Column

Goede doelen: wanneer ze je in hun macht hebben, laten ze je niet meer gaan

Beeld de Volkskrant

De avond was koud voor de tijd van het jaar. In de miezerige schemer liepen tegen negenen twee meiden met collectebussen over de galerijen van de seniorenflat achter mijn huis. Ze belden overal aan en vertelden iedereen hetzelfde, opgewekte verhaal over een speciale buitenspeeldag voor kinderen met kanker, waarvoor ze geld inzamelden.

Overal gingen de deuren moeizaam open, alsof ze even oud waren als de bewoners, de gezichten kwamen met tegenzin tevoorschijn. ‘Nee, dank u wel’, was het algemene antwoord, waarna de senioren alweer snel in de donkere halletjes terugstapten. De meiden: ‘Nee, top. Dat begrijpen we helemaal.’

En, terwijl de deuren in de sloten vielen: ‘Fijne avond nog!’

De volgende ochtend was het mooi weer. De zon lokte al vroeg een buurman naar buiten. Hij zette een tuinstoel op de galerij en ging daar in een wit tennisbroekje op zitten, de lottoformulieren op schoot. En er kwam een buurvrouw naar buiten met een harde stem en een lage frustratietolerantie, wat jammer was, pech – andersom had je er een prima buur aan gehad.

‘Nou’, zei de buurvrouw, ‘ik heb wel even naar die meiden geluisterd, gisteravond, maar het was zo’n lang verhaal!’ Ze plukte in de plantenbakken aan de reling. ‘Ik heb haar wel onderbroken, op een gegeven moment. De beslissing was al gevallen.’

‘Ja’, zei de buurman. ‘Ja. Ja.’ Van de zijkant bezien, zo met de neus, de kin en de mondhoeken, leek hij wel wat op Jan Klaassen, de held uit het eeuwenoude poppenkastspel, een Jan Klaassen die nog nooit een prijs met de lotto heeft gewonnen.

‘Waar ik wél medelijden mee heb’, zei de buurvrouw, ‘is met die mensen die op straat staan, weet je wel. Bij de supermarkt of de Mediamarkt. Dan komen ze op je af en zeggen ze’ – ze zette een Hollands accent in – :‘Mag ik even met u praten, mevrouw?’ Ze zuchtte. ‘En dan zijn ze van Artsen zonder Grenzen en dan ben je abonnee elke maand.’

‘Ja, ja’, zei de buurman, met korte, vettige nadrukjes. ‘Ja. Ja.’ Bij iedere ‘ja’ leek hij licht uit zijn stoel op te wippen, alsof hij telkens even zijn been- en bilspieren aanspande.

‘Nou’, zei de buurvrouw, de handen aan de reling en de neus omhoog, ‘dat doe ik niet meer. Daar begin ik niet meer aan. Ik wil zélf beslissen.’ Ze wierp een alleszins redelijke blik in de tuinstoel. ‘Als het nou eenmalig is, en ze komen aan de deur.’

‘Ja’, zei de buurman. ‘Ja. Ja. Dan zit je eraan vast, hè. Dan zit je eraan vast.’

‘Ik heb één keer’, zei de vrouw, ‘van de loterij of zo, dat gedaan, met elke maand een automatische afschrijving. ‘Nou’, zei ze, verbluft, ‘daarna kreeg ik een briefje dat het maandbedrag was verhoogd.’

‘Ja, já’, zei het tennisbroekje. ‘Dan hebben ze je in hun macht, hè. Dan hebben ze je in hun macht.’ Hij opende zijn hand en kneep die langzaam samen tot een vermalende vuist, en bleef daar nog een tijdje naar kijken, met kleine ogen en een scheve mond. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.