Opinie

Groeperen van leerlingen leidt wél tot betere prestaties

Het groeperen van leerlingen naar leerprestaties verbetert die prestaties, als je het maar goed doet.

Leerlingen van de Beatrixschool in Haarlem. Beeld ANP XTRA

In de Volkskrant van woensdag bekritiseren Herman van de Werfhorst en Thijs Bol een CPB-rapport dat een advies gaf voor een vroege groepering van leerlingen op basis van leerprestaties. Zij hekelen dat dit advies gebaseerd is op één enkele Keniaanse studie, en bewisten de conclusie die uit die studie getrokken wordt. Dat is onterecht, want er is wel degelijk veel wetenschappelijke evidentie dat het groeperen van leerlingen de leerprestaties bevordert. Alleen hangt het ervan af hoe men dat doet.

Allereerst is het belangrijk op te merken dat Van de Werfhorst en Bol de vinger leggen op een terechte wonde: het onderwijsbeleid hoort gebaseerd te zijn op de best beschikbare, en volledige, wetenschappelijke evidentie. Dit CPB-advies voldoet in dit opzicht duidelijk niet. Er is in de wetenschappelijke literatuur heel veel onderzoek naar de effecten van het groeperen van leerlingen. Het CPB-rapport vermeldt er slechts enkele en negeert volledig de ongelooflijke hoeveelheid studies die er in de cognitieve psychologie, de pedagogische wetenschappen en zelfs in de economische literatuur werden gepubliceerd.

Advies hoeft niet verkeerd te zijn

De terechte ergernis over de smalle wetenschappelijke basis waarop het CPB-advies gebaseerd is, impliceert niet noodzakelijkerwijs dat het advies zelf ook verkeerd is. Van de Werfhorst schrijft daarover dat 'de conclusie vaak is dat de leerwinst zich hooguit voordoet aan de bovenkant, maar zeker niet aan de onderkant'. De auteurs concluderen dat het voor zwakker presterende leerlingen beter is om heterogene groepen te hanteren en leerlingen met verschillende vaardigheden langer bij elkaar te houden.

Ook deze weerlegging strookt niet met de omvangrijke wetenschappelijke literatuur die het CPB negeert en die inderdaad soms wat rommelig is. De wetenschap worstelt vaak met tegenstrijdige onderzoeksbevindingen en heeft daarom een techniek ontwikkeld waarin alle beschikbare gegevens over een bepaalde vraag gegroepeerd worden, om zo tot een samenvattende conclusie te komen: een meta-analyse.

Specifiek voor de vraag of leerlingen groeperen leidt tot betere leerprestaties bestaat er zo'n meta-analyse, de grootste, die maar liefst 129 wetenschappelijke studies samenvat die deze vraag onderzochten (Kulik & Kulik, 1992). De conclusies tonen dat het er vooral toe doet hoe men leerlingen groepeert. Als men leerlingen groepeert in leeftijdgebonden en volledig gescheiden klassen (multilevel classes, 56 studies), dan blijkt er inderdaad slechts een (klein) positief effect te zijn voor de sterkere leerlingen. Maar géén negatief effect voor zwakkere leerlingen.

Zwakkere leerlingen ook beter

Groepeert men leerlingen van verschillende leeftijden in niveaugroepen voor specifieke vaardigheden, zoals bijvoorbeeld lezen, dan presteren sterke maar ook zwakkere leerlingen beter. De winst door groeperen is bovendien sterker voor kwetsbare leerlingen. (cross-grade grouping, 14 studies)

Ook als men binnen een bepaalde leeftijdgebonden klas voor verschillende onderwerpen niveaugroepjes maakt (within-class grouping, 11 studies), dan presteren alle leerlingen, ook de zwakkere, beter.

Ten slotte bestudeerden 48 studies ook effecten van speciale programma's en studieversnelling, specifiek voor begaafde leerlingen, die ook een positief effect hebben.

Het groeperen van leerlingen leidt dus wel degelijk tot betere leerprestaties, voor sterke leerlingen, maar ook voor kwetsbare leerlingen, als men dit op een goede manier doet. Al deze effecten waren niet fantastisch groot, maar wel reëel en betrouwbaar. En het is uiteraard cruciaal dat de groepering van leerlingen gebaseerd is op het cognitief potentieel en niet beïnvloed wordt door de sociaal-economische afkomst van het kind.

Kosteloos

Belangrijk is ook dat dezelfde studies aantonen dat groeperen het zelfvertrouwen van kwetsbare leerlingen doet toenemen.

Een laatste belangrijk voordeel is tevens dat een dergelijke maatregel niks kost. Het is een ingreep die gedaan kan worden met de bestaande leraren en infrastructuur. In tijden van budgettaire schaarste is wat waar (ook al is het niet zo heel veel) voor geen geld allicht een goed idee. Een vergelijkbaar algemeen effect op leerprestaties met andere maatregelen zou allicht veel meer kosten. Dit advies van het CPB was dan ook zo gek nog niet.

Wouter Duyck is hoogleraar cognitieve psychologie aan de Universiteit Gent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.