ColumnJean-Pierre Geelen

Gerard Cox is een rasartiest met een oude plaat

Toen ik 10 werd, kreeg ik een elpee voor m’n verjaardag. Wat je zegt ben je zelf, een cabaretshow van Gerard Cox en Frans Halsema. Daarop stonden lollige livesketches, zoals ‘Raden maar’. Het was een persiflage op een bekend radiospelletje met Kees Schilperoort, waarin luisteraars een geluid moesten raden. Er klonk een soort scheet. De punchline: ‘Is het een neger uit Mozambique?’ – ‘Uitstekend geraden!’

Padoem patsss! Zaal in een deuk.

Ach ja, 1974. Toen was geluk nog heel gewoon. Net als racistische grappen. Racistisch? In elk geval héél erg flauw. Zoals bekend bestaan er enkel goede en slechte grappen.

De tijd wordt steeds bekrompener, zei Gerard Cox (80) zaterdag in het Magazine. Dat hij niet van deze tijd is, weerhield hem niet. Internet ontgaat hem. De iPad die hij kreeg, fungeerde als kaasplankje. Met die onwetendheid schepte hij diep van onder uit de mopperpot.

Hij vertelde over Wim Kan, die ooit een grap maakte over Papoea’s, die na de onafhankelijkheid van Nieuw-Guinea mochten gaan stemmen. Kan: ‘Dan moeten we ze wel eerst vangen’. Geweldige grap, vindt Cox nog altijd. En: ‘Je denkt toch niet dat Wim Kan een racist was?’

Ik denk dat tijden veranderen, net als opvattingen – het Meermannomuseum in Den Haag ligt nu vol ‘foute(?)’ boeken over negers, homo’s en Joden, slechts decennia oud. Een grap (of boek) kan wel degelijk racistisch zijn (of zo worden ervaren), zonder dat de maker het zo bedoelde, laat staan dat de ‘slachtoffers’ uitgezet of dood zouden moeten. In het gelijkheidsideaal van Kan en Cox is de Papoea dezelfde als de Belg in de (altijd flauwe) moppen.

Het Cox-sentiment gaat erin als koek, bleek op de sociale media. Vermoedelijk omdat velen het herkennen, blij dat iemand het ‘durft te benoemen’, want ‘je mag helemaal niks meer zeggen tegenswoordigs’. Misverstand: je mag alles zeggen, de krant komt zelfs bij je langs.

Meer dan eens. Vorig jaar interviewde Robert Vuijsje hem voor zijn rubriek ‘Land van afkomst’. Rotterdam-Zuid ‘had ook Ankara of Paramaribo kunnen zijn’, omdat er ‘geen Nederlander meer woont’. Cox gaf – terecht – af op 16-jarige Turks-Nederlandse jongens die Erdogan betitelden als ‘onze leider’.

Enkele maanden geleden beschreef het Magazine de geschiedenis van Cox’ monsterhit ’t Is weer voorbij, die mooie zomer. Nu gingen de kolommen opnieuw voor hem open. Wéér die grap over de Papoea’s. Die had hij Vuijsje ook al verteld. De kenner hoorde wel meer nummers uit zijn vaste repertoire. Cox is een handelaar in ongerijmdheden, vertegenwoordiger in zijn dwarse zelf. Maar vooral een rasartiest met een oude plaat.

Op Twitter – het Cox-gehalte van dat medium bedraagt volgens de laatste metingen 75 procent – werd hij binnengehaald als de nieuwe profeet: ‘Ik hartje Gerard Cox.’

Verrassing: hij is niet de veronderstelde boze blanke man met boreale dromen. Cox, abonnee van de Volkskrant, noemt zich ‘linkse intellectueel’, stemde eens op de SP. Nooit VVD of CDA. Wilders vindt hij ‘dom’ en ‘een lul’, Baudet hoort hij enkel ‘raaskallen’.

De dubbele bodem – een oude truc uit het variété.

Op die elpee Wat je zegt ben je zelf staat trouwens ook zijn mooiste lied: Hier zit ik nu, opmerkelijk onbekend gebleven. Cox vertolkt er met overgave het sentiment van een net gescheiden man. Ik vond het als onbedorven kind al mooi, het werd alleen maar beter. Ik aarzel alleen of je dat nog mag zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden