wél oog hebben voor de levensvreugde van deze kinderen en die het uit de grond van hun hart voor hen zouden opnemen.

Voor mensen met alleen een verstandelijke handicap heeft de televisie gelukkig méér te bieden. Denk aan het jaarlijkse Knoop in je zakdoek-concert, dat wordt gepresenteerd door Paul de Leeuw, en aan het programma Down met Johnny van Johnny de Mol, waarin juist de kracht wordt getoond van mensen met verstandelijke handicaps en in het bijzonder van mensen met het syndroom van Down. Het is goed merkbaar dat De Leeuw geniet van mensen die ‘anders’ zijn en dat De Mol is opgegroeid met een familielid dat Down heeft. Dat maakt hun programma’s leuk om naar te kijken en bovendien maken ze korte metten met een hoop vooroordelen.

Bij bepaalde kijkers zal dit zeker bijdragen aan positievere beeldvorming, al zullen er ook kijkers zijn die mensen met een verstandelijke handicap door dit soort programma’s juist als ‘schattig’ of ‘aandoenlijk’ gaan beschouwen. Dat valt De Leeuw noch De Mol te verwijten. Het maakt vooral duidelijk hoe moeilijk het is om mensen met een handicap zó in beeld te brengen dat bestaande vooroordelen verdwijnen, zonder dat daarvoor nieuwe vooroordelen in de plaats komen.

Yvette den Brok Beeld RV

Mensen met alleen een lichamelijke handicap zouden in principe in allerlei rollen op televisie moeten kunnen verschijnen, maar ook bij hen staat de handicap steeds weer centraal. Zo ook in het programma Je zal het maar hebben van BNNVara. Daarin wordt weliswaar op een toegankelijke manier zinnige informatie over handicaps gegeven, maar alleen de titel impliceert al dat een handicap of ziekte iets is dat je beter niet kunt hebben.

Weinig rolmodellen

De televisie heeft een belangrijke functie in het bieden van ‘rolmodellen’, mensen in wie kijkers zich kunnen herkennen en aan wie zij zich kunnen optrekken. Kijkers met een handicap komen er daarbij bekaaid vanaf. Voor zover ik weet zijn er geen BN’ers met verstandelijke of meervoudige handicaps, terwijl dat eenvoudig zou zijn op te lossen met bijvoorbeeld een paar rollen in soaps.

Van lichamelijk gehandicapte BN’ers zijn er slechts een stuk of vier: Anita Witzier, Lucille Werner, Bibian Mentel, Marc de Hond. Stuk voor stuk mensen die er volgens de heersende norm appetijtelijk uitzien en een leuke, vlotte babbel hebben. Het gros van de ‘gewone’ mensen met handicaps zal zich niet in hen herkennen omdat zij lichamelijke vergroeiingen hebben, zich niet gemakkelijk kunnen bewegen of niet vlot kunnen spreken.

In films is het niet veel beter gesteld met de representatie van gehandicapten. Zelfs een blockbuster als Intouchables, waarin een van de hoofdpersonages vanaf zijn nek verlamd is, heeft weinig verbeterd aan de beeldvorming. Daarvoor is de film simpelweg te humoristisch. Als mensen steeds in de lach schieten, gaan ze niet serieus nadenken.

Ik wed dat er genoeg gehandicapte mensen zijn die vlogs maken, blogs of boeken schrijven over onderwerpen die niets met handicaps te maken hebben, en daarbij hun persoonlijke situatie bewust onvermeld laten. Niet alleen omdat die er niet toe doet, maar vooral uit angst dat hun product met andere ogen wordt bekeken. Vraag het de freelancejournalist die jarenlang voor een landelijke krant werkte zonder dat iemand daar wist dat ze haar bed niet uit kon. Alleen zo had ze de garantie dat haar stukken objectief zouden worden beoordeeld. Vraag het ook operazanger Ernst Daniël Smid, die onlangs in Pauw uit de kast kwam met zijn parkinson. Niet voor niets verzweeg hij zijn ziekte lange tijd. Als mensen weten dat je iets mankeert, loop je nu eenmaal het risico dat je ineens niet meer wordt gezien als gewoon een goede operazanger, een interessante schrijver of een vlogger met heerlijke, gezonde recepten. In plaats daarvan ben je óf ‘een gehandicapte die iets presteert’ óf ‘iemand met een extra risico’, die men daarom maar beter geen werk meer kan aanbieden.

Inmiddels ben ik tot de conclusie gekomen dat we niet te veel moeten verwachten van de media en de populaire cultuur, willen we het beeld veranderen dat de samenleving van gehandicapten heeft.

Langs elkaar heen leven

Eigenlijk is dat ook wel logisch. Rutger Bregman, auteur van het boek De meeste mensen deugen, zei onlangs in De Wereld Draait Door dat je vooroordelen en vertekende beelden het makkelijkst ombuigt door mensen dagelijks met elkaar in contact te brengen, het liefst al vanaf het kinderdagverblijf. Ik geef hem graag gelijk, maar precies dáár zit ’m de crux. Toen mijn kinderen klein waren, heb ik me suf gepiekerd over hoe ik hen zou kunnen laten omgaan met gehandicapte leeftijdgenootjes. Ik kwam er niet uit. Die leeftijdgenootjes zaten op speciale scholen en speciale clubs, ze waren in het wereldje van mijn kinderen nergens te vinden. Bij mijn kleinkinderen speelt dit probleem in 2019 nog steeds: de enige gehandicapte persoon die ze kennen is hun oma. In de volwassenenwereld is hetzelfde aan de hand. Op een cursus ontmoette ik een vrouw die zei: ‘Yvette, weet je dat jij de eerste persoon met een lichamelijke handicap bent die ik in mijn leven ontmoet?’

We wonen kortom in een land dat zo georganiseerd is dat mensen met en zonder handicap langs elkaar heen leven. Dan is het niet gek dat óók tv-makers en andere beeldbepalers geen juist idee hebben van mensen met een handicap. De verantwoordelijkheid bij de media leggen, heeft dan ook geen enkele zin.

In plaats daarvan kunnen we als individuen beter eerst eens goed naar onszelf kijken en bedenken hoe we dichter bij elkaar kunnen komen. En dat moet verdergaan dan, zoals ik soms in goedbedoelde voorlichtingscampagnes zie, een vastzittende scootmobielrijder helpen of, heel attent, een dame in een rolstoel ook eens ten dans te vragen. Wat we wel moeten doen, is een samenleving bouwen waarin onze kinderen daadwerkelijk met elkaar samenleven: op school, op de scouting, op de hobbyclub. Alleen dan zullen ze opgroeien met het idee dat ‘anders’ niet hetzelfde is als abnormaal, gek of eng. Wie weet, heel misschien, zien we dan ooit nog eens een gehandicapte kok of weervrouw op tv.

Yvette den Brok is kinder- en gezinscoach, kinderboekenschrijver en onderzoeker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden