ColumnPeter Buwalda

Graag stel ik me voor dat Philip Roth F.B. Hotz gelezen heeft, en toen Lonoff verzon

Vorige week vroeg ik of het iemand was opgevallen dat er in het werk van Philip Roth een personage voorkomt dat griezelig veel lijkt op F.B. Hotz, de illustere schrijver van korte verhalen. In geval van ‘nee, niet opgevallen’ zou ik vandaag, als ik zin had, uitleggen wat er allemaal gaande was.

Geen reactie. Dat leek me een ‘nee, niet opgevallen’, dan wel een ‘lazer op, wij willen naar de nagelstudio’.

Dank hiervoor, mensen. Want ik sta uiteraard te popelen om deze zaak tot op de bodem uit te spitten.

Welnu.

F.B. Hotz debuteerde in 1976 met Dood weermiddel, ik was toen 4 en druk met mijn eigen debuut, waardoor ik me de sensatie rond Hotz’ entree nog wel herinner: een man van 54 die uit het niets (waar anders uit, dacht ik zurig) tevoorschijn trad met volgens omstanders geheel eigenzinnige, stilistisch superieure, de tijdgeest volstrekt negerende verhalen, die ik overigens pas de afgelopen weken eens ben gaan lezen. Kalm aan. Hotz is dit jaar twintig jaar dood, de literaire gunst heeft zich verlegd naar Lucinda Riley, dus inmiddels kan ik ruiterlijk toegeven wat Maarten ’t Hart meteen al opmerkte: het beste proza van 1976 kwam inderdaad van dhr. Hotz. Qua stijl en inhoud was er volgens Maarten geen vergelijkbare schrijver te vinden, wat het nog niet eenvoudig maakte een trefzekere karakteristiek van zijn werk te geven.

Daar komt Philip Roth om de hoek kijken. (Mooi cliché, vind ik, je ziet het voor je: ’t Hart bij Hotz in de woonkamer, ik op mijn skelter in de tuin, en dan ineens die kop van Roth om het muurtje.) In 1979 schreef hij The Ghost Writer, waarin Zuckerman een bezoek aflegt aan E.I. Lonoff, een teruggetrokken schrijver van korte verhalen en een onvoltooid gebleven roman, die uitmunten in doorwrochte preciesheid, originaliteit van stem (check). De verhalen handelen over een lang vervlogen wereld (check), de personages zijn antihelden (check), de schrijver ervan is een bedaagde gentleman van wie maar één foto in omloop is (check), die zich nimmer laat interviewen en zijn schrijversbestaan aldus omschrijft: ‘Ik gooi zinnen om. Dat is mijn leven. Ik schrijf een zin op en daarna gooi ik hem om. Daarna bekijk ik hem en gooi hem nog een keer om. Daarna ga ik lunchen. Daarna ga ik verder en schrijf weer een zin op. Daarna drink ik thee en dan gooi ik de nieuwe zin om.’

Check.

Buitenkant klopt dus. Roth heeft zelf beweerd dat hij Lonoff losjes baseerde op Bernard Malamud, maar dat is onzin. Zeker, Lonoff schrijft over joden, net als Malamud, maar Malamud was vooral een romancier, natuurlijk. Hotz en Lonoff niet. Aan de binnenkant is het nog Hotzer.

Als Zuckerman Lonoffs handvol verhalenbundels (check) vijftig jaar later herleest, klinkt er een raadselachtige gong in zijn hoofd, de verhalen paren een onbegrijpelijke hoeveelheid luchthartigheid aan precies zoveel ernst (check), het zijn net sprookjes van Moeder de Gans die van binnenuit verlicht worden door het brein van Pascal. (Nog maar eens: check.)

Graag stel ik me voor dat Roth F.B. Hotz gelezen heeft, en toen Lonoff verzon. Onzin natuurlijk, of het moet via Michaël Zeeman zijn gegaan, ik geloof de enige Nederlander die hem kende? Maar die was pas 19, ofzo. Daarbij zou het een vreemde actie zijn, met twee onvertaalde verhalenbundels naar Philip Roth vliegen – alstublieft, wie weet heeft u er wat aan, voor in The Ghost Writer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden