Toine Heijmans in Friesland

Groeien, dat moesten de boeren. En nu krijgen zíj het verwijt dat het landschap lijdt

Beeld de Volkskrant

Van bovenaf bekeken, bijvoorbeeld door het raampje van een vakantievliegtuig, is Nederland een fabriek. Alles daar is efficiënt, de wegen en de waterlopen, en iedereen draait productie. Boeren, maar ook dokters en wetenschappers. Zelfs de politiek is een bedrijf.

Het geloof in God is ingeruild voor een geloof in productieprocessen. Wat ze in die fabriek produceren is niet helemaal duidelijk – voorspoed, welvaart? Zolang alles maar groeit. Jammer dat het land zelf niet groter kan.

We gaan een mooi stukje grond bekijken, zegt Jantien. Van het lelijke heeft ze genoeg gezien. Het levert ook telkens ruzie op. Elke keer dat Jantien de Boer een stuk schrijft in de Leeuwarder Courant over het landbouwland dat onder haar ogen sterft, dat woestijn wordt, waar de vogels verdwijnen die de Friezen zo na aan het hart liggen, waar de geluiden verdwijnen, zijn er boeren woest.

‘Het voelt alsof ik oorlogsverslaggever ben’, zegt ze. ‘Dus ik let wat meer op mijn woorden.’

Jantien de Boer. Beeld Toine Heijmans

Landschapspijn

Jantien begon twee jaar geleden met schrijven over wat hoogleraar Theunis Piersma ‘landschapspijn’ noemt. Land dat kapotgaat aan de intensieve landbouw. Het gaat over topsportkoeien, turbogras, dode gruttokuikens, doodse stilte op gladgetrokken velden, negenmetermaaiers, stallen als sorteercentra, monocultuur en pesticiden. Ze herkent haar Friesland niet meer terug – het is bewegingsloos en stil geworden. Ze schrijft ‘berichten van het front’, publiceerde het pamflet Landschapspijn en is nog lang niet klaar.

Zit ze ’s avonds met haar hoofdredacteur bij de woedende melkveehouder Piet de Boer om het uit te leggen. Waarom de voorpagina wordt ingeruimd voor een verhaal-met-foto over dode gruttokuikens, ‘weggemaaid’ uit de ‘groene hel’. Piet vertelt over de hectare die hij inzaait met gruttomengsel, hartstikke duur, goed voor de vogels. Zegt ze: ‘Maar Piet, ik bedoel jou niet’.

Staat ze weer voor een zaaltje, ‘gróte kerels’. Zet ze de auto ‘met de kont tegen de stal’, je weet nooit, ze zijn retekwaad, en dan legt ze uit dat ze de boeren de schuld niet geeft. ‘De boeren zitten vast in een systeem’, opgejaagd door hun eigen melkcoöperatie, de banken, de agribusiness. Die houden zich stil. Net als de overheid, die het wel weet maar weinig doet. ‘De boeren zijn de dupe. Die zijn almaar gestimuleerd te groeien, en dan komt er zo’n stomme burgermevrouw vertellen dat ze lijdt aan landschapspijn.’

Niets aan de hand

Nu ziet Jantien hoe het Friese land polariseert. De spanning groeit. Het is als met de aardbevingen in Groningen: het duurde lang om te aanvaarden wat de gaswinning doet met het gebied. Alleen: hier zijn geen aardbevingen. Hier is op het oog niets aan de hand. Je ziet groene velden. De kenner ziet betonnen raaigras, de grond droog van de drainage. Het land van de plankgasboeren – een term die ze zelf ook gebruiken.

De woede van de boeren is zo slecht nog niet, zegt Jantien. ‘Er wordt in elk geval over gepráát.’ De zuivelcoöperatie, FrieslandCampina, deed al haar vragen af met korte mailberichten. Maar staat ineens open voor een gesprek.

Dus gaan we mooie grond bekijken, bij Rennie en Auke Stremler, voorheen plankgasboeren. Mooi gehobbeld is hun land, het water hoog in de sloten. Auke trok tien jaar lang als loonwerker het land strak met z’n machines en vond dat machtig. Geulen weg, het land egaliseren alsof er marmoleum op kwam. Het zag er prachtig uit. Nam de boerderij over van zijn ouders en fokte ‘melkfabrieken’, ‘zwaar gefinancierd’. Ook al kon het eigenlijk niet uit. Want zo deed iedereen dat, in de agro-industrie.

Auke Stremler. Beeld Toine Heijmans

Blaarkoppen

Nu ligt er ruige mest op het land van Auke. Hij heeft er blaarkoppen lopen, een nauwelijks efficiënt ras. Slecht voor de productie. Maar mooie beesten, die vlees leveren voor de boerderijwinkel van Rennie.

De vertegenwoordigers van de agro-industrie, die hem graag voetbaden voor de koeien verkochten, rijden zijn erf niet meer op. De koeien hebben geen voetbaden meer nodig, de ‘gezondheidskosten zijn minimaal.’ Hij was aan de vertegenwoordigers en hun laptops gewend geraakt, maar kan goed zonder.

De verandering komt van buiten: een herverkaveling, te weinig ruimte om te groeien, de kans om in natuurgebied te boeren. Het is eng. Maar zeven jaar later kunnen Auke en Rennie concluderen: ‘We verdienen nu meer met minder’.

De buurman bouwde een stal voor driehonderd koeien, en zit nu met de fosfaatellende. Evengoed had hij hetzelfde gedaan. Er wordt naar Auke en Rennie gekeken. Ze willen geen ruzie met de plankgasboeren - hij weet hoe het werkt. ‘Boeren lopen op hun tenen. En al die bedrijven verdienen er geld aan.’

Verandering, zegt hij ook, kan zomaar komen. Zoals bij hem. ‘Boeren zijn een beetje… die kijken eerst even hoe Stremler het doet.’

En aan een failliete fabriek heeft niemand iets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.