Column

Gros Trump-kiezers verdient mededogen, maar ze zijn een tijdbom onder Amerika’s democratie

null Beeld
Arie Elshout

Wat Thomas Rueb vorige week in de Volkskrant schreef over zijn avontuur in een houten barretje aan een steiger in het moerasland van Louisiana, raakte me. Als vreemdeling uit New York stuit hij eerst op de argwaan van de stamgasten die zich als plattelandsbewoners niet gezien voelen door stedelijk Amerika. Dan wordt het gezellig. Er wordt gedronken en gezongen. Bij het afscheid ’s nachts zegt een vrouw tegen hem: ‘Ga je ons niet vergeten als je dáár weer zit?’

Het gevoel dat de column bij me opriep, herkende ik. Ik had het een jaar geleden ook bij het zien van een tv-reportage van de Vlaamse VRT over War, een verarmd steenkoolstadje in West-Virginia. Vervallen huizen, leegstaande tankstations, voortuinen die lijken op opslagplaatsen voor oud ijzer en inwoners die nog slechts kunnen kiezen tussen zelfmoord, dodelijke drugsverslaving, chronische armoede of wegtrekken. Een van hen zegt: ‘Het is alsof niemand meer respect heeft voor ons.’

Kort daarop zag ik Eelco Bosch van Rosenthal van Nieuwsuur in gesprek met sociologe Arlie Hochschild. Zij woonde jarenlang tussen arme Amerikanen in Louisiana en voelde hun schaamte over het feit dat ze het niet beter hebben gekregen dan hun ouders, verslaafd raakten, hun huwelijken zagen mislukken, hun banen niet wisten te behouden. Weer had ik dat gevoel, weer raakte het me.

In alle drie de gevallen zag en hoorde ik iets wat ik weinig hoor of zie als het gaat om de bewoners van het Amerikaanse binnenland, die vaak Trump-stemmers zijn: empathie. Hochschild sprak opvallend warm over ze, nota bene pal na de bestorming van het Capitool door Trump-aanhangers. Ze veroordeelt de geweldplegers, maar voor die duizenden mensen daarachter, met die rode petjes op, voelt ze mededogen.

Het zal voor velen niet het eerste woord zijn waaraan ze denken bij de Trump-aanhang. Ook niet het tweede. Toch kan ik niet anders dan meevoelen met mensen die zich schamen over hun onmacht meer van hun leven te maken, een schemerbestaan leiden in stervende stadjes en zich genegeerd dan wel veracht weten door het geslaagde deel der natie. Ze zijn alleen. Vreemdelingen in eigen land (Hochschild).

Het gros van de Trump-kiezers verdient mededogen, tegelijkertijd vormen ze een extreem gevaar, een tijdbom onder Amerika’s democratie. Compassie met hen gaat samen met angst voor hen. Zo weerbarstig kan de werkelijkheid zijn.

De verweesden en verwaarloosden zijn de vijand gaan zien in alle vormen van gezag die niets voor ze hebben gedaan: de overheid, politiek, wetenschap, media. Vol wrok storten zij zich in de armen van een demagoog. Hij geeft ze een oor, een stem, een groepsgevoel, een doel.

Weldenkend Amerika verafschuwt ze hierom, maar ze gaan niet weg. Met een potentieel van rond de 70 miljoen stemmen vertegenwoordigen ze een formidabele kiezersmacht, zoals bleek in 2016 en 2020. Voor de presidentsverkiezingen van 2024 doen inmiddels scenario’s de ronde die lezen als voorbode van een electorale apocalyps. Trump werkt er hard aan om partijdige functionarissen op sleutelposten te krijgen in de staatsorganen die straks de verkiezingsresultaten moeten bekrachtigen. Zij moeten de uitslag naar zijn hand zetten als dat nodig is.

In het stadje War stemde in 2020 80 procent weer voor Trump, hoewel er niets terecht is gekomen van zijn belofte de kolenmijnen nieuw leven in te blazen. Maar hij heeft deze kiezers in zijn ban, want hij is hun enige hoop. Die betovering doorbreken, dat wordt de grote opgave voor de Democraten van president Biden. Ze moeten van ver komen. Hillary Clinton zette Trump-aanhangers neer als ‘deplorables’, sneue types. Die neerbuigendheid was geen incident, het was hoe de Democraten aankeken tegen mensen die ooit tot hun aanhang behoorden, maar werden afgestoten als lieden die verknocht zijn aan geweren en God, zoals Obama laatdunkend zei. Trump is de prijs die zij daarvoor betalen.

De arbeideristische Biden zou kunnen beginnen bruggen te slaan, maar zijn ‘6 januari’-speech ging alleen over Trump. Er was geen handreiking naar diens vreedzame kiezers, weer werden ze genegeerd. Laat Biden in het handboek Inclusie eens kijken bij de ‘e’ van empathie als het begin van een poging de ban van Trump over zijn kiezers te doorbreken. De tijd dringt: nog drie jaar.

Arie Elshout is journalist. Hij schrijft elke week een wisselcolumn met Thomas van der Meer.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden