Essay

Gezondheid mag nooit een verplichting worden

null Beeld Pete Ryan
Beeld Pete Ryan

De aandacht voor het lichaam was al groot, maar sporten en gezond eten worden inmiddels gezien als het enige wapen in de strijd tegen corona, concludeert Sarah Sluimer. Het contrast met de aandacht voor cultuur is schrijnend.

In het voorjaar van 2020 leek de pandemie voor degenen die niet direct getroffen waren enigszins op vakantie. De dagen werden langer en er mocht best wat gedronken worden. Op een warme avond, we zaten in de tuin, hadden mijn vriend en ik beneveld Mens durf te leven in de versie van Ramses Shaffy opgezet. Ik was net van plan mee te bassen, toen ik zijn ogen zag oplichten en hij met een glas wijn in zijn knuist druk gymnastiekoefeningen begon te doen op de maat van de muziek. Hij riep daarbij van allerlei opzwepends, zoals ‘èèèn go!’ en ‘vijf, zes, zeven acht, hoppa!’, terwijl hij squats deed en overdreven met zijn armen zwaaide, waardoor de wijn op de tegels van het terras plensde.

Ik moest onbedaarlijk lachen. Het was niet alleen vanwege het feit dat hij in het dagelijkse leven niet erg sportief is, het absurde contrast van het glas, Ramses’ groots en meeslepende levenslied met teksten als ‘Het leven is heerlijk, het leven is mooi. Maar vlieg uit in de lucht, en kruip niet in een kooi’, in combinatie met de begrenzing van ons achtertuintje en de afgemeten, fanatieke oefeningen. Het was een gretige lach, zo een die iedereen weleens heeft als een grap een actuele situatie in een ander licht zet.

In diezelfde week zei de beste vriend van onze premier, tv-presentator Jort Kelder: ‘We zijn 80-plussers die te dik zijn en gerookt hebben aan het redden.’ Die uitspraak joeg velen de gordijnen in. Kelder overtrad een grens waar hij ver van moest blijven, zo vonden velen. De waarde van een mensenleven afmeten aan de toestand van het lichaam kwam de meesten toen nog grotesk en beangstigend voor. ‘We moeten er met z’n allen doorheen komen’, was de tendens: onverschrokken en saamhorig.

Ja, er was natuurlijk de afgelopen jaren flink aan de poten van het collectief gezaagd, door een overheid die solidariteit stelselmatig ondermijnt. Maar de dreigende dood zou ons juist weer bij elkaar brengen, zo werd gehoopt, terwijl mensen geduldig in hun woning wachtten, klapten voor de zorg en bloemen brachten tot aan de hekken van de huizen waar de ouden en zieken woonden.

Nu, een jaar verder, zou Kelders uitspraak slechts een rimpeling in het water veroorzaken. De meesten hebben, zo bleek ook uit de recente verkiezingsuitslagen, weinig meer met de ander op. Gedreven door vrijheidsdrang zijn velen bereid de kwetsbaren het eigenaarschap over hun leven te ontnemen. ‘Zet ze apart, zodat de rest kan leven’ is een aanpak die Forum voor Democratie en belangenorganisaties als Herstel-NL voorstaan. Dit zou dan niet alleen voor de oude, maar ook voor de dikke en ongezonde mensen gelden: iedereen in een kwetsbare positie dus.

Gezondheid onderhouden

Parallel daaraan loopt een andere ontwikkeling. Het onderhouden van onze gezondheid staat steeds meer centraal in het leven. Niet langer heeft dat alleen maar te maken met een streven naar mentaal welzijn of ijdele motieven. Sporten en gezond eten zijn een wapen geworden in de strijd tegen covid. Fitte mensen hebben immers minder last van een infectie, luidt de redenatie.

Zo is daar de lobby van sportschoolhouder en bekende Nederlander Arie Boomsma, die de sportscholen weer open wil, omdat ‘trainen het beste schild tegen epidemieën’ vormt. Een enigszins twijfelachtige claim, al was het alleen maar omdat Boomsma grote persoonlijke belangen heeft bij een florerende fitnessindustrie. Hij is immers, als eigenaar van drie sportscholen, financieel slachtoffer van de lockdown en vertegenwoordigt daarnaast online met verve de groep Nederlanders voor wie toegewijde training een kern van het bestaan vormt. Kennelijk is buitensporten voor hem niet afdoende. In de talkshow Op1 speculeerde hij vorige week: ‘Er komt een covid-20 en een covid-21’, en concludeerde vervolgens dat het antwoord op ‘alle vragen’ rondom overvolle intensive cares en oplopende cijfers gezondheid, beweging en voedingseducatie is.

Op Instagram stelt hij de vraag: ‘Hoe zorgen we ervoor dat ook onze overheid het vreemd gaat vinden dat fastfoodketens open zijn, maar yogascholen dicht?’ en roept hij het kabinet op de resetknop in te drukken met betrekking tot voeding, beweging en mentaal welzijn. Ook de directeur van volleybalbond Nevobo, Joop Alberda, stelt: ‘We krijgen in deze pandemie aan alle kanten het bewijst dat sport, naast vaccineren, het gratis medicijn is om een immune samenleving te creëren.’

‘We zijn miljoenen coronakilo’s aangekomen’, zei premier Mark Rutte een poosje geleden nog zorgelijk. NOC*NSF stelde dat 4,5 miljoen Nederlanders minder bewegen sinds de sportscholen gesloten zijn en dat dus een tweede ‘mentale en fysieke’ gezondheidscrisis dreigt. In een campagne pleiten ze nu voor het openen van ‘de hele sport’. Ook ic-arts en OMT-lid Diederik Gommers keerde op zijn aanvankelijke schreden terug: ‘Eigenlijk hadden we sporten en naar buiten gaan meer moeten stimuleren: dat had de eerste maatregel moeten zijn bij de versoepelingen (...). Eigenlijk is het altijd goed om te bewegen, wat af te vallen.’ De Sportraad heeft inmiddels gepleit voor 1 miljard euro extra voor sport. Sport moet een publieke voorziening worden: ‘Geen hobby, maar een noodzaak voor een vitale en veerkrachtige bevolking.’

null Beeld Pete Ryan
Beeld Pete Ryan

In het land van Mark Rutte en Willem-Alexander is sport altijd al het bastion van onze gemeenschappelijke identiteit geweest: voetbal, schaatsen en de Koningsspelen zijn essentieel binnen onze volkscultuur. Het was een goede gewoonte van Rutte om elke vrijdag voor de ministerraad met de andere bewindvoerders te sporten. En neem nu ‘Sport Verenigt Nederland’, het motto van het Nationaal Sportakkoord uit 2018. Een doorwrocht initiatief van het demissionaire kabinet, waarbij sport door middel van fikse financiering en organisatie wordt gewaarborgd als van ‘grote waarde voor individuen en onze samenleving.’

Lichaamscultuur is al langere tijd dominant, ook bij de avant-garde: de jonge, ‘bewuste’ denkers, beroemdheden en een deel van de intellectuele voorhoede. Presentatoren en artiesten tonen op Instagram trots hun daily gym routine en hun bewuste voedselinname alsof hun squats meesterwerken zijn en de overnight oats waarmee ze ontbijten de pilaren van het bestaan. De huidige feministische golf heeft het lichaam als strijdtoneel gekozen, waarbij het verzet bestaat uit het acceptabel maken van allerlei verschillende uiterlijkheden. Het lichaam een beetje negeren is in elk geval al lang geen optie meer.

Verantwoord burger is gezond

Maar ‘gezond leven’ is, met covid als grootste aanjager, steeds meer een maatschappelijke verplichting geworden. Een verantwoord burger is nu een fitte burger: eentje die geen ziekenhuisbedden bezet houdt en de samenleving niet op extra kosten jaagt met zijn vette romp of haar vieze longen. In iedere covid-persconferentie wordt de mogelijkheid buiten of binnen te sporten, en in wat voor groepen dan en vanaf welke leeftijd, uitgebreid besproken. Het benadrukken van het belang van fysieke gezondheid lijkt op het eerste gezicht louter positief. Want wat is er eigenlijk mis met het stimuleren van het individu om blakend en zonder te veel kwalen oud te worden?

Het contrast is alleen zo schrijnend met het totale gebrek aan aandacht voor bijvoorbeeld de dichte bibliotheken, die al maanden wachten op schoolkinderen en op literatuurliefhebbers die al voor de coronacrisis op ruime afstand van elkaar in stilte hun hersenen aan het werk zetten. Ook aan degenen die hun mentale gezondheid op peil willen houden door middel van museum- of concertbezoek besteedt onze regering geen begripvol woord. Zo heeft de theaterlobby, waar mensen in strak georganiseerde setting op ruime afstand van elkaar in alle rust een voorstelling tot zich nemen en waar, toen een klein publiek nog welkom was, geen besmettingen hebben plaatsgevonden, amper slagkracht. Ja, er is nu onder de noemer ‘Fieldlab’ sprake van kleinschalige testevenementen en daar vallen culturele uitjes onder. Maar ook casino’s, sportevenementen en dierentuinen.

Kunst en cultuur als pijlers van welzijn en vooruitgang zijn vrijwel geheel uit onze taal en handelen verdreven, terwijl die elementen in buurlanden toch nog steeds als ijkpunt van individuele beschaving en gemeenschappelijk welzijn gelden. Sinds de bezuinigingen op kunst in 2012 is het al heel gewoon geworden kunstliefhebbers en kunstenaars als parasieten of uitzuigers te beschouwen. En afgezien van de afgetreden PvdA-fractievoorzitter Lodewijk Asscher, die in het najaar een grootscheepse actie opzette om de cultuursector steun te bieden en het belang van kunst voor de samenleving nog eens te benoemen, bleef het ijzingwekkend stil in Den Haag. Natuurlijk blijven er hartstochtelijke pleitbezorgers van de kunsten bestaan. Zoals Ilja Leonard Pfeijffer onlangs nog schreef: ‘Zingen in een vol theater, (...) onzichtbaar huilen in een volle bioscoop, geraakt worden door een toneelstuk en daarover na afloop niet uitgepraat raken in de van geestdrift zoemende foyer, dat zijn de dingen die het overleven zin zouden moeten geven. (...) Wie zegt dat kunst slechts franje is, heeft gelijk, want het gaat om de franje.’

Wat vinden we écht belangrijk

Maar nu we in de hogedrukpan die covid is collectief moeten bedenken wat we écht belangrijk vinden in Nederland, blijken politieke partijen en een groot deel van de burgers de geestelijke honger naar de essentiële franje van Pfeijffer op geen enkele manier te erkennen. Kunst is voor Rutte en consorten dan ook franje in de meest vernederende zin van het woord: niet noodzakelijke afleiding van het echte leven, een frivoliteit, van geen direct belang bij het bewaken van de burgergezondheid. Tel daar de burgers bij op die kwetsbaren met liefde hun burgerrechten ontnemen ten gunste van hun eigen plezier en degenen met een obsessie voor het lichamelijke en zie: een natie waar fysiek weerbare egocentristen de scepter zwaaien tekent zich langzaam af.

Wat zijn de mogelijke toekomstige consequenties van een maatschappij die de staat van het lichaam als belangrijkste graadmeter voor de waarde van een burger ziet? Te denken valt aan een schoolsysteem waarbij, net als in de Verenigde Staten, kinderen toegang krijgen tot universiteiten op basis van hun sportprestaties, maar veelbelovende muzikanten slechts met behulp van schaarse mecenassen naar de gewenste vervolgopleiding kunnen. Of aan zorgverzekeringen die jaarlijkse gezondheidstesten uitschrijven en mensen op basis van de resultaten hun recht op vergoeding toewijzen of ontnemen. Burgers selecteren op basis van hun gewicht: over een doodenge testsamenleving gesproken.

Zal de manager met een abonnement op spinninglessen gekoesterd worden en valt de bejaarde literator met vetzucht buiten de boot? En wordt als gevolg de maat van de vooruitgang eerder geslagen door degene met een uitstekend BMI dan door de afwijkende met de briljante geest, om maar iets te noemen? Gaan we op een dag enge fantasieën over het sluiten van fastfoodketens serieus nemen en daarmee een ernstige stap zetten in het wantrouwen van het individu en het inperken van het kernrecht op zelfbeschikking? En sterker nog: denken we nou echt dat we de risicoburgers op leeftijd, maar ook de bevolkingsgroepen die zich niet gehoord voelen, zo drammerig en autoritair in het gezondheidsgareel kunnen dwingen? Hebben we dan niets geleerd van afgelopen jaar?

Kunstenaarsromantiek

Door die scène in mijn achtertuin realiseerde ik me dat we op den duur afscheid zullen nemen van kunstenaarsromantiek als basis van geluk, verlichting of inspiratie. In die zin is het misschien niet erg dat tijden veranderen. Ramses Shaffy is namelijk ook een beetje een dweil die zichzelf kapot zoop en dat vrijheid noemde. Een sprookjesprins voor jonge lieden die op louter larmoyante wijze dwepen met het feit dat we op een dag allemaal doodgaan.

Maar toch. Shaffy heeft ons met al zijn gebreken meer geboden dan de sportreligieuzen met hun wens het leven zo lang mogelijk te rekken, zodat je nóg meer kan sporten. Het doodsaaie van een set crunches door een man met horkerige benen: het kan niet zo zijn dat we daarvoor harder applaudisseren dan voor een jazzimprovisatie. Sporten om gezond te blijven moet altijd een prettig middel blijven om andere dingen te kunnen doen: nadenken, liefhebben, plezier maken. Gezondheid zou dan ook altijd een aanbeveling en nooit een verplichting moeten worden, om zo te voorkomen dat degenen die niet kunnen of willen beantwoorden aan die voorwaarde onzichtbaar, of nog erger: verstoten worden.

Al met al moet verantwoord burgerschap per definitie gaan over het vermogen compassie te hebben met de ander, ook als diegene je geld kost of het leven op basis van andere ideeën inricht. En individuele waarde kent vele componenten, maar de toestand van het lichaam mag daar niet een van zijn. Een vooruitstrevende samenleving ondersteunt haar afwijkende burgers. En in een gezonde maatschappij is fysiek welzijn een schitterende bijvangst, maar nooit een harde eis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden