COLUMNEva Hoeke

Geluk openbaarde zich zomaar, ik had geen virus nodig gehad om dat in te zien

We hadden een nieuw adresje, tip van mijn moeder.

‘Langs het Kerkepad, bruggetje over en dan aan je rechterhand. Ze hebben lammetjes, vinden die meiden vast leuk.’

Wij erop af. Die van 4 op haar eigen fiets naast me, voor het eerst, zonder zijwieltjes. Het ding had maandenlang staan verstoffen in de schuur, al onze aanmoedigingen ten spijt, maar nu was ze ineens opgestapt en weggereden, zonder slingeren, heel merkwaardig. Ik was er blij mee – het schoolwerk schoot er al weken bij in, hun vader had geweigerd een paasmandje te vouwen, maar hier werden dan toch nog punten gepakt. IJzerenheinig trapte ze voort, tegenstribbelend wanneer ik haar een duwtje wilde geven.

Terwijl de schelpen onder onze banden kraakten dacht ik aan het verloop van onze insluiting, tot nu toe. Ik had geen blikopener nodig gehad, of bewustzijn, laat staan bewijs. Ik kende de aardigheid van in en om het huis scharrelen met kinderen, ik wist hoe welbehagen je kon verpletteren juist wanneer je nietsvermoedend op je hurken onkruid zat te plukken, ieder een eigen emmertje, of wanneer je samen het steegje op en neer liep met de oude kranten. Geluk was niet te koop maar ook niet duur, het openbaarde zich zomaar, tussen het eten en de afwas in, meestal in nabijheid en in het níét georganiseerde, en ik had geen virus nodig gehad om dat in te zien. Niettemin was de vrees voor zes weken zomervakantie stilletjes weggesmolten, opgelost in het vooruitzicht dat we ook dan dit soort dingen zouden doen, niet veel, maar ook zeker niet niks.

‘Kijk!’

Daar was de boerderij, blauwe handdoeken aan de lijn, het weiland ernaast inderdaad bezaaid met lammetjes. De boer maakte een gebaar, ja hoor, kom maar kijken. Even later klommen de Dochters op de balen hooi in de schuur om een dameskrans van Blonde d’Aquitaine te voeren en liefdevol toe te spreken. Toen ze vroegen of koeien ook boventanden hebben moest ik alle zeilen bijzetten voor de waarheid – hadden ze geen tong waarmee ze gras afsneden? In een aparte omheining stond een ooi ondertussen uit te hijgen van de bevalling van twee nog natte lammeren, een streng taai bloed sleepte achter haar aan over de grond. ‘Die zijn net een half uurtje geleden geboren’, zei de boer.

Omdat ’s avonds in bed was gebleken hoeveel indruk dat had gemaakt gingen we een paar dagen later weer kijken, en het weekend daarop wéér.

‘Waar zijn de lammetjes?’, vroeg ik de boer die even verderop bezig was.

‘Op’, zei hij zonder op te kijken. ‘Shoarma geworden.’

Ik dacht even na, een week na hun geboorte, allemachtig.

‘Nee hoor’, zei hij lachend. ‘Die staan daar.’ Hij wees naar het weiland.

Bij ons derde bezoek werden we door de boerin, zelf moeder van drie jongens, uitgenodigd voor de thee. De kinderen ontdekten een schaal hazelnoten van de boom op het erf en kregen ieder een boterhamzakje om ze in te doen. ‘Pak maar een hamer uit de schuur, daarmee kan je ze openmaken’, zei ze tegen die van 4, met het soort vertrouwen dat alleen moeders van kinderen op boerderijen hebben. ‘En zeg maar tegen Jan dat er thee is. Niet straks maar nu.’ We wisselden een blik van verstandhouding.

Praatjes over de kinderen, mijn dochters, haar zoons, eentje woonde er in Arnhem. Uit de openslaande deuren kwam de vage geur van een houtkachel, in het venster zag ik bolletjes vilt. Even later fietsten we de dijk weer op, omhoog, terug langs het water en het eindeloze geel van koolzaad. ‘Tot volgende week, eh...’ riep ik naar de zwaaiende boerin, me ineens realiserend dat ik haar naam niet wist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden