Gesleutel aan school gaat maar door

Zal ik het nog beleven, eindelijk een keer rust in het onderwijs? Daarover kan ik niet optimistisch zijn, en wel om twee hoofdredenen, te weten de onuitroeibare bezuinigingsdrift van de overheid en een aantal nader te omschrijven eigenaardigheden van beleidmakers.

Om te beginnen de bezuinigingen. De parlementaire onderzoekscommissie Dijsselbloem, die de grote stelselwijzigingen in het onderwijs gedurende de jaren negentig nader bestudeerde, constateerde in haar eindrapport dat veel beleidskeuzen indertijd werden bepaald door het financiële kader. Anders geformuleerd, er werden vooral maatregelen voorgesteld die een kostenbesparing met zich meebrachten. Die overweging werd en wordt altijd verontwaardigd tegengesproken: er is steeds beweerd dat het te doen was om verbetering van de kwaliteit. Zelfs het huidige bewind van christenen en grimmige populisten verbergt de schaamteloze bezuinigingen achter argumenten van kwaliteit en rendement.

Bezuinigingen in het onderwijs gaan meestal samen met grotere stelselwijzigingen die, met een woord dat in dezelfde jaren negentig werd gemunt, budgettair neutraal worden doorgevoerd; dat betekent dat de scholen geen extra middelen ontvangen om de stelselwijziging te bewerkstelligen. Meer werk dus tegen dezelfde betaling. Dat moet wel leiden tot grote onrust in de scholen en per definitie tot een vermindering van de kwaliteit.

Karakter
Dan het tweede punt, het karakter van de gemiddelde beleidmaker. In het algemeen hebben deze mensen de neiging niet alleen om verkeerde beslissingen te nemen, maar bovendien, en erger, om pertinent te weigeren fouten te erkennen en van verkeerde beslissingen terug te komen. Het mooist is dat fenomeen beschreven door Barbara Tuchman in The March of Folly, aan de hand van voorbeelden uit de geschiedenis, van het Paard van Troje tot aan de Amerikaanse interventie in de Vietnamoorlog.

In het onderwijs zien we precies hetzelfde verschijnsel. Beleidmakers die fouten maken zijn nooit bereid te erkennen dat ze zich misschien hebben vergist, maar beroepen zich bij voorkeur op externe factoren: conservatisme of gebrek aan inzicht onder het personeel, gebrekkige medewerking van hogere overheden, politieke blunders.

Extra bijkomstigheid is dat degenen die betrokken zijn geweest bij of verantwoordelijk voor de grote stelselwijzigingen van de jaren negentig, beleidmakers of adviseurs, doorgaans nog vele jaren later in het onderwijs actief blijken te zijn. Ze zijn niet van standpunt veranderd, ze hebben naar eigen inzicht het gelijk nog altijd geheel aan hun zijde, ze hebben zich misschien even rustig gehouden, zolang het tij tegen was, maar ze zijn blijven zitten waar ze zaten en op een onverwacht moment komen ze weer tevoorschijn.

Illustratie
Een frappante illustratie van dat verschijnsel trof ik op de opiniepagina van 8 februari in deze krant: een bijdrage van mevrouw Tineke van Roozendaal, onderwijscoach, onder de kop Stel studiekeuze uit tot ze 15 zijn. Na een betoog waarin wordt gesteld dat jongeren sterk van elkaar kunnen verschillen en dat ze niet allemaal rond hun 15de jaar in staat zijn een weloverwogen keuze te maken voor een vervolgopleiding, komt ze te spreken over de vroegere Middenschool in Gorredijk en over een bezoek aldaar van Jos van Kemenade - ‘minister van Onderwijs in de jaren zeventig en voorstander van de Middenschool’, zoals zij hem nader aan de lezer voorstelt.

De vroegere minister heeft zich tijdens zijn bezoek laten ontvallen dat ‘de enige fout die indertijd gemaakt is, een politieke fout was. De Middenschool bleef een experiment naast het onderwijs volgens de Mammoetwet. Uitstel van studiekeuze, heterogene groepen en een breed onderwijsaanbod creëren gelijke kansen en hadden binnen één bestel moeten plaatsvinden.’

Een typerende opvatting. Van Kemenade was overigens niet zomaar een ‘voorstander’ van de Middenschool, zoals mevrouw Van Roozendaal lijkt te denken, maar dé propagandist ervan en het boegbeeld van de gewenste hervorming van het onderwijs; een drammerige man met de mentaliteit van de katholieke missionaris die zich geen andere weg naar de hemelse zaligheid kan voorstellen dan die ene die hem van Gods zoon is geopenbaard. Fouten in zijn concept kan hij zich niet voorstellen, ook niet na al die jaren. Het gegeven dat de experimenten indertijd niet zijn doorgezet, verklaart hij uit de onwil van politici om het project aan alle scholen in het land op te dringen, goedschiks of kwaadschiks.

Discussie
Mevrouw Van Roozendaal pleit in haar bijdrage voor het heropenen van de discussie uit de ideologische jaren zeventig. ‘Zou het niet passend zijn’, vraagt zij zich retorisch af, ‘nog éénmaal een wijziging door te voeren.’ De finale stelselherziening in het onderwijs, voor alle scholen in Nederland. Het artikel eindigt met de vraag: ‘Wie durft?’ Ook weer een symptomatische opmerking: wie niet durft, is een lafaard. Het komt niet in het hoofd van de onderwijscoach op dat er misschien wel mensen in het onderwijs werken die de bedorven waar van Van Kemenade en zijn achtergebleven profeten helemaal niet willen.

Zolang er mensen als mevrouw Van Roozendaal in en rond het onderwijs actief blijven, zal er van rust geen sprake kunnen zijn. De propagandisten van mislukte hervormingen uit het verleden zullen niet van hun geloof vallen. ‘Feiten’, heeft Karel van het Reve ooit opgemerkt, ‘hebben nog nimmer een geloof aan het wankelen gebracht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden