opinie Auschwitz-foto's

Gruwelijke Auschwitz-foto’s: wel of niet laten zien?

Het Holocaust Museum in Amsterdam weert vier ‘mensonterende’ foto’s van Auschwitz op de tentoonstelling De Jodenvervolging in foto’s. Het gevolg: onenigheid tussen de gastcuratoren en het Amsterdamse museum. Moet je foto’s van de Holocaust in alle gruwelijkheid laten zien, of ligt er een grens?

Een van de vier foto’s die Alberto Errera in augustus 1944 heimelijk in Auschwitz maakte en waarmee hij zijn leven op het spel zette. Deze Griekse gevangene werkte bij het Sonderkommando, een groep die gedwongen werkte in en rond de gaskamers. Het is onbekend hoe Errera aan een camera kwam. De negatieven werden in een tube tandpasta Auschwitz uitgesmokkeld. Beeld Auschwitz museum/ particuliere collectie Robert Jan van Pelt

De foto’s, die gelden als fotografisch bewijs van de Holocaust, tonen ontklede vrouwen die wachten om de gaskamers binnen te gaan, en de verbranding van stapels lijken. ‘Begrijpelijk dat de foto’s niet worden getoond’, vindt Astrid Sy, historicus gespecialiseerd in de Holocaust. ‘De beelden gaan compleet voorbij aan het respect voor de slachtoffers, ondanks dat ze zijn gemaakt om de buitenwereld de onmenselijke misdaden uit Auschwitz te tonen. Maar waarom hebben we het niet over de rechten van de slachtoffers? Zelf hebben ze geen stem meer: wij dragen die verantwoordelijkheid.’

Natuurlijk, zegt ze, de foto’s zijn ‘wetenschappelijk gezien enorm belangrijk’, maar onderzoek wijst uit dat het tonen van de beelden educatief gezien ‘niks toevoegt’ aan het besef en de empathie van het publiek. ‘Het roept vooral ongemak en narigheid op, zelfs bij ons historici.’ 

Groot dilemma

Jacqueline Soetenhorst-Lindeman werkte als 10-jarige als Ordonnanz (boodschappenmeisje) in 1945 in een concentratiekamp in Polen. Ze kwam over het hele terrein toen de Duitsers transporten organiseerden naar meer oostelijk gelegen kampen (‘de geallieerden rukten op’). ‘Geen enkele foto is te gruwelijk, geen beeld kan de gruwelijkheid weergeven van wat er zich daar afspeelde.’ Peinzend: ‘Ik zag de treinen aankomen, open goederenwagons met halfdode en halfnaakte mensen, die werden omgekieperd tot een onmenselijke berg. Gewoon omgekieperd.’

Het is illustratief voor het machinale karakter van de Holocaust en ‘snoert mensen die haar bagatelliseren de mond’. Eddo Verdoner, voorzitter van het Centraal Joods Overleg (de belangenvereniging voor de Joodse gemeenschap) vindt dat de beelden daarom juist wel getoond moeten worden: ‘Het laten zien van die grootsheid, de industriële aard van de vernietiging, is nodig voor het begrip. De waarheid over deze zwarte periode draagt bij aan de erkenning van de Holocaust.’ Bepaalde foto’s – zoals van blote vrouwen – afdekken, met respect voor nabestaanden: ‘ja’. Maar juist het tonen van de wreedheid in zijn volledigheid, naast bijvoorbeeld de dagboekfragmenten, leert ons dat de Holocaust een unieke les is voor de toekomst: ‘Dit mag nooit meer gebeuren’. 

Hanna Luden, directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) vindt het een ‘groot dilemma’. Maar: ‘Ik denk dat ik dezelfde keuze als het Holocaust Museum zou maken: de beelden niet laten zien.’ Daarbij gaat het volgens haar niet om het censureren van de beelden, maar om bescherming van het publiek. ‘Ik ken zelf het gevoel van de schok in mijn buik bij het zien van dit soort beelden: je wil als museum een verhaal vertellen, maar op zo’n wijze dat het publiek het ook aankan. De bezoekers van zo’n tentoonstelling zijn vaak kwetsbaar: veel mensen met een Holocaust-verleden komen, maar ook schoolklasjes. Kunnen kinderen die beelden wel aan?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.