columnPeter Middendorp

‘Gewoon blijven staan’, zei de jonge vrouw. ‘Mannen hebben ook altijd hun ellebogen gebruikt’

In grote jubileumjaren laat uitgeverij De Bezige Bij groepsfoto’s van hun schrijvers maken, verspreid over de wenteltrap en verdiepinkjes in de bieb van het Rijksmuseum. De eerste keer dat ik erop mocht, zo’n twintig jaar geleden, hadden ze me een plek achter een pilaar gegeven, onzichtbaar voor de camera. Het was niet erg, ik kende mijn plaats als waterdrager. Wat wel erg was, heel erg: ik stond achter Yasmine Allas.

De schrijfster leunde over de reling, zodat haar achterwerk automatisch een eind naar achteren stak, terwijl daarvoor op dat smalle, volle schellinkje, omdat ik er stond, eigenlijk geen ruimte was. De fotosessie duurde eindeloos, en al die tijd duwde ik me zo plat mogelijk tegen de achterwand, in panische angst dat ik haar per ongeluk zou raken. Want o wee, wat zou het een toestand geven als ze zich plotseling zou omdraaien en uitroepen: ‘Ga je lekker, viezerik!’

Eind vorig jaar werd een nieuwe foto gemaakt. Ditmaal, nu ik het waterdragerschap enigszins ben ontstegen, hadden ze me een betere plek gegeven. Nog niet tussen de kanonnen op de wenteltrap, maar op het galerijtje ernaast, in het zicht van de fotograaf. Voor aanvang hield de uitgeefster me nadrukkelijk staande: ‘Deze keer wil ik je kunnen zien op de foto. Deze keer laat je je niet wegduwen, ja, heb je dat gehoord?’

‘Daar kun je op rekenen’, zei ik, en liep naar mijn plek, om daar te ontdekken dat er al enkele jonge vrouwen stonden. Ik kuchte, ik had mijn woord aan de uitgeefster gegeven, en tikte een jonge vrouw op de schouder. ‘Pardon’, zei ik, ‘het is heel vervelend, maar ik vrees dat je op mijn plek staat.’

De vrouw keek me een tijdlang roerloos aan, onbewogen, onaantastbaar als het achterwerk van Allas. Daarna haalde ze haar schouders op en wendde haar blik af. Uit een mondhoek zei ze tegen de jonge vrouw naast haar. ‘Gewoon blijven staan. Mannen hebben ook altijd hun ellebogen gebruikt.’

Mijn klomp brak. Wat een logica. Omdat machtige mannen vroeger talentrijke vrouwen hebben weggeduwd, mogen jonge vrouwen nu dichters met een 20-jarige staat van dienst – ja, ik dacht even aan anderen maar bedoelde natuurlijk ook mezelf – wegduwen? Dat leek me niet. Zo waren we niet getrouwd. Ik haalde adem en zei tegen mezelf: al is het in naam van de gelijkheid, dit hoef jij je niet nog eens te laten gebeuren.

Vorige week kreeg ik een puzzel van de auteursfoto opgestuurd; van de eerste foto heb ik ook zo’n puzzel. Ik sta er zichtbaar op ditmaal, heel zichtbaar: het bovenlichaam tussen twee lichamen door naar voren geperst, de vuisten aan de reling geklonken, het hoofd rood aangelopen, een verbeten trek om de mond en daarbovenop nog een ongeloofwaardig lachje. Als ik beide puzzels leg, inlijst en naast elkaar ophang boven de wc, kan ik iedere ochtend na het ontwaken meteen mijn persoonlijke ontwikkelingsgang zien van waterdrager tot zakkenwasser.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden