OpinieGroepsdenken

Groepsdenken is de basisvoorwaarde voor overheersing en onderdrukking

Door corona zijn we erg bezig met de kwetsbaarheden van bepaalde groepen. Daarmee versterken we onbewust ook de boodschap dat we blijkbaar in groepen moeten denken. Dat heeft vele risico's, betoogt Esther van Fenema. 

Een protest tegen politiegeweld en racisme bij het Lincolnmonument in Washington.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Nooit stond het individu zo hoog op z’n eigen sokkel te glimmen als nu. Toch blijkt het groepsdier in ons lastig te temmen en raken we in de war door zijn donkere gegrom en oncontroleerbare impulsen.

In de kern blijven we groepsdieren en kunnen we het toch niet laten om te oordelen over die andere groep: beter, slechter, sneller, trager, slimmer, dommer, lelijker, knapper, beschaafder; ga zo maar door.

Ook al zijn de contouren van een groep nog zo vaag en impressionistisch, wij zorgen er wel voor dat we de groepsgrenzen zo snel en strak mogelijk definiëren. We voelen ons extra blauw of geel doordat we blauwe of gele taal uitslaan, trekken bijpassende outfits aan en gaan ons uiteindelijk steeds blauwer of geler gedragen. Het is helemaal mooi als er een conflict ontstaat tussen ‘een blauwe’ en ‘een gele’. Niks effectiever dan een issue met veiligheid en bescherming om de groepsband te versterken, zoals het (controversiële) Stanford-gevangenisexperiment destijds suggereerde.

Volgens historicus Yuval Harari zijn we als mens evolutionair geprogrammeerd om in kleine groepen samen te werken. Zo lang we elkaar persoonlijk kennen, zetten we er graag samen de schouders onder. Maar naarmate groepen groter zijn wordt samenwerken moeilijker en hebben we een verbindend verhaal nodig. Zonder een gedeelde overtuiging of geloof geen hechte groep.

Sinds de afgelopen decennia worstelen we met de enorme opdracht die we onszelf hebben gesteld: een gemeenschap vormen zonder de klassieke eigenschappen van een gemeenschap. Het groepsdenken zit nog altijd in onze aard, maar door de sterke weerzin tegen de emoties en geloofsartikelen die tot de Holocaust hebben geleid, zijn we terecht wantrouwig geworden.

Halfslachtige pogingen via facebookgroepen waarin we ons verbinden met mensen die ook graag veganistisch eten, een speciaal soort teckels fokken, dan wel voor of tegen een maatschappelijk fenomeen zijn, ervaren de meesten uiteindelijk niet als ‘the real thing’.

We voelen ons ontheemd en dolen eenzaam rond omdat we ons onvoldoende ‘onderdeel van’ weten. Geen wonder dat we longen uit ons lijf schreeuwen over elk topic dat ons de kans biedt om gezien en gehoord te worden.

Verbindend verhaal

Opeens was daar corona en realiseerden we ons dat we wel degelijk een groep zijn. De pandemie verschafte ons van het ene op het andere moment dat simpele maar ultiem verbindende verhaal: we worden allemaal bedreigd door een dodelijk virus.

Door massacommunicatie is iedereen direct op de hoogte van dit gemeenschappelijke verhaal en gedragen we ons ook hetzelfde, bijvoorbeeld als het gaat om de wereldwijde maatregelen. We kijken elkaar onwennig aan, maar het groepsdier in ons gromt tevreden over dit wrange maar oh zo welkome verhaal.

Corona smaakte naar meer: we schilderden de afgelopen tijd vol overgave spandoeken, bezetten pleinen en bestormden beelden om te laten zien dat we solidair zijn met die ‘andere’ groep, die in onze ogen onjuist wordt behandeld.

Dat gedrag is aan de ene kant nobel te noemen. Toch draagt het, zonder dat we daar bewust voor kiezen, ook bij aan dat vermaledijde groepsdenken waar we sinds De Verlichting juist zo graag van af wilden. Een verwarrende paradox.

Groepen hebben door de geschiedenis heen ook altijd als hét vehikel gediend om mensen redelijk klakkeloos te binden en zodoende macht te kunnen creëren. Op het moment dat iemand zich deel van een bepaalde groep waant, verbleekt er een bepaalde mate van eigenheid, inclusief kritisch denken. Men is in de eerste plaats een groepslid dat onvoorwaardelijk het groepsbelang dient. 

Groupthink

Irvin Janis onderzocht het fenomeen groupthink in de jaren ‘70 en concludeerde dat mensen die nauw met elkaar samenwerken en daarbij een hechte groep vormen zoveel waarde hechten aan de unanieme groepsmening, dat deze unanimiteit belangrijker wordt geacht dan een kritische rationele instelling.

Als ik als ‘blauwe’ de straat op ga om tegen de ongelijke behandeling van de gele groep te demonstreren, is mijn belangrijkste primaire boodschap: er bestaat blijkbaar een gele en een blauwe groep. De goedbedoelde boodschap over onderdrukking en overheersing is secundair, en dus ondergeschikt.

Het baart me zorgen dat dat we onvoldoende lijken te beseffen dat groepsdenken de basisvoorwaarde is voor overheersing en onderdrukking.

Ook al bevredigt de groep onze basisbehoefte aan veiligheid en geborgenheid, laten we nooit vergeten dat ze historisch gezien altijd de kiem van catastrofe in zich meedraagt.

Esther van Fenema is psychiater, opiniemaker en violist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden