Haagse Strafhof is in Noord-Oeganda zeer omstreden

Het Strafhof dient de lokale context in de strafzaak tegen de LRA-aanvoerder mee te wegen.

Dominic Ongwen op 26 januari in Den Haag.Beeld epa

Dominic Ongwen, een aanvoerder van het Oegandese Verzetsleger van de Heer (LRA), is op 26 januari voor het eerst verschenen voor de rechters van het Internationaal Strafhof in Den Haag. De hoofdaanklager van het Strafhof bestempelde Ongwen's aanwezigheid in Den Haag als een grote overwinning voor het internationaal recht en voor de slachtoffers van Ongwen. De overdracht van Ongwen zou zelfs 'het beëindigen van het terreurbewind van het LRA in de Afrikaanse Grote Meren een stapje dichterbij brengen'. Na tien jaar is de komst van Ongwen inderdaad een welkome ontwikkeling voor het Strafhof, dat kampt met veel internationale kritiek. Maar achter Ongwen's zaak schuilen zoveel tegenstrijdigheden dat het nog maar de vraag is of iedereen, inclusief sommige van Ongwen's slachtoffers, het eens is met de uitspraken van de aanklager.

Dominic Ongwen stelde zich maandag voor als voormalig kindsoldaat. Als 14-jarige werd hij ontvoerd en gerekruteerd door de militia. Hij gaf toe te hebben gediend in het rebellenleger van het LRA, dat sinds 1987 verwikkeld is in een langlopend conflict met de Oegandese regering. Bekend is dat Ongwen zich daar snel heeft opgewerkt tot commandant, en dat hij vele misdaden heeft begaan. In 2005 heeft de hoofdaanklager van het Strafhof, op verzoek van de Oegandese regering, arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen Ongwen en vier andere LRA rebellenleiders, onder wie de befaamde Joseph Kony.

Op 6 januari 2015, de dag dat Ongwen zich overgaf aan de Seleka-rebellen in de Centraal-Afrikaanse Republiek, zat ik voor mijn promotieonderzoek in Noord-Oeganda, heel lang het epicentrum van het conflict. Hier, waar Ongwen werd ontvoerd en waar hij veel van zijn daden heeft gepleegd, waren de reacties op Ongwen's lot gemengd. Uit interviews die ik heb gehouden met oorlogsslachtoffers, vredesactivisten en religieuze leiders komt naar voren dat men erkent dat hij als kind is ontvoerd en is gehersenspoeld door het LRA. Hij is dus niet alleen dader, maar ook slachtoffer. Sommigen vinden daarom dat hij niet berecht moet worden in Den Haag, maar dat men hem - net als de vele andere voormalige LRA-rebellen die hun wapens hebben neergelegd - amnestie moet verlenen. Ook wordt er gesteld dat in feite het falen van de Oegandese regering centraal zou moeten staan. Zij heeft immers Ongwen, en alle andere ontvoerde kindsoldaten, niet weten te beschermen tegen de militia.

De vredesactivisten die ik heb gesproken zijn er ook niet volledig van overtuigd dat Ongwen's verschijning voor het Internationaal Strafhof het einde van het conflict dichterbij brengt. Ze zijn uiteraard tevreden dat Ongwen zich heeft overgegeven, maar ze zijn ook angstig dat zijn zaak op de voet gevolgd zal worden door de overige LRA-rebellen en opperbevelhebber Joseph Kony, die nog actief zijn in Congo, Zuid-Sudan en Centraal Afrika. In plaats van een berechting in Den Haag, hadden ze liever gezien dat Ongwen nu werd ingezet om, via hun lokale radioprogramma, de andere LRA rebellen aan te sporen hun wapens neer te leggen en om amnestie te vragen. Voor degenen die ik heb gesproken heeft vrede op dit moment prioriteit nummer één.

Bovendien is het beeld dat veel Noord-Oegandezen van het Internationaal Strafhof hebben niet per definitie positief. Nadat het Strafhof in 2005 bekendmaakte dat het de LRA ging vervolgen, werd het hof sterk bekritiseerd. Vooral omdat alleen de oorlogsmisdaden van het LRA werden onderzocht en de Oegandese militairen buiten schot bleven. Dit blijft voor velen een bron van ongenoegen. Veel van mijn informanten zijn van mening dat beide partijen verantwoordelijk zijn voor oorlogsmisdaden en de barre postconflict omstandigheden waarin veel Noord-Oegandezen nu leven.

Het mag duidelijk zijn dat de tegenstrijdigheden omtrent Ongwen's slachtoffer-dader identiteit, de gevoelige relatie tussen vrede en gerechtigheid en ten derde de 'eenzijdige gerechtigheid' van het Internationaal Strafhof ervoor zorgen dat in Noord-Oeganda de Ongwen- zaak, maar ook de legitimiteit van het Strafhof, zeer omstreden is. Men kan slechts hopen dat het Internationaal Strafhof in haar uitspraken en juridische afwegingen in staat is de complexiteit van de lokale context te duiden en te wegen. Ook hoop ik dat er nu niet alleen meer internationale aandacht en geld komt voor het Strafhof en de militaire missie om Kony op te pakken (135 miljoen dollar per jaar), maar ook voor de slechte leefomstandigheden waarin veel oorlogsslachtoffers zich nog bevinden.

Lauren Gould is promovendus en werkt voor het Centrum voor Conflict Studies, UU.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden