Column Georgina Verbaan

Georgina Verbaan boekte op goed geluk een boerderijvakantie in Toscane

Van zomers heb ik nooit hoge verwachtingen. Gewoon weer zo’n tijdvak waarin een mens bestaat in de wereld, maar dan heet of juist teleurstellend nat met als addendum een breed scala aan moeilijk te plaatsen geuren (stijgt deze muur op uit het troebele vocht dat uit de klieren van die man sijpelt, of loopt iemand al weken met een Hollandse Nieuwe in zijn tas?). Althans, zo probeer ik mijzelf dat voor te houden, onder het motto ‘dan kan het ook niet tegenvallen’. Maar dat is natuurlijk niet zo. Het tjak tjak van een sprinkler in een weiland, barbecuende buren, de boombox in de verte, spelende kinderen met een bal: de geluiden van de zomer hebben het sinistere vermogen om je plots en trefzeker te overvallen. Als een reine stemvork trilsteken ze de toondiepte It’ll be lonely this Christmas je ziel in.

En daar zit je dan, te pulken aan het plastic van je diepvriespizza. Gelukkig zijn er altijd mensen die wél verwachtingen van je zomer hebben: ‘En, waar gaan jullie heen deze vakantie?’ Ach. Natúúrlijk. Vakantie. Ik heb een kind. (Het zijn altijd andere ouders die dit vragen.) Het is hándig om met kinderen op vakantie te gaan. Dan hebben ze wat te doen. Hoe hele volksstammen het voor elkaar krijgen om zes maanden van tevoren reisjes te plannen blijft voor mij een raadsel. Die mensen zullen optimistisch van aard zijn. ‘Over een half jaar loop ik daar over de boulevard’ en dat soort dingen. Dat mensen zo ver vooruit durven te kijken, dat je dan niet máánden hoofdschuddend denkt: dat ontbijtbuffet, dat haal ik niet, tegen die tijd zijn mijn grafboeketten al weggewaaid.

Hoewel ik mijn manier van reisjes boeken (in allerijl drie weken van tevoren) beslist niet wil aanraden. Wat leuk lijkt, zit vol en wat er over is moet je met weet ik hoeveel andere geschrokken pizzapulkers doorploegen, op iedere foto een risicoanalyse loslaten: hoe dicht zit ik op andere mensen, hoe groot is de kans dat die mensen elke avond Leef van André Hazes draaien. liggen er vieze bruinroze handdoekjes met rafelrandjes? 

Misschien vind ik het als alleenstaande ouder met kind gewoon eng. Omdat ik dan de reisleider ben, en reisleiders lopen voorop. Reisleiders hebben vertrouwen in wat komen gaat en slapen het best tussen andermans microben. Ik heb ons al eens weifelend en vol slecht verholen afgrijzen een bonzende camping op geleid. Dat ging niet goed, want een reisleider enthousiasmeert en inspireert. Een reisleider springt geestdriftig over naakte lijven een overvol zwembad in en roept met een kopstem: ‘Kom op, jump erin! Leuk hè? Ze draaien Despacito! Wat? Hoor je me niet? DES-PA-CI-TO!’ Maar dat kan ik niet. Ik kwam op internet een verzameling schuren op een berg tegen waar je dieren kunt aaien en heb blind geboekt. In de week voorafgaand aan ons vertrek heb ik me nog wel een paar keer over de droger heen gebogen en me afgevraagd of een vakantie de stress wel waard is, maar nu zijn we er. 

De schilder John Singer Sargent zou natte kwasten krijgen van het Toscaanse landschap waar ik nu op uitkijk. Toen de kattenoppas ons foto’s van die mormels stuurde, keek ik wel even op naar het donker eiken interieur van haar schuur en ik verlangde terug naar ons eigen woonkamertje, dat wel. Maar Die Korte en ik zitten op een berg met dieren waar verder geen reet te doen is en het is goed. We zien wel.

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden