Column Thomas van Luyn

Grenzen stellen is zeg maar niet echt ons ding, Thomas van Luyn tijdens het partijtje van zijn zoon

Thomas van Luyn . column foto . valentina vos Beeld valentina vos

Jongeren, ik mag ze niet. Al sinds ik klein was niet. Nu is mijn zoon er ineens eentje, dus ik zal mijn oordeel moeten herzien. Hij is net 13 geworden, de eerste verjaardag op de middelbare school. Het dagprogramma: bioscoopje met z’n vriendjes, en daarna kwa... trouwens, zijn het nog vriendjes, of zijn het nu vrienden? Maten? Homies? Ik zal het hem moeten vragen, zoals zo veel tegenwoordig. Maar goed, bioscoop dus, naar het laatste Marvel-vehikel. Prima. Lekker rustig: hier is een emmer geld, nu opzouten. Helaas was dat slechts deel 1 van het programma. Deel 2 was het gevreesde slaapfeestje. Gelukkig nog geen meisjes, anders had ik echt niet geweten wat ik had moeten doen. Het was al lastig genoeg. Het kleine broertje sliep al, dus ik moest een roedel kakelverse pubers verzoeken ‘het een beetje stil te houden’, een oer-Hollands, anti-­autoritair, vaag en volkomen negeerbaar verzoek. Dat is zoiets als Schiphol vragen zich in te spannen om de overlast te beperken. Ja hoor, doen we. Hoor je die herrie? Moet je nagaan als we ons niet zouden inspannen zeg.

Grenzen stellen is zeg maar niet echt ons ding.

Ons huis heeft nogal wat trappen, dus dat betekende voor hen veel op en neer rennen om redenen die het volwassen verstand niet kan bevatten. Dat ging gepaard met zoveel gejoel en gekrijs dat ik niet eens tv kon kijken. Ik overwoog een koptelefoon op te zetten, maar moest van mezelf, als enige volwassene in huis (mijn vrouw was wijselijk uitgegaan) alert blijven voor het geval een van die jongvolwassenen zichzelf in de fik zou steken, of een oog zou verliezen. Dat zijn geen willekeurige voorbeelden: beide zijn gebeurd op mijn 13de verjaardag. Mijn vriendje Pieter Wagenaar zei dat hij kon vuurspuwen. En zowaar, hij spoot een aansteker bijna geheel in zijn mond leeg, knipte het vuur aan en spoog het gas in de open vlam. Het was spectaculair, en kostte hem zijn neushaar en zijn wenkbrauwen. ­Patrick Verloop wedde dat hij met de punt van een passer zijn oog kon aanraken – en verhip, hij kon het inderdaad, al perforeerde hij daarbij zijn hoornvlies.

Meisjes hebben gelijk: jongens zijn gek.

Na de bioscoop en het trappen op en neer rennen mochten ze nóg een film kijken, op de beamer met patat en frikandellen erbij, gegarneerd met copieuze hoeveelheden mayo en pindasaus. Ondanks een ferm ‘Jongens, proberen jullie het wel een beetje netjes te houden?’ eindigde de meeste saus tussen de vloerplanken en op onze (nieuwe) bank.

Daarna gingen de heren kletsen, in plukjes verspreid door de huiskamer. Het was een vreemd gezicht: er was geen muziek, geen drank en er waren geen meisjes, en toch was het net een feestje. Ik besefte: ze oefenen. Onbewust werden ze door Moeder Natuur voorbereid op wat ze te wachten staat: bruiloften, begrafenissen en vrijmibo’s. Er zaten er tussen die vanzelf één hand in de zak staken, met het glas cola in de andere hand gebaarden. Alsof ze op de hockeyclub stonden af te pilsen. Van wie leren ze zoiets? Zit het in de genen?

Om elf uur stuurde ik ze mijn kantoor in, waar ze met matrassen en luchtbedden kamp hadden opgeslagen. Elk kwartier ging ik vragen of ze nu toch echt eens wilden gaan slapen. Het antwoord was telkens ‘nee’.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden