Column Marleen Kamperman

Grondverzet. Zelfs de volgende dag maalt die intrigerende term nog door mijn hoofd

Wetenschap is een abstract begrip, en de universiteit een mysterieus instituut. Niet voor mij, ik zit er al jaren middenin. Voor veel anderen, niet-ingewijden, die zelden of nooit een universiteitsgebouw van binnen zien. Ze hebben er geen notie van, het is hun wereld niet. Tot die constatering kom ik geregeld als ik met iemand over mijn werk praat. De universiteit, dat is een woord, een verzameling gebouwen, weinig meer. Geen idee wat daar gebeurt. Er werken mensen, dat is bekend, maar wat die mensen doen?

Nog algemener is het onbegrip dat je ten deel valt wanneer je je, zoals ik, bezighoudt met een tak van wetenschap die al dan niet terecht als ‘moeilijk’ bekendstaat. Scheikunde? Weet ik niks van, gaat boven mijn pet. Ooit één jaar gehad op school. Iedere les weer die gaskraantjes opendraaien, haha. Zo snel mogelijk laten vallen. Polymeren? Zegt me niks. Zodat ik me in voorkomende gevallen doorgaans beperk tot de mededeling dat ik bij de universiteit werk.

Maar ben ik zelf heel anders? Ik, wetenschapper, zowel hoog- als weledelzeergeleerd, jawel, wat weet ik op mijn beurt van de wereld buiten het universiteitsterrein?

Zaterdagmorgen. Uitwedstrijd (JO8) van mijn zoon. We rijden mee met de vader van een teamgenootje. Na het weer, de aanstaande wedstrijd, de plannen voor dit weekend, komt onvermijdelijk het onderwerp werk aan bod. Ik eerst. De universiteit, knikt mijn ondervrager, tevens gelegenheidschauffeur, die kennelijk niet anders had verwacht. Aan nadere informatie schijnt hij geen behoefte te hebben. Zelf zit hij in het grondverzet. Dat zegt hij, letterlijk, ik zit in het grondverzet. Ook hij onthoudt zich van toelichting. Zijn zoon, achterin, vraagt of het nog ver is.

Later, langs de zijlijn van het voetbalveld, pieker ik over zijn woorden, en op de terugweg, terwijl het gesprek over andere zaken gaat, ben ik er nog steeds niet uit. Grondverzet. Zelfs de volgende dag maalt die intrigerende term nog door mijn hoofd. Ik zie mannen met helmen voor me, in brullende graafmachines, die grote happen grond opscheppen, en die grond vervolgens, om voor leken duistere redenen, elders deponeren. En zo de hele dag door, als simpele scheikundige heb je er geen weet van, het grondverzet rust nooit. Of denk ik totaal verkeerd, is het iets paramilitairs? Grondverzet, zoals je, wie weet, ook de troepen van het luchtverzet hebt, en de onverschrokken piraten van het waterverzet. Misschien heb ik wel in de auto gezeten bij een heuse grondverzetsheld.

Het mooie van wetenschap, zo verkondig ik weleens, is dat er altijd iets nieuws te ontdekken valt. Dat adagium blijkt ook op te gaan buiten de wetenschap. ‘Curiosity is the essence of the scientific mind,’ zegt Calvin, en ik zeg het hem met instemming na.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden