Opinie Gaswinning

Groningen heeft recht op een parlementaire enquête

Er is zoveel onduidelijk gebleken in de besluitvorming rond de gaswinning in Groningen dat een parlementaire enquête voor de hand ligt. Rens Knegt en Rochus van der Weg presenteren daarvoor de belangrijkste vragen.

Minister Wiebes brengt in januari een bezoek aan het dorpshuis in Zeerijp, waar een week eerder een aardbeving was. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Het beleid rond de aardgaswinning in Groningen verdient een parlementaire enquête. Dat beleid kenmerkt zich in de loop der jaren door onduidelijke verantwoordelijkheden en een gebrek aan openheid van de belangrijkste betrokkenen: de staat en de NAM.

Ondanks de stroom aan brieven van de ministers Kamp en Wiebes aan de Tweede Kamer en de vele debatten in reactie daarop, zijn er in beleid en besluitvorming belangrijke onduidelijkheden blijven bestaan met betrekking tot de bepaling van het productieniveau en de verantwoordelijkheid voor de veiligheid. Bij een onderwerp dat tot al zoveel schade heeft toegebracht aan de Groningers en waarmee ook zoveel inkomsten zijn gemoeid voor de staat is het aan het democratisch proces om duidelijkheid te bieden.

Maatschap Groningen

Na de ontdekking van de Groningse reserves in 1959 is in 1963 een Overeenkomst van Samenwerking (OvS) gesloten tussen de Staat – destijds vertegenwoordigd door DSM en de minister van Economische Zaken – en de NAM, met als aandeelhouders Shell en Exxon. Het doel van deze OvS was het maken van afspraken over winningsbeleid en over de inkomstenverdeling tussen de staat en de NAM. Hiertoe richtten zij de Maatschap Groningen op. De Gasunie werd belast met het transport en de verkoop van het gas. De NAM werd als concessiehouder en ‘operator’ verantwoordelijk voor winning. De Gasunie werd in 2005 gesplitst in een handelsbedrijf (Gasterra) en een transportbedrijf, de huidige Gasunie.

De Maatschap Groningen heeft twee vennoten, de NAM met 60 procent eigendom en Energie Beheer Nederland (EBN) – als huidige vertegenwoordiger van de staat – met 40 procent. De zeggenschap in deze maatschap is gelijk verdeeld tussen de twee vennoten. De inkomsten van deze maatschap zijn de netto-inkomsten verkregen door de verkoop van het Groningse gas door Gasterra. De inkomsten worden na betaling van de operationele kosten aan de NAM verdeeld tussen de NAM en de staat in de 60/40 verhouding. De NAM draagt vervolgens nog een deel van haar inkomsten af aan de staat via de afdrachtenregeling (inclusief vennootschapsbelasting) en via de Meer Opbrengst Regeling (MOR). Deze combinatie van deelnemingen, afdrachten en belasting heeft erin geresulteerd dat jaarlijks 90 procent van de baten van het Groningse gas naar de staat is gegaan en 10 procent via de NAM naar de ‘olies’.

Met ingang van 2018 is minister Wiebes, volgens zijn brief aan de Kamer van 25 juni, met de ‘olies’ overeengekomen dat, als compensatie voor een voortijdige beëindiging van de aardgaswinning in 2030, de verdeling van de baten 73 versus 27 procent zal worden.

De winning van gas in Groningen heeft geleid tot een toenemende meetbare seismische onrust in de provincie Groningen. Te beginnen met een aardbeving in het Groningse Middelstum in 1991 met een kracht van 2.4 op de schaal van Richter en met tot dusverre als maximum de beving van 2012 in Huizinge met een kracht van 3.6. Inmiddels zijn er meer dan duizend bevingen geregistreerd. Deze bevingen hebben geleid tot materiële en immateriële schade voor de bevolking van Noord-Groningen. De beving in Huizinge was een keerpunt. Maar het duurde nog een jaar voordat de gasproductie substantieel werd gereduceerd. In 2013 was zelfs sprake een opmerkelijke productiepiek van 53 miljard m3 gas. Met 42 miljard m3 gas in 2014 werd een meer gebruikelijk niveau gerealiseerd. Pas onder grote druk van de Tweede Kamer en van Groningse bestuurders, na een uitspraak van de Raad van State en dankzij analyses van Staatstoezicht op de Mijnen, besloot minister Kamp tot forse reducties tot 21 miljard m3 gas in het jaar 2017.

Parallel aan de discussie over de productie ontstond een fel dispuut over de afhandeling van schadeherstel en versterking van woningen. De NAM kwam onder vuur te liggen omdat deze als exploitant hoofdelijk aansprakelijk was en is voor de schade. Pas in 2016 heeft de rechter bepaald dat EBN als mede-exploitant tevens aansprakelijk is voor de schade.

Belangrijkste kwesties

Een parlementaire enquête zou zich moeten buigen over in ieder geval de volgende kwesties:

1. Wie had en heeft de werkelijke macht in de beleidsvorming binnen de Maatschap Groningen? De staat of de ‘olies’ via de NAM? Welke argumenten hebben het jaarlijkse niveau van de gaswinning bepaald? Wie heeft besloten tot een verhoging van de productie naar 53 miljard m3 gas in 2013, een jaar na de beving in Huizinge?

2. Er zijn privaatrechtelijke afspraken tussen Shell/ExxonMobil en de staat die niet openbaar zijn gemaakt, omdat deze bedrijfsgevoelige informatie bevatten. Is dat na de schade die de Groningers hebben geleden nog aanvaardbaar?

3. Ieder lid van de Tweede Kamer en iedere onderzoeker moet de aardgasbaten voor de Maatschap Groningen en haar twee partners kunnen narekenen. Dit is niet mogelijk omdat de rekenregels nu slechts in grote lijnen bekend zijn. Ook de recente brieven van minister Wiebes aan de Tweede Kamer geven slechts een gedeeltelijk beeld.

4. Waarom hebben de NAM en de staat tot 2012 volgehouden dat de bodembewegingen geen veiligheidsrisico met zich meebrachten? Wat was de rol hierbij van het Staatstoezicht op de Mijnen? Een parlementaire enquête kan hier meer duidelijkheid over verschaffen dan het rapport uit 2015 van de Onderzoekraad voor Veiligheid.

5. Waarom is de NAM aanvankelijk alleen belast met de bepaling van de schade – als slager die zijn eigen vlees keurt? Waarom niet de maatschap, waarin ook de staat is vertegenwoordigd?

6. Hoe konden ambtenaren van het ministerie van Economische Zaken in 2005 overeenstemming bereiken met Shell en ExxonMobil over de gasproductie tot 2020 zonder dat dit werd medegedeeld aan de Tweede Kamer?

Wij zijn benieuwd welke fracties in de Tweede Kamer het belang van een enquête niet inzien.

Rens Knegt is voormalig paatsvervangend directeur-generaal Energie Economische Zaken

Rochus van der Weg is voormalig executive advisor Esso Aardgas

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.