Opinie Vrouwelijke hoogleraren

Groepsportret is allesbehalve ‘kiekje van een theekransje’

Bij haar recensie van het schilderij van vijf vrouwelijke hoogleraren (O&D, 29 mei) geeft Sophia de Vries blijk van vier beperkingen: van de juistheid van het ongenoemde spreekwoord ‘over smaak valt niet te twisten’, alsmede van de projectie van vooroordelen, de weigering gedetailleerd te kijken en gebrek aan historisch inzicht.

Schilderij met v.l.n.r. de hoogleraren Mieke Bal, Anne van Grevenstein-Kruse, Aafke Hulk, José van Dijck, Marita Mathijsen. Beeld Rogier Willems

Als mede-geportretteerde is het niet aan mij de artistieke merites van het schilderij te bespreken. Maar de gronden waarop De Vries het schilderij afkeurt, hebben niets met artisticiteit te maken. Dat de persoonlijkheden van de geportretteerden niet tot hun recht zouden komen, mag ze vinden: dat is een kwestie van smaak. Maar de vooronderstelling dat de portretkunst daarvoor dient, is een twijfelachtige. Analyseer maar eens alle mannenportretten op hun persoonlijkheid. Het feit dat het hier een groepsportret betreft, leidt tot een denigrerende interpretatie: het is een theekransje, ‘een kiekje van een high tea’. Dit wijst op hardnekkige vooroordelen: dat je een paar vrouwen bij elkaar automatisch als theekransje ziet, en dat vrouwelijke geleerden, ‘gezellige tantes’, zich moeten bewijzen met kant-en-klare boeken, in plaats van wat ‘anoniem papierwerk’.

De compositie wordt afgekeurd omdat twee figuren ‘noodgedwongen’ staan, omdat er geen plaats voor ze zou zijn. Hebben we het hier over een te kleine kamer in de werkelijkheid of over een schilderij waarvan de compositie tracht variatie, beweging en actie aan te brengen in wat anders een statische rij zou worden?

Hier wordt niet gekeken: niet naar de spiegel die de ruimte verticaal vergroot en ook aangeeft; dat de vellen beschreven papier meer symbolische waarde hebben dan de toga’s waarin de professoren in de traditionele portretten zijn gehuld, en daardoor onderling verwisselbaar worden. Niet naar de toespeling op de toga van de faculteit, afgesneden maar wel zichtbaar, althans voor wie kijkt.

Het oordeel van De Vries is ook ouderwets en ahistorisch. De geschiedenis laat zien dat groepsportretten anders zijn dan individuele portretten. Die laatste zijn vaak een eerbetoon aan belangrijke mensen, terwijl het groepsportret verwijst naar een functie in een team. Ik vergelijk Rogier Willems’ werk niet met Rembrandts Staalmeesters, maar één overeenkomst is er wel: wij staan hier niet exhibitionistisch op, wij vervullen sámen onze functie. En dat is in de huidige universiteit eerder teamwerk dan eenzaam in de studeerkamer zitten − hoezeer ook dat deel blijft van ons werk.

Op de compositie van dit afkraakstuk valt ook wel wat af te dingen. Herhalend de ‘juiste’ titulatuur opsommen is onnodig breedsprakig en statusgericht. Ook het toevoegen van voornamen wordt steevast gedaan bij vrouwen, niet bij mannen. Ik heb er geen behoefte aan dat bij ons mw. wordt toegevoegd, wat bij mannen niet gebeurt. En als hoogleraar heet ik Mieke, niet Maria.

Mieke Bal is emeritus hoogleraar Literatuurwetenschappen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden