Essay Gelukkige senioren

Geluk is met de ouderen

Lang leve ouderdom Beeld Rhonald Blommestijn

Waarom zou je als oudere krampachtig jong willen blijven, vraagt Sander van Walsum (61) zich af. Voor hem is ouderdom de thuishaven na een druk leven die hij maar wat graag zou willen binnenvaren.

Het is wat met die 60-plussers. Patty Brard (63) moest weg bij SBS omdat ze niet ‘fris en fruitig’ meer was – en misschien ook niet slank genoeg. Bij RTL5 mag zij echter wel Hotter than my daughter presenteren. Felix Meurders werd als 72-jarige te oud geacht voor Spijkers met Koppen, het radioprogramma dat hij al 24 jaar presenteert, maar wordt bij nader inzien gedoogd tot BNNVARA een jongere presentator heeft gevonden. Niet zijn vakbekwaamheid was het probleem, of zijn fysieke of geestelijke conditie, maar zijn leeftijd. Zijn leeftijd in combinatie met de wens van zijn broodheer om jongere luisteraars te behagen.

BNNVARA oogstte storm met de beslissing Meurders naar zijn pensioen te dirigeren. Bij ouderenorganisatie Anbo natuurlijk, maar ook bij Jan Nagel, zelf 79, die als hoofd informatie bij de Vara Meurders 45 jaar geleden heeft aangenomen. ‘Bij de publieke omroep leeft men niet meer in de moderne tijd maar in de vorige eeuw toen 72 jaar echt oud was’, mopperde hij in De Telegraaf. ‘Er zal een knop in Nederland om moeten wat leeftijd betreft.’

Dat wil niet zeggen dat ouderen over het hoofd worden gezien. Er is een omroep die zijn programmering op hun veronderstelde voorkeuren afstemt. Ze laten zich verwennen op de 50PlusBeurs. Een politieke partij, niet kapot te krijgen door interne conflicten, werpt zich op als hun belangenbehartiger. De ouderen, (potentiële) afnemers van trapliften, gehoorapparaten, instapbaden en wendbare scootmobielen, zijn al enige tijd ontdekt als consumentengroep. Ze trekken er, begeleid door een cameraploeg, met de caravan op uit. En sinds kort hebben ouderen ook nog hun eigen editie van The Voice.

Aandoenlijk

Het is echter de vraag of deze zichtbaarheid ouderen ook benijdenswaardig maakt in de ogen van jongeren. Die zien toch mensen die in hun eigen league soms nog heel aardig mee kunnen, maar die het verder in alle opzichten afleggen tegen degenen die het tempo en de soundbite van de samenleving bepalen. Daaraan ontlenen de televisieprogramma’s waarin ouderen figureren dan ook vaak hun amusementswaarde: ze tonen mensen die zichzelf dapper staande houden in een snelle wereld die de hunne niet meer is. Zie hen eens aandoenlijk met één vinger over het schermpje van hun iPhone schuiven. Zie hen eens onhandig inparkeren. Hoor hen eens lachen om belegen grapjes. En huiver bij hun optreden als oude rocker.

De makers van dit soort programma’s hebben het heus niet respectloos bedoeld, maar ze doen toch een beroep op het voyeurisme van jongere kijkers – die worden geamuseerd of ontroerd door ouderen die wel hun best doen om zich te voegen naar de norm van jeugdigheid, maar die dat vaak niet meer kunnen. Er zijn maar weinig ouderen die soeverein optreden, gewoon, als de oudere die ze nu eenmaal zijn. Jan Terlouw, het 86-jarige orakel van D66, is zo’n oudere. En sinds kort doet Ria Bremer, 79 jaar oud, op televisie weer de dingen waar ze dertig jaar geleden ook al goed in was.

De achting die zij genieten, komt slechts ten dele voort uit de verstandige dingen die zij zeggen of uit hun vakbekwaamheid. Ze wordt ook in hoge mate gedefinieerd door hun leeftijd: zó oud en toch nog zó goed. Dat Ria Bremer bij de talkshow M een ingetogen tattoo op haar linker bovenarm toonde, werd vooral opmerkelijk gevonden omdat ze al bijna 80 is. Ook als ouderen hun recht van spreken niet ontlenen aan het feit dat ze ouder zijn, wordt hun optreden toch aan de normen en verwachtingspatronen van jongeren getoetst. Ouderen worden meer gewaardeerd naarmate ze er beter in slagen net als de jongeren te zijn.

Staat van berusting

Daarmee wordt hun geen recht gedaan. Al was het maar omdat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vorige maand – niet als eerste – vaststelde dat ouderen per saldo gelukkiger zijn dan dertigers en veertigers, die niet alleen gebukt gaan onder de stress van een leven met nieuwe verantwoordelijkheden, maar die er ook minder goed in slagen om tevredenheid te ontlenen aan succes. Ouderen zijn niet gelukkig ondanks het feit dat ze ouder zijn, maar juist omdát zij ouder zijn en omdat ze mentaal en fysiek steeds langer gezond blijven. Ze verkeren in een staat van berusting waartegen jongeren nog in opstand komen – al doen die jongeren daar lang niet altijd verstandig aan.

‘De oude Grieken noemden 60 de leeftijd van de filosoof – de mens die zoekt naar de diepste betekenis van de dingen en de fundamentele waarden’, schreef filosoof Hans Korteweg. ‘De filosoof begint bij zichzelf. Hij kent zichzelf in zijn betrekkelijkheid én onvergankelijkheid. Hij relativeert zonder cynisme en stelt zonder dogmatiek.’ En als het goed is, gebeurt dat vanzelf. De aandrang om scherpe opvattingen te ventileren of om je gelijk te halen, neemt af met het vorderen der jaren. Je prijst jezelf er gelukkig mee dat Sturm und Drang van eerdere levensfasen – welbeschouwd een tamelijk vermoeiende gemoedstoestand – zijn uitgewoed. Om plaats te maken voor een mildheid en een beschouwelijkheid die weliswaar niet erg modieus zijn, maar die in een samenleving die zichzelf in een permanente staat van opwinding twittert node worden gemist.

Mildheid is het privilege van het ouder worden. Ouderen die blijven fulmineren en die hun gelijk blijven opeisen, laten dit privilege onbenut. En dat levert doorgaans geen fraai schouwspel op. Zo wekte Helmut Kohl, de onbetwiste architect van de Duitse hereniging, alom verbazing met memoires die hij had geschreven met de kennelijke bedoeling rekeningen te vereffenen met mensen die hem ooit voor de voeten hadden gelopen, onder wie Ruud Lubbers en de vroegere bondspresident Richard von Weizsäcker, die hun aarzelingen hadden bij het grote project van Kohl. De teneur van de boekkritiek: iemand die zijn plaats in de geschiedenisboeken allang heeft verdiend, kan zich toch wel enige grootmoedigheid veroorloven tegenover vroegere dwarsliggers?

Je kunt je dan ook afvragen waarom ouderen zo nodig willen blijven meedraaien in de wereld waarin zij zo lang hebben gefigureerd. Waarom zou Patty Brard een nieuw seizoen als deskundige bij Shownieuws ambiëren als zij het kunstje al zo vaak heeft laten zien? Waarom zou je fris en fruitig willen zijn als je 63 bent? Waarom zou Felix Meurders een 25ste seizoen bij Spijkers met Koppen willen afwerken als het risico van vormverlies om de hoek ligt? Waarom zou je jezelf niet gracieus ontslaan van de plichten die je jezelf altijd hebt opgelegd – voordat de omstandigheden je daartoe dwingen? Nog afgezien van het feit dat je daarmee ruimte schept voor jongeren die in je voetsporen willen treden.

Beeld Rhonald Blommestijn

Thuishaven

Ouderdom is de thuishaven na een druk leven. En er zijn mensen die zich, zolang ze nadenken over hun lotsbestemming, erop verheugen er binnen te varen. Ik, net 61 geworden, ben zo iemand. Al was ik mij daar vroeger niet zo van bewust. Wat ik wel merkte? Dat ik bij voetbalwedstrijden of bij wereldkampioenschappen allround schaatsen meer van de nabeschouwing hield dan van de krachtmeting zelf. Bij de nabeschouwing kon je uitgaan van de zekerheid van de uitslag. Die stelde je in staat om meer van een wedstrijd te genieten dan wanneer die nog gaande was. Een erg avontuurlijke levenshouding is dit niet. En je kunt je afvragen of zich onder de verzetsstrijders in oorlogstijd veel mensen hebben bevonden met een voorkeur voor de nabeschouwing. Maar ook die ongemakkelijke vragen laat je makkelijker tot jezelf toe als je ouder wordt.

Het feit dat het jong zijn mij niet paste, ging met meer ongemakken gepaard. Ik was slecht in dingen die de puberteit glans kunnen geven, zoals balsporten, behendigheid in de omgang met meisjes en de beheersing van snaarinstrumenten. Ik heb mij met geen van de jeugdculturen in mijn jeugd vereenzelvigd. Ik hield, min of meer heimelijk, van romantische muziek uit de 19de eeuw terwijl de mode van de dag hardrock voorschreef. Alleen de symfonische rock van Yes kon mij enigszins bekoren. Ik schilderde in de geest van de impressionisten – zij het iets beter, vond ik zelf – toen op elke kunstopleiding een taboe op figuratieve kunst van kracht was. En ik verbaasde mij over de stelligheid waarmee leeftijdsgenoten hun posities innamen ten opzichte van de thema’s van de dag, zoals de dekolonisatie van Angola, het kolonelsbewind in Griekenland, en het reëel bestaand socialisme op Cuba.

Ik hoefde niet per se jong te zijn en ik stond een beetje buiten de tijd waarin ik leefde. Ik ging graag op bezoek bij een hoogbejaarde buurtbewoner die bewogen kon vertellen over het bezoek van Paul Kruger, president van de Boerenrepubliek Transvaal, aan Nederland in 1900 en over het aardappeloproer van 1917. Mijn dagdromen waren niet gesitueerd in pulserende wereldsteden of op snelle jachten, maar in een beschaduwde tuin of aan de oevers van een traag stromende rivier. Op regenachtige dagen bladerde ik door boeken met reproducties van Monet en zijn tijdgenoten. Ik voelde mij altijd wat meer toeschouwer – zonder diepe gedachten overigens – dan deelnemer aan het leven om mij heen.

Dat was weleens lastig. In de hoogtij van de hardrock vroeg ik mij af of leeftijdsgenoten werkelijk genoten van die teringherrie, en of mijn eigen muzikale voorkeuren, die zich op een zeker moment zelfs tot Wagner uitstrekten, niet een beetje suspect waren. Later, als dertiger, kon ik het mij zo slecht voorstellen dat mijn lotgenoten – jonge vaders, fulltimewerknemers en huisbezitters – echt zo voldaan waren over de staat van hun leven. Maar gaandeweg gaat je levenshouding steeds meer corresponderen met je leeftijd. Terwijl iedereen in je omgeving de indruk wekt het vreselijk te vinden ouder te worden, krijg jij het juist steeds meer naar je zin.

Vitale zeventigers

In de opvatting dat het vooralsnog fijn is om ouder te worden, word ik geregeld gesterkt door vitale zeventigers die nog gebruik hebben kunnen maken van vut- en aanverwante regelingen die de babyboomers voor zichzelf hebben getroffen. Maar die luxe – voor hen een vanzelfsprekendheid – is voor mij en mijn generatiegenoten niet meer weggelegd. Voor ons is het pensioen een fata morgana die met het vorderen der jaren maar niet dichterbij lijkt te komen. Daarover word ik als beoefenaar van een luxe-beroep geacht mij niet te beklagen. Want natúúrlijk is mijn werk leuk. En natúúrlijk zijn de goudomrande arrangementen van weleer onhoudbaar. Maar de toestand waarop ik mij al jaren heimelijk verheug, die van de gepensioneerde, wordt toenemend als een maatschappelijk probleem gezien.

Samen met de klimaatverandering is vergrijzing een ontwikkeling waarvoor toekomstige generaties de rekening krijgen gepresenteerd. Toen het pensioen nog geen thema was, meende ik dat iedereen zijn eigen potje opbouwde en dat dit juist het onderscheidende kenmerk was van ons mooie pensioenstelsel. Maar sinds de crisis weet ik beter. En dit doet toch wel enige afbreuk aan de voorpret van de naderende levensmiddag. Te meer omdat de regelingen waarvan ik gebruik zal kunnen maken mogelijk niet meer zijn weggelegd voor de jongeren van nu.

Ouderen zouden zich dus niet moeten beklagen over hun relatieve achteruitgang ten opzichte van de oudere babyboomers – een thema waaraan 50Plus nu juist haar bestaansreden ontleent. Deze partij heeft het beeld gevestigd van de oudere als verongelijkte querulant die suggereert Nederland eigenhandig te hebben opgebouwd. De tevreden ouderen uit het SCP-rapport hebben dan ook niets te zoeken bij 50Plus, de exponent van het groepsbelang.

En de jongere? Die zou de oudere niet als een gemankeerde jongere moeten zien of als iemand met heimwee naar zijn jeugd. Al was het maar omdat ook hij ooit zal ondervinden dat de jeugd vaak het mooist is in de nabeschouwing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.