Opinie Elektrisch rijden

Groene ridders zijn vooral druk met hun eigen portemonnee

E-rijders moeten niet klagen over de verdubbeling van de bijtelling. Ze houden genoeg voordelen, betoogt Volkskrant-redacteur Bard van de Weijer.

Een Tesla-rijder laadt de accu op bij een Fastned-snellaadstation langs de A4. Beeld Hollandse Hoogte / Phil Nijhuis

Code oranje in de groene wereld: volgens het vrijdag gepresenteerde Klimaatakkoord gaat de bijtelling voor elektrische auto’s volgend jaar van 4 naar 8 procent. Een verdubbeling. Schandalig, oordeelden clubs als de Vereniging Elektrische Rijders. ‘We balen als een stekker van het nieuwe Klimaatakkoord. Terwijl de landen om ons heen investeren in elektrisch rijden, remt het kabinet de ontwikkeling af!’, twitterde de club.

Maarten Steinbuch, hoogleraar autotechnologie aan de TU Eindhoven en terechte pleitbezorger van elektrisch rijden, zag een parallel met ‘de windenergiebusiness in de jaren tachtig’, waar slap en inconsistent overheidsbeleid de sector naar Denemarken en Duitsland verjoeg. ‘Wat we aan EV werkgelegenheid hebben opgebouwd, laten we ­versloffen. We gaan weer achterin de rij lopen’, twitterde hij.

Pardon?

Twee keer niks

Laten we de feiten even op een rijtje zetten. Je kunt betogen dat het niet netjes is van het kabinet dat het de bijtelling zomaar heeft verdubbeld. Volgens het aanvankelijke plan zou die ook volgend jaar nog 4 procent zijn. Voor sommige automobilisten is de verhoging inderdaad zuur. Vanwege de lange ­levertijd van veel (niet alle) elektrische auto’s, hebben sommigen een auto ­besteld die pas volgend jaar wordt geleverd. Deze pechvogels betalen dus onverwacht twee keer meer bijtelling.

Twee keer niks is bijna niks, leerde ik ooit van mijn wiskundeleraar. Dit geldt ook voor deze categorie. Want in plaats van een paar tientjes per maand gaan deze zakelijk rijders straks twee keer een paar tientjes betalen. Neem de Kia e-Niro (catalogusprijs ruim 42 duizend euro, levertijd negen tot twaalf maanden). Deze elektrische SUV kost de berijder maandelijks iets meer dan 50 euro aan bijtelling (Schijf 2/3). Dat wordt ruim 100 euro.

Tsjonge.

Vergelijk dat eens met de particulier die een kleine VW Polo rijdt via private lease. Die is inclusief benzine maandelijks zomaar 500 euro kwijt. Vijf keer zoveel, voor een klein autootje.

Nijlpaard met obstipatie

Het probleem is niet dat de bijtelling verdubbelt, het probleem is dat ze belachelijk laag was en dat volgend jaar ook nog steeds is. Gaan zakelijke rijders – veruit de belangrijkste markt voor e-auto’s – nu massaal weer een benzine-BMW of Mercedes rijden? Natuurlijk niet. Zie het verleden. Een jaar of tien geleden gold voor zogenoemde spaardiesels een ‘lage’ bijtelling van 14 procent. De rest moest 20 tot 25 procent aftikken.

Deze spaardiesels waren doorgaans tamelijk beroerde auto’s, omdat fabrikanten ze tot het uiterste hadden afgeknepen om de CO2-norm van maximaal 95 gram per kilometer te halen. Dat dit leidde tot een veel hogere uitstoot van schadelijke stikstofoxiden was iets waar weinigen destijds oog voor hadden. ‘Hij klinkt als een nijlpaard met obstipatie’, oordeelde ik in 2010 over zo’n auto. Toch gingen ze als warme broodjes over de toonbank. Omdat, heel begrijpelijk, automobilisten graag goedkoop rijden en daar kennelijk best iets voor willen laten.

Voor ‘gewone’ auto’s, ook hybriden, geldt nu een bijtelling van 22 procent. Logisch dat velen kiezen voor een e-auto. Maar dit doen zakelijke rijders ook nog wel bij 8 procent en zelfs bij 12 of 16. Want e-auto’s worden de komende jaren steeds goedkoper – Opel en VW brengen in 2020 prima bruikbare elektrische personenauto’s op de markt voor rond de 30 mille – en dat compenseert gedeeltelijk de hogere bijtelling. Wordt de EV business dus met pek en veren het land uitgejaagd, ‘zoals destijds gebeurde met de windsector’? Welnee. Zakelijke rijders rijden straks alleen niet meer bijna gratis, maar betalen wat meer mee aan de enorme kosten die de overgang naar duurzaam met zich meebrengt.

Loos klimaatalarm

Zwalkt het kabinet met zijn beleid voor e-auto’s? Juist niet. De komende jaren biedt het zekerheid, al kan bij grote marktveranderingen nog worden ingegrepen. De voordelen blijven voor e-rijders. Zo geldt vanaf 2025 een vaste aankoopbelasting (de BPM) van 360 euro per auto, een schijntje vergeleken met die voor fossiele auto’s. Wel gaan elektrische automobilisten vanaf 2026 volledig wegenbelasting betalen en geldt vanaf dat moment dezelfde bijtelling als voor fossiele auto’s. Verder daalt de bijtellingsvrije voet de komende jaren tot 40 duizend euro. Boven dat bedrag moet straks gewoon 22 procent worden betaald.

Een logische keuze: diverse analisten verwachten immers dat een elektrische auto rond die tijd net zo veel kost als een vergelijkbare fossiele variant, dankzij dalende accuprijzen en hogere productieaantallen.

Verder wil het kabinet de nu nog niet bestaande markt voor tweedehands ­e-auto’s stimuleren. De maatregelen moeten nog worden uitgewerkt, maar het is goed dat straks de gewone consument in staat wordt gesteld een e-occasion te kopen. Een mooi streven lijkt me, waarvan ‘de markt’ kan profiteren.

Met de nieuwe maatregelen geeft het kabinet de automobilist duidelijkheid tot 2030, precies zoals gewenst. De uitkomst is misschien minder gunstig dan gehoopt, maar de voordelen waren voor zakelijke e-rijders onevenredig groot. Van klimaatalarm is dus geen sprake, ook voor de e-rijder blijft code groen van kracht.

Bard van de Weijer is redacteur van de Volkskrant en volgt de auto-industrie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden