Column Toine Heijmans

Geulen in het brein, zoals rivieren in het landschap

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans schrijft wekelijks over zijn vader, die alzheimer heeft.

Vader en kinderen Heijmans in de nieuwbouwwijk Weezenhof in 1975. Beeld Privéalbum Toine Heijmans

Een bekend personage

Mijn vader staat achter de voordeur en besluit dat deze geopend kan worden. Buiten treft hij een man. Dit is waarschijnlijk degene die verantwoordelijk is voor het geluid dat mijn vader herkent als de voordeurbel. Zoals rivieren in het landschap slijten, zo slijt de herkenning in het brein. Je ziet de geulen lopen. Het kan echter zijn dat rivieren sneller of langzamer gaan stromen. Ook opdrogen behoort tot de mogelijkheden, maar daarvan is mijn vader uiteraard niets bekend. Opdrogen doe je naast de rivier, met de jongens, in de hete zomers op het land. Na het zwemmen.

Meester de Hond! Van het lyceum. Die was dus duidelijk niet populair bij de jongens. En dat hebben we geweten.

De man achter de voordeur is te herkennen uiteraard. Hij draagt een nieuwe bril. Een ongelooflijk grote bril eerlijk gezegd, zo groot zie je ze niet vaak. Ook is er een beginnende baard zichtbaar op dat gezicht. Dat lacht. Dit is duidelijk geen onbekende, maar er heeft wel een verandering plaatsgehad. Het kan zijn dat deze man ooit een jongen was.

De man zegt goedemiddag. Hoe weet hij dat de middag goed is? Dat zijn raadsels, jongen. De grote raadselen der natuur. Het enige juiste antwoord op een man die goedemiddag zegt is: ‘zozo, vindt u dat?’

Kwelders. Die overstromen elke dag en lopen dan weer leeg.

Het lijf van de man is gestoken in een spijkerbroek en een T-shirt. En dat daar, beneden, lijken wel blauwe schoenen. Zo staan mijn vader en de man even tegenover elkaar. Het is bladstil. Dat mag best duren. Het is zomer, de grote kastanjes in de straat vouwen hun bladeren uit als vleugels. Ze maken geen geluid. Ze bewegen wel.

Volgens mijn vaders hoofd is het de bedoeling dat de man die aan de andere kant van de voordeur staat begroet wordt. Daarna zal deze naar binnen stappen. Nee, dat is volstrekt normaal. Daarachter strekt zich iets uit dat met het woord gezelligheid te maken heeft. Zo bezien is het bezoek van deze man geen slecht teken.

Ondanks het verzameld werk van dr. Alzheimer kent mijn vader de namen nog. Dat is wat iedereen almaar vraagt: kent hij de namen nog. Wie de namen kent, klimt aan de goede kant van de berg. Daarna kun je alleen nog naar beneden vallen.

De man aan de deur kan niet naar binnen stappen, want daar staat mijn vader. Die is nog aan het beslissen welke naam hij deze man zal geven. Wie niet meer goed kan lopen neemt een rollator. Waar het nadenken betreft zijn andere hulpmiddelen beschikbaar. Daarin is dr. Alzheimer niet de beroerdste uiteraard. Hij stuurt mijn vader langs ravijnen, maar wel met dr. Slim en dr. Humor mee, die mijn vader zijn leven lang al begeleiden.

Die man. Tegenover hem. Aan de deur. Er is een verschil tussen de naam niet meer kennen en de man niet meer kennen.

‘Hé’, zegt mijn vader, en nu breekt de zon echt door. ‘Dát is een bekend personage!’

En daarna krijg ik koffie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.