COLUMNSylvia Witteman

Godverdomme, we gaan er allemaal áán, dacht ik toen, in maart

Ik stond in de rij voor de bakker. Er staan al maanden overal rijen, maar het lijkt de laatste tijd wel of ze langzaamaan korter worden. Of begint het gewoon te wennen? Alles went.

Voor me stonden twee mannen, kennelijke bouwvakkers, een tengere en een brede, van een jaar of 40, in van die noest bevlekte overalls. ‘Ik zou dus zaterdag met Willem een keukentje opknappen’, zei de brede. ‘Bij een kennis. Daniëlle, in Osdorp. En toen belt Willem vrijdagmiddag dat hij corona heeft. Dus dat ’t niet doorgaat.’ De tengere knikte kalm.

‘Dus ik zeg: Willem, wat maak je me nou?, vervolgde de brede. ‘Wat nou corona, je klinkt helemaal niet ziek! Nee, maar hij was verkouden, en hij had zich laten testen, en hij hééft het dus. Hij is niet hondsberoerd of zo, helemaal niet, maar hij gaat dus wél thuis zitten. Snap jij dat nou? Ik zeg nog, Daan is een gezonde Hollandse meid, die valt echt niet dood neer als jij een keer tegen haar keukenplafonnetje hoest, hoor...’

De tengere lachte. ‘Mijn broer heeft het ook gehad’, sprak hij. ‘En die is eigen baas, dus elke dag thuis is puur verlies. Die is na twee dagen gewoon weer aan het werk gegaan. ’t is toch allemaal in de buitenlucht, hè, dus wat kan dat voor kwaad? En ik zeg: had je dan ook niet laten testen. Wat niet weet wat niet deert.’ Ja, dat vond de brede ook. ‘Twee keer niezen en ze rennen naar de GGD. Aanstellerij...’

Hun gesprek kabbelde voort, over een schoonzus, een zoon en de vrouw van John, allemaal corona gehad; viel allemaal reuze mee. Ook zelf ken ik nogal wat mensen die het gehad hebben, merendeels met de obligate ‘milde klachten’.

Ik dacht terug aan een ochtend in maart. Corona was in Nederland nog iets wat zich voornamelijk op de tv afspeelde. Akelige beelden van creperende Chinezen in propvolle ziekenhuizen en lange rijen doodskisten in Italië. Lekker vér.

Toen kwamen er, op die ochtend in maart, twee brandweerauto’s mijn straat in rijden. De straat werd afgezet; twee mannen in hermetisch gesloten maanpakken klommen via een hoogwerker een raam binnen. Toen ze eruit kwamen hadden ze een, ook weer hermetisch verpakte, roerloze gestalte op een brancard bij zich. Een ‘vermoedelijke coronapatiënt’, schreef de krant die avond.

Met loeiende sirenes reden de brandweerauto’s weg. Daarna werd de straat schoongespoten, ook weer door mannen in maanpakken. De hele operatie duurde anderhalf uur en al die tijd keek ik met puilende ogen van angst toe. Godverdomme, we gaan er allemaal áán, dacht ik toen, in maart.

Maar ja, alles went. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden