Essay Afstand van de natuur

Gevaar in de Nederlandse natuur? Wees blij dat er nog wat te vrezen valt

Bijtende snoeken, een reuzenteek, een wespenplaag. Deze zomer bewees dat er in dit land een groeiende intolerantie is tegenover ongemak dat voortkomt uit de natuur, schrijft Caspar Janssen.

Beeld Hans Klaverdijk

Ik heb blijkbaar geluk gehad. Gedurende anderhalf jaar lang liep ik voor een rubriek in deze krant (Caspar Loopt, red.) door veel natuurgebieden in Nederland, en ik leef nog. Ik heb niet eens een verwonding opgelopen, zelfs geen lichte. Geen ontsteking ook, geen infectie, geen ziekte van Lyme, geen ziekte van Weil, geen diarree, zelfs niet een beetje jeuk. Mijn tekentangetje is ongebruikt gebleven. Ik kan zonder overdrijving zeggen: I survived Dutch nature.

Omdat ik het lot graag tart, doe ik er op dit moment alles aan om zoveel mogelijk beestjes naar mijn stadsbalkon te lokken. Met enig succes. Als ik me op mijn balkon begeef, zoemen er tientallen bijen, zweefvliegen, wespen onder, boven, achter en voor me. Soms vliegen ze zelfs tegen me op. In deze tijd van het jaar raak ik soms verstrikt in een spinnenweb, en de wespen komen af en toe in huis kijken. Maar ze willen me maar niet bijten of steken.

Sterk verhaal natuurlijk. Want dit was toch een horrorzomer en een gruwelvoorjaar? Met monsterwespen uit vreemde landen, met heel veel jeukrupsen, vliegende mieren, reuzenteken, draaigatjes, muizen-, ratten- en wespenplagen, bijtgrage snoeken en rovende halsbandparkieten. En natuurlijk de wolf, die eigenlijk permanent op de loer ligt. Afgaande op de berichten is het nog nooit zo onveilig geweest in de Nederlandse natuur.

Of, dat kan ook: er is een groeiende intolerantie tegenover ongemak dat voortkomt uit de natuur.

Neem nu het geval van de Aziatische hoornaar. Dat is een exotische wespensoort, iets kleiner dan onze eigen Europese hoornaar. De Aziatische hoornaar kwam in 2004 met een lading Chinees aardewerk mee naar Frankrijk en heeft zich sindsdien over Europa verspreid. In landen als Frankrijk en Spanje is de soort inmiddels algemeen en sinds een paar jaar wordt het dier af en toe in Nederland gesignaleerd, dit jaar al vroeg in het voorjaar. De Telegraaf kopte: ‘Imker spot eerste monsterwesp in Noord-Brabant’. Daarop volgden tientallen meldingen uit het hele land. Op sociale media en op websites van kranten verschenen foto’s van gevangen en gedode monsterwespen. Alleen: dat waren allemaal dode Europese hoornaars. In werkelijkheid volgden er nog slechts enkele betrouwbare waarnemingen van Aziatische hoornaars.

Weg bij het nest

Dat moet wel een vreselijk beest zijn, die Aziatische hoornaar, zou je zeggen. Nou, dat valt mee. Sowieso doet hij de mens geen vlieg kwaad, tenzij je iets te dicht in de buurt van haar nest komt. De Aziatische hoornaar meldt zich niet snel op een terras, want leeft voornamelijk van andere insecten. Een goede hulp tegen wespen eigenlijk. Wel zijn Aziatische hoornaars vervelend voor imkers, want ze eten graag honingbijen. Al is ook dat gevaar overdreven, een bijenvolk met 20 duizend bijen zal er niet snel aan ten onder gaan.

Goed, nesten van Aziatische hoornaars horen verwijderd te worden, want het is nu eenmaal een exoot die wellicht inheemse soorten kan bedreigen. Maar het probleem van alle paniek is dat die dus vooral onze eigen, onschuldige, prachtige Europese hoornaar treft, die eeuwenlang tamelijk anoniem door het leven ging, en nu opeens voor een gevaarlijke indringer wordt gehouden, en dus maar preventief wordt doodgeslagen.

Nog gekker is het dat ook de gewone wesp, beter bekend als de limonadewesp, ten prooi valt aan de paniekaanvallen die ons land in de greep houden. Wespen zijn van alle tijden, afhankelijk van het weer melden ze zich vaker of minder vaak met dorst, maar intussen lees ik dat wespen woonwijken ‘terroriseren’ en mensen de terrassen afjagen.

De vraag is: waarom die overdreven reacties? De voor de hand liggende veronderstelling is dat het allemaal te maken heeft met onwetendheid. Je hoort het vaak: we staan verder van de natuur af dan ooit. Niemand die meer weet dat wespen ook bestuivers zijn, dat ze muggen in toom houden, en dat ze niet zomaar steken. Maar onwetendheid is, denk ik, niet de enige verklaring. Ik vermoed dat er, naast onze fascinatie voor gruwelverhalen, in het collectieve bewustzijn het idee rondwaart dat er ‘iets vreemds aan de hand is’ met de natuur. En daar zien we overal aanwijzingen voor. We leven weliswaar inmiddels in het Antropoceen, het tijdperk waarin de mens een beslissende invloed heeft op de natuur – we kunnen zelfs het klimaat veranderen –, maar de onzekerheid sluimert: pikt de natuur dat wel?

In werkelijkheid valt het nogal mee. Vooral door globalisering is een aantal exotische dier- en plantensoorten in de Nederlandse natuur terecht gekomen. Via tuincentra, autobanden, bamboe, Chinees aardewerk komen planten en beestjes Europa binnen die je hier liever niet hebt. Sommige van die dieren of planten zijn vervelend, onhandig, een enkele keer gevaarlijk, in het geval van de Aziatische tijgermug. Die mug – die virussen kan verspreiden – heeft zich inmiddels in Zuid-Europese landen gevestigd, waar de acceptatie van het feit dat natuur ook gevaarlijk kan zijn wat groter is.

Natuurorganisaties

Dat is in Nederland dus anders. We hebben in Nederland namelijk afgesproken dat natuur niet meer bestaat. Alleen zijn de bijna 30 duizend diersoorten – en de planten – die hier leven daarvan nog niet op de hoogte gesteld. Zij blijven gewoon hun ding doen. Natuurorganisaties hebben actief meegewerkt aan het idee dat we van de natuur niets meer te vrezen hebben, we moeten er vooral naartoe om te recreëren. Niets om bang voor te zijn, natuur is gezellig. Dieren en planten dienen zich intussen te houden aan de door ons gestelde grenzen. We zijn gaan geloven in het idee dat die laatste leefgebiedjes voor dieren en planten er eigenlijk ook voor ons zijn. ‘Vroeger haalde niemand het in zijn hoofd om in korte broek en sandalen het bos in te gaan’, zei Midas Dekkers onlangs in het Algemeen Dagblad. Daar kun je aan toevoegen: tegenwoordig eisen we dat teken en rupsen actief bestreden worden. De natuur moet en zal aaibaar zijn, we eisen veiligheid.

Zelf ben ik helemaal niet zo’n held. Misschien overkomt mij daarom wel nooit wat. Een beetje angst voor natuur, een beetje op je hoede zijn, is helemaal niet zo gek. Sterker: juist omdat we ons ontzag voor natuur hebben afgeschaft slaat de paniek soms onevenredig toe. Als bijvoorbeeld blijkt dat het toch niet zo’n goed idee is om een wild zwijn te voeren. Het is wat dan een paradox heet: een beetje ontzag voor de natuur voorkomt ongelukken, en paniek.

Gelukkig gedragen dieren zich over het algemeen redelijk voorspelbaar, ze gaan mensen doorgaans ook liever uit de weg. De bewoonde wereld is gevaarlijker. Er waren toch wel wat incidenten gedurende mijn voettocht. Verschillende malen werd ik bijna van de sokken gereden door mountainbikers. En ik liep één echte verwonding op. Op de dag dat ik mijn waterfles wilde vullen bij een boerderij. Voor ik het wist hing een klein keffertje in mijn broek en beet in mijn bovenbeen. Voor honden, die door mensen gedomesticeerde diersoort, blijft het altijd oppassen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden