COLUMNDaniela Hooghiemstra

Geld is geen garantie voor culturele waarde. Wél voor de komst van handige jongens en meisjes die de taal van Den Haag spreken

Beeld .

Net als ‘het weer’ is ‘cultuur’ een hol begrip. Egyptenaren hadden een cultuur, de nazi’s en Urker vissers ook. Om er belang aan te hechten, moet je oordelen. In- en uitsluiten. Dat is vanouds het werk van een elite, maar die is uit de mode.

Sinds cultuur er is voor iedereen, gaat het niet om hoe de taart moet smaken, maar om hoe de ingrediënten verdeeld moeten worden. Bij de onlinepresentatie van de nieuwe subsidieregeling voor ‘kunstpodia’ van het Mondriaanfonds, vorige week, sprak directeur Eelco van der Lingen niet over kwaliteit van kunst. Wel over ‘diversiteit’, ‘fair practice’, de ‘stimulans tot ambitie’ en de noodzaak om ‘binnen capaciteiten na te denken en met oplossingen aan te komen’.

Tommy Wieringa beschreef vorige week in NRC het ‘gruwelproza’ waarin de Adviescommissie voor Kunst en Cultuur het Haagse cultuurbeleid beoordeelde op ‘diversiteit en inclusie’. Wegens het niet ‘borgen’ daarvan, werd het alom ­gewaardeerde literaire Crossing Border-festival de nek omgedraaid, ten faveure van een ander festival, waarvan een commissielid dat de aanvraag beoordeeld had, net directeur was geworden.

Geld is geen garantie voor culturele waarde. Wél voor de komst van handige jongens en meisjes die de taal van Den Haag spreken. De kunstgoeroe is vervangen door de procesmanager. Eigen opvattingen hebben plaatsgemaakt voor politiek-­bestuurlijke vaardigheden.

De waarde van kunst is geen inhoudelijke opvatting, maar het uitvloeisel van een beleidsmatig concept. Zo heeft het Mondriaanfonds ‘regiomakelaars’ aangesteld, niet omdat directeur Van der Lingen gelooft in de bijzondere waarde van boerencultuur, maar omdat minister Schouten van de ChristenUnie vindt dat de regio’s onvoldoende ‘op het netvlies van Den Haag zitten’ en er ‘potjes’ voor zijn. Dáárom is kunst uit Sittard belangrijk.

Wie in een normvrije ruimte geld wil voor cultuur, moet procedureel kunnen denken, en dat is een kunst op zichzelf. Een goed staaltje ervan zag ik in het stuk ‘Aan de slag! Een ­manifest voor applied history ’ van vier historici, dat onlangs verscheen. Wie wil weten hoe je in een luchtledig universum je eigen culturele project naar voren schuift, moet het beslist eens lezen. De auteurs, onder wie het academisch-bestuurlijke zwaar­gewicht Beatrice de Graaf, wijzen daarin op het maatschappelijke nut van geschiedenis.

Dankzij een ‘diepe blik in de tijd’ hebben historici volgens hen de gave om ‘ver achteruit én vooruit te kijken’. ‘Als geen ander’ zouden zij daarom geschikt zijn om wicked ­problems (Engels woord = maatschappelijk gewicht) op te lossen, ­zoals de coronacrisis.

Maatschappelijk nut, check! Samenwerking, check! Actualiteit, check! Alleen bij de ‘inclusiviteit’ van het plan heb ik mijn vraagtekens.

Want stel nu eens dat je als historicus níet ‘systematisch’ na wilt ­denken over ‘functionaliteiten en methodes van toepassingen’, zoals het manifest wil. 

Als je geen onderzoek wilt doen naar ‘failure paths en adaptieve capaciteiten’ en als je helemaal niet geïnteresseerd bent in ‘betekenisgeving’.

Als je liever bezig bent met het verleden dan met de toekomst en van mening bent dat, aangezien je bent opgeleid als historicus en niet als ­tovenaar, je daarvan ook net zo weinig verstand hebt als ieder ander.

Als je problemen interessanter vind dan oplossingen en als je liever in een archief of achter je bureau zit dan ‘aan tafel’ met bestuurders, om in ‘interdisciplinaire teams’ met een ‘brede blik op probleemvelden en onderliggende conflicterende waarden’ wicked problems op te lossen.

Als je vindt dat historici beter kunnen proberen goeie boeken te schrijven dan zich bezig te houden met dat soort onzin.

Is er in het ‘open proces’, dat wordt ondersteund door het Koninklijk Historisch Genootschap en het Huygens Instituut, dan ook een rol voor jou weggelegd?

Nou, nee.

De titel van het manifest is ‘Doe mee!’. Iedereen wordt ‘van harte uitgenodigd’ tijdens komende seminars en events ‘inzichten te delen’. Maar bij ‘alle openheid’, zo waarschuwen de auteurs aan het slot van het manifest, staat ‘wel voorop’, dat ‘we willen werken aan zichtbaarheid, bundeling van krachten en ­systematische doorontwikkeling van methodes en functionaliteiten van applied history’.

Het culturele systeem is nog net zo exclusief als vroeger, tegenwoordig hullen de poortwachters zich alleen in procedurele schutkleuren. 

Daniela Hooghiemstra is journalist en historicus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden