Gevaar niet geweken

In het rapport over de besluitvorming rond de oorlog in Irak concludeert de commissie-Davids dat de regering aan de Staten-Generaal (Eerste en Tweede Kamer) ‘geen volledige opening van zaken’ heeft gegeven over een verzoek van de Verenigde Staten voor militaire steun aan de inval. Op enkele plaatsen in het rapport is bovendien sprake van het verstrekken van informatie die niet klopte.

de Volkskrant


Het onvolledig en onjuist informeren van de volksvertegenwoordiging is een politieke doodzonde. De Grondwet stelt in artikel 68, dat de ‘inlichtingenplicht’ behandelt: ‘De ministers en de staatssecretarissen geven de Kamers (…) elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.’
Premier Balkenende (CDA) voelde de angel van Davids’ constatering al bij de presentatie van het onderzoek op 12 januari feilloos aan en nam diezelfde middag in een eerste reactie op een aantal punten afstand van het rapport. Bij de gebrekkige informatievoorziening had hij ‘een ander beeld’. Immers, Balkenende hield een onderzoek altijd af onder het motto dat er over Irak niets meer te vertellen viel dan wat altijd al was gezegd. Maar gedwongen door coalitiepartner PvdA kwam een dag later de reactie dat het rapport-Davids ‘leidend’ zou zijn bij het trekken van lessen uit het Irak-dossier en vorige week bleek dat het kabinet Davids’ feitelijke beschrijving accepteerde.

De grote vraag voor het debat van dinsdagavond over het rapport was daarom hoe de coalitie van CDA, PvdA en CU de politieke hobbel zou nemen van enerzijds het overnemen van Davids’ conclusies en anderzijds niet struikelen over de zonde van de vastgestelde én onderschreven, gemankeerde informatievoorziening.

Daartoe kwam CDA-fractieleider Pieter van Geel met een toverformule. Davids had een feitenrelaas afgescheiden en zich onthouden van een politiek oordeel. Het politieke oordeel van Van Geel was daarom dat kwalificaties als ‘onjuist’ en ‘onvolledig’ niet ‘in politiek-juridische zin’ konden worden uitgelegd. En dus, zei Van Geel, was hier ‘geen sprake van een artikel 68-zaak’. PvdA-fractieleider Mariëtte Hamer volgde die redenering in iets andere bewoordingen: het had anders en beter gemoeten. Een schoonheidsprijs verdient deze gang van zaken niet. Het scherpst was Femke Halsema van GroenLinks. Zij noemde de uitleg van de coalitie ‘postmodernistisch’. Niettemin was de kans toch al klein dat de coalitiepartijen van Davids nog een breekpunt hadden willen maken.

De CDA-premier was sinds 2002 nauw en emotioneel betrokken bij het Irak-dossier, en heeft een aantal pijnlijke concessies moeten doen. De PvdA was indertijd weliswaar tegen de inval in Irak, maar accepteerde tijdens de – mislukte – formatiebesprekingen met het CDA evengoed de bestaande VN-resoluties als grondslag voor de invasie.

Een ‘eind goed, al goed’ is dit evenwel niet. Het gesteggel over Davids heeft de coalitieverhoudingen dusdanig verhard dat een besluit over de Afghanistan-missie, dat voor 1 maart moet vallen, onmogelijk lijkt. Daarmee is het kabinet-Balkenende IV alsnog in groot gevaar.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden