Gematigde winnaar

Sinds zaterdag is het officieel: Susilo Bambang Yudhoyono (SBY) heeft de Indonesische presidentsverkiezingen gewonnen en kan zich opmaken voor een tweede ambtstermijn. Tenminste als het Constitutionele Hof in de klachten van zijn twee tegenstanders, Megawati Soekarnoputri en Jusuf Kalla, geen reden ziet om de uitslag ongeldig te verklaren. De kans daarop lijkt uiterst klein, want met ruim 60 procent van de stemmen heeft SBY een riante voorsprong en alles wijst erop dat de onregelmatigheden, die zich zeker hebben voorgedaan, veeleer voortvloeien uit incompetentie dan uit (systematische) fraude.

Met kenmerkende terughoudendheid liet de president weten dat zijn rivalen het volste recht hebben een bezwaarschrift in te dienen en dat hij de behandeling daarvan rustig afwacht. Het is een prudentie die de Indonesiërs goed bevalt en die misschien wel de voornaamste reden is waarom een zo ruime meerderheid van de kiezers hem opnieuw de leiding van het land toevertrouwt. Hij blaast niet hoog van de toren zoals Soekarno en hij bezondigt zich niet aan het autocratisch nepotisme van Soeharto.

Het is nog pas elf jaar geleden dat laatstgenoemde het veld moest ruimen. Na een tumultueuze overgangsperiode is Indonesië duidelijk in kalmer vaarwater terechtgekomen met een redelijk functionerend democratisch stelsel. De gematigdheid van SBY zet de politieke toon in het land. Bijna 90 procent van de bevolking is moslim, maar bij de parlementsverkiezingen van april werden streng-islamitische partijen naar de achterste rijen verwezen. Het belang van dit alles kan niet worden onderschat. Qua inwonertal is Indonesië het op drie na grootste land ter wereld. En het kan nu de op twee na grootste democratie worden genoemd, die als zodanig ook een speciale voorbeeldfunctie vervult in de eigen regio, waar democratische normen en waarden duidelijk in de verdrukking zitten – zie Thailand en Maleisië.

Dit wil niet zeggen dat Indonesië al geheel uit de gevarenzone is. De recente bomaanslag in Jakarta toont aan dat het islamitisch terrorisme nog steeds zijn plaatselijke vertakkingen heeft. Wat misschien nog wel meer te denken geeft, zijn de radicale scholen die op het platteland floreren en waartegen de autoriteiten nauwelijks optreden. Hoewel de economie beter intact blijft dan die van de meeste omringende landen, leeft nog altijd 15 procent van de bevolking beneden de armoedegrens. Ook het probleem van de corruptie is geenszins geëlimineerd, hoe zeer Yudhoyono zich ook heeft ingespannen voor een andere mentaliteit. Op de 180 landen tellende lijst van waakhond Transparency International zijn er slechts 45 waar de corruptie nog weliger tiert.

Voor de nieuwe regering, die de herkozen president naar eigen zeggen niet met beroepspolitici, maar met capabele en integere bestuurders wil vullen, is er dus nog een wereld te winnen. En niet alleen in overdrachtelijke zin. Want hoe loffelijk en nuttig SBY’s prudentie ook is, er valt ook het nodige te zeggen voor de stelling dat Indonesië, gezien zijn omvang en graad van ontwikkeling, een grotere rol op het wereldtoneel toekomt dan het thans speelt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden