LAAT HET STOPPENEmma Curvers

Glamping bestáát niet, stelde ik vast toen de doorweekte tent over onze hoofden ineenzakte

Niet alle moderne verschijnselen hoeven we goed te keuren. Er zijn zaken waar we ons tegen kunnen, nee móéten verzetten. Deze week wil Emma Curvers niks meer horen over glamping.

Even vooropgesteld: ik ben geen kampeertype. Kamperen zou in gewone jaren niet in me zijn opgekomen, maar de opties waren mid-lockdown beperkt en de bladen sloegen opgewekt binnenlandse alternatieven voor: waarom ging ik niet glamperen? Ze zaniken daar al een jaar of tien over, maar nu begon ik het toch voor me te zien, al bladerend en klikkend: mezelf op een zebravel voor zo’n Out of Africa-achtige safaritent, keuvelend met mijn geliefde bij een kampvuur. Compleet geaard zou ik door een nabijgelegen korenveld lopen, onderweg bramen en bloemen plukkend. Ja, dacht ik, misschien waren mijn kampeerherinneringen alleen zo grauw gekleurd door mijn bekvechtende ouders (‘Wie krijgt de caravan als jullie gaan scheiden mama?’), misschien was kamperen tóch leuk, mits je er dus het woordje glam aan toevoegt.

Glamping is, las ik, ‘dé manier om de ongetemde natuur te ervaren zonder in te boeten aan comfort’, en ‘de charme van vroeger met het gemak van nu te combineren’. Nu had ik natuurlijk gewaarschuwd moeten zijn door de tegenstelling tussen ‘ongetemde natuur’ en ‘comfort’. Maar de kiem voor het onzalige plan was al gelegd en ik hoefde slechts nog te kiezen uit de verschillende typen glampementen: Mongoolse yurts, woodlodges, pods, tipi’s, herdershutten en hobbithollen – eigenlijk elk verblijf onder een sjofele overkapping dat géén hotel is en verstoken is van isolatie of riolering, heet inmiddels glamping.

Dus stond ik wat weken later in een duinpan vol identieke tenten, die we deelden met tientallen luidruchtige jonge gezinnen, die de hele dag af en aan reden met Tesla’s vol ‘mooie wijnen’. Zomer, maar de grootste storm van het jaar kwam eraan. Het duurde een aantal slapeloze nachten, onder het klapperende tentdoek en de zuchtende tentpalen, voor ik voorzichtig begon met klagen. Voorzichtig, want: had ik dan niet begrepen dat het júíst draait om deze ongerepte ervaring, om de eenwording met de elementen? En die gammele wifi zorgt natuurlijk voor die vurig gewenste gesprekken en avondjes ganzenbord. Maar waarin school dan het glamoureuze gehalte en waarom hadden we hier nou het equivalent van een vijfsterren all-inclusive-vakantie naar Alanya voor neergeteld?

Tja. Wat kamperen glamperen maakt, is het dunne laagje Ibiza-romantiek: het Afghaanse kleedje voor het bed, de kroonluchter die in de nok hangt, en de schapenvellen op de schommelbank. Het is een grootstedelijk idee van een authentieke natuurervaring, aangevuld met de wijnkaart, de steenmassage, yogales, bootcamp en de verhuur van VanMoof e-bikes. Glamping is uitgevonden om het gore, stoffige en gewone aan kamperen te herverpakken als het perfecte sepiakleurige plaatje.

En ik als randstedelijke schermverslaafde ben natuurlijk het ideale slachtoffer. Pas toen de doorweekte achterkant van de tent ’s nachts over onze hoofden ineenzakte, stelde ik vast: glamperen bestaat niet. Morrend trokken we wat vochtige lappen aan, ik scheen met mijn telefoon tussen de brandnetels terwijl hij de losgeschoten haringen terugstak in de natte drek.

De ochtend na de doorwaakte stormnacht maakten we de schade aan de tent op. Het glampeergebied deed verlaten aan, de bewoners van de omver gewaaide tipi’s waren ondergebracht in het yogazaaltje, vaders laadden de lege flessen en de loopfietsen in de hybrides en reden weg. Voor de tent zocht ik naar hotels in de buurt, mijmerend over zware witte badjassen, kleine flesjes crèmespoeling en roomservice. De glampeerbeheerder kwam langsrijden: een bonk van een vent in windjack, een hamer in de ene hand en een emmer haringen in de andere. Een échte kampeerder, zo te zien. Hij knikte naar de tent, ik zei dat ik toch bang was dat de boel alsnog zou instorten. Terwijl hij voor de vorm een haring in de grond sloeg, barstte de man uit in bulderend gelach. Dat snapte ik wel.

Oproep

Op 7 november verschijnt het 1.000ste nummer van Volkskrant Magazine. Daarin maken we ruimte voor u! We kunnen uw enthousiasme gebruiken bij een van deze onderwerpen:

- Maak een foto van uw zaterdagochtendmoment met het magazine. Die foto’s willen we graag laten zien.

- Schrijf een column in de stijl van Eva Hoeke. Eva kiest een winnende column, die we publiceren met haar commentaar.

- Spreek u uit: welk moderne verschijnsel moet er wég? Met uw reacties maken wij een aflevering van onze slotrubriek ‘Laat het stoppen’.

Mail voor maandag 19 oktober uw reacties naar 1000@volkskrant.nl en zet in de onderwerpregel: foto, column of stop.

(Meerdere inzendingen in losse mails)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden