Column The New York Times

Generaties botsen over geloofssystemen

Er is een enorme generatiekloof, vooral bij links, stelt David Brooks. Ouderen zijn ongerust, maar blijven geloven in het systeem, terwijl militante jongeren dat juist omver willen werpen.

Politieagenten vormen een barrière tussen conservatieve en progressieve demonstranten in Philadelphia. Beeld Getty Images

Als ik iemand ontmoet die een organisatie leidt in een Democratische staat, vraag ik dikwijls: is er op jouw werk een generatie­kloof? Het antwoord is over het algemeen hetzelfde, of de persoon nu een universiteit leidt of een non-profitorganisatie of een tech-bedrijf: jazeker, en die is enorm.

Deze managers, meestal 35-plussers, zijn liberals, progressief. Ze stemmen ­Democratisch. Maar onder 35-minners zijn sommigen militant progressief. De ouderen in de organisatie geven zulke jongeren vaak bijnamen: Het Verzet, Al Jazeera, de revolutionairen. Het zijn deze jonge militanten die protesten organiseren tegen wie iets fout doet in hun ogen.

Als een bedrijf een werknemer ontslaat vanwege het schrijven van een ongepaste memo, is dat doorgaans na een jeugdrevolte. Als de uitnodiging van een spreker wordt ingetrokken, is dat vaak vanwege een jeugdrevolte. Als een schrijver wordt ontslagen om een tweet, of een redacteur van een literair blad moet opstappen na het plaatsen van een onaanvaardbaar artikel, komt dat vaak door een jeugdrevolte.

Bij links gaat het grote geschil over het vooruitgangsdenken. De oudere progressieven gruwen van president Trump, zijn verontrust over de opwarming van de aarde, walgen van de groeiende inkomensongelijkheid, maar ze ­geloven dat de samenleving in de kern gezond is. Je kunt verandering teweegbrengen door op de juiste kandidaat te stemmen en de juiste wetten aan te nemen. Je kunt individuele geesten veranderen door onderwijs en debat.

De militanten geloven dat het systeem zelf rot is en omver moet worden geworpen. We leven in een verkrachtingscultuur, met systematisch racisme en onderdrukkingsmechanismen die onverbrekelijk verbonden zijn met onze instellingen. Wij leven in een kapitalistische samenleving, een neoliberaal systeem van uitbuiting.

Twee geloofssystemen botsen hier. De oudere progressieven zijn geneigd individualistisch en meritocratisch te zijn. Ze vinden het een burgerplicht activistisch, begaan en egalitair te zijn. Babyboomers vinden over het algemeen dat ze hun succes hebben te danken aan hun eigen inspanningen en talent.

De jongere militanten zijn vaak beïnvloed door het culturele marxisme dat nu de voertaal van de universitaire elite is. Groepsidentiteit is wat ertoe doet. De samenleving is een confrontatie tussen onderdrukten en onderdrukkers. Wie succes heeft, dankt dat doorgaans aan een vorm van groepsprivilege en de gevolgen van onderdrukking.

De grote generatieconflicten gaan in het algemeen over definities van professionele excellentie. Oudere progressieven vinden meestal dat een open uitwisseling van ideeën goed is. Voor oudere progressieve journalisten is objectiviteit vaak een ideaal. Maar veel militanten vinden dat je daarmee de bestaande machtsstructuren in stand houdt.

Als generaties botsen, trekt de oudere zich doorgaans terug. Niemand wil worden gehaat en tot morele paria worden verklaard. Niemand wil uit de tijd lijken. Als de oorlog gaat tussen links en Trumps witte nationalisme, wil geen ­liberal worden aangezien voor een Trump-aanhanger. De militanten zijn bovendien overtuigd van hun gelijk. In de tijd van de sociale media wordt deugd niet afgemeten aan hoe begaan je doet. Deugd brengt met zich mee dat je een zekere verontwaardigde gevoeligheid etaleert en wie dat niet doet, is moreel verdacht.

Bij rechts is de generatiekloof minder dramatisch. Ze is ook politiek minder belangrijk omdat jongeren niet veel invloed uitoefenen in de Republikeinse Partij, dat doen de oude trumpianen.

Maar op de langere termijn maakt het wel uit. Conservatieve babyboomers ­geloven over het algemeen in universele systemen – universeel kapitalisme, universele democratie en het vrije verkeer van mensen en goederen. Jongere, hoogopgeleide conservatieven zien de droom van een wereldwijde democratie eerder als hopeloos naïef en wereldwijd kapitalisme als verraad aan de arbeidersklasse. Zij voelen zich op hun gemak in een diverse samenleving, maar zien ook meer culturele grenzen.

Zowel bij links als rechts zijn jongeren opgegroeid in een tijdperk van minder sociaal vertrouwen, minder vertrouwen in instellingen en een grotere bewustzijn van groepsidentiteit. Ze zijn meer gevormd door de politieke polarisatie.

Ironisch: progressieve hoogopgeleide babyboomers stonden in de schijnwerpers sinds Woodstock. Maar wie nu de grootste invloed hebben, zijn de ouderen die Trump opjutten en de jonge honden die links aanjagen. De babyboomers hebben eindelijk de hoge banen, maar ze voelen zich zwak en belaagd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.