Gegijzeld door verstikkende politieke correctheid

De ingezonden brieven van zaterdag 13 Juni

Gerard Cox Beeld anp

De lol vergaat me

Tot mijn grote vreugde zag ik als trouwe abonnee afgelopen zaterdag een mooi groot stuk, mét kader en foto, over de uitreiking van de Radio 5 Nostalgia Oeuvre prijs die ik onlangs mocht ontvangen.

Echter, toen ik begon te lezen verging mij al snel de lol. Een jongedame voelde zich kennelijk bijzonder in de kuif gepikt door een grapje van mij. Ik riep bij een vrolijk meezing gedeelte 'nananana' dat dit 'makkelijk was voor de allochtoon om ook mee te zingen'. De jonge vrouw had de behoefte om weg te gaan want deze 'grap sneed haar door de keel'.

Als stevige onderbouwing van haar verhaal had ze mij ook nog even gegoogled, want dat doet men tegenwoordig, en vond op internet een sketch uit mijn bezoek aan Jörgen Raymanns televisieshow van een paar jaar geleden. Cabaretier Rachid vraagt mij daarin 'waarom er geen Marokkanen in Toen was geluk heel gewoon meespeelden'. Mijn antwoord was: 'In die tijd waren er nog geen Marokkanen...Toen was geluk heel gewoon.' De jonge dame kan ook deze grap niet waarderen. Typisch gevalletje van racisme nietwaar. Het interessante is dat de redactie van Jörgen Raymann deze grap schreef, en hij en stand up-comedian/cabaretier Rashid Larouz (Ja, das schrikken... van Marokkaanse afkomst) er ook geen enkel bezwaar tegen hadden. De tijden zijn blijkbaar veranderd.

Het publieke debat, festival en podium worden steeds meer gegijzeld door een verstikkende politieke correctheid. In de jaren zestig en zeventig toen ik met Lurelei cabaret maakte, was ik 'vies links en progressief', daarna werd ik 'een rechtse zakkenvuller' omdat ik een mooi vrolijk zomerliedje zong en nu ben ik blijkbaar een racist. Ja, u kunt mijn humor en smaak wellicht niet waarderen en dat mag. Maar ik verdom het om in het jaar waarin ik vijfenzeventig geworden ben, met een prachtige carrière en leven achter mijn rug, eventjes weggezet te worden als een blanke boze ouwe racist die zijn 'voorbeeldfunctie' niet kent. Mevrouw Fatima Dakar : mijn publiek is oud en wijs genoeg om zich te herkennen in mijn plagerige toon die zo herkenbaar Nederlands is. Wij kunnen namelijk lachen om en met elkaar en daarin is ruimte voor iedereen.

Gerard Cox, Rotterdam

Applaus Fatima

Applaus Fatima Dakmar. Ik ben trots op je. En je mag met opgeheven hoofd door het leven. Het is me al eerder opgevallen dat Gerard Cox racistische opmerkingen maakt en je zou toch verwachten dat iemand die Rotterdam zo hoog in het vaandel heeft staan meer openminded zou zijn. Zelf kwam ik als 7-jarige vanuit Groningen naar Rotterdam en ben nog altijd dankbaar dat die stad mijn wereldbeeld zo verruimd heeft. En dit heeft niets met humor te maken maar meer met gemakkelijk scoren. Gerard Cox moet zich schamen en alle mensen die dom meelachen ook.

Anna van Ham, Baarn

Negerrrrmuziek

Briefschrijfster Fatima Dakmar zegt tegen Gerard Cox dat ze zijn opmerkingen over allochtonen racistisch vindt. Gerard Cox reageert hierop met: 'En u heeft geen gevoel voor humor.' Enige tijd geleden werd in DWDD een fragment uit een interview getoond waarin Gerard Cox duidelijk liet merken hoe hij over hiphop dacht. Cox trok hierbij een vies gezicht en zei: 'hiphop is negerrrrrrrmuziek.' Vooral de uitdrukking op zijn gezicht, bij het uitspreken van het woord 'neger' sprak boekdelen. Ik ben bang dat ook ik geen gevoel voor humor heb.

Wilgo Deekman, Doora

Foute grappen

Sander van Walsum doet alsof foute grappen in een soort vacuüm gemaakt worden (Ten eerste, 12 juni) en niets met het functioneren van de samenleving te maken hebben. De reden dat veel (vrouwelijke) collegawetenschappers aanstoot namen aan Tim Hunt is niet alleen dat vrouwen als huilende meisjes worden neergezet door hem. Erger is het dat de impliciete gedachte erachter (die van mannen werken in het lab en pas als vrouwen erbij komen heb je een probleem) nog steeds de man centraal stelt.

Het lab als een mannenplek waar (lastige) vrouwen ook komen. En gelukkig zal niet elke mannelijke professor (of baas) dezelfde opmerkingen als Hunt maken, maar je hoeft niet zo hard te zoeken naar afdelingshoofden met eenzelfde impliciet vooroordeel. Daar zijn zelfs genoeg wetenschappelijke publicaties over te vinden, hoe gender en sekse je carrièrekansen in de wetenschap beïnvloeden. Tim Hunts grap herinnert daar pijnlijk aan: je kan nog zo je best doen, het idee van de vrouw als 'second sex' bestaat nog volop op de werkvloer.

Het is ook niet voor niets dat zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Nederland organisaties als de Royal Society, de Research Councils en NWO een agenda hebben voor een betere sekseverhouding in de wetenschap. Ik heb dan ook met veel plezier de hashtag #distractinglysexy op Twitter gevolgd en hard gelachen om artikelen die Hunts opmerkingen parodieerden. Dus sorry (maar eigenlijk geen sorry) dat ik geen medelijden met Tim Hunt heb voor de kritiek die hij heeft ontvangen. Mijn sympathie gaat uit naar mensen die een wetenschappelijke carrière ambiëren maar nog steeds hinder ondervinden van vastgeroeste ideeën dat het in de eerste plaats een plek is die om heteroseksuele witte mannen draait.

Dr. Marjan van de Weg, lecturer Environmental Microbiology and Ecology, Abertay University Dundee, UK

Studenten buiten schot

In het interview met minister Bussemaker door Maartje Bakker (Ten eerste 6 juni) vallen mij twee dingen op. Ten eerste het 'frame' van de universiteit als onderzoeksinstelling, uitgesproken door de journalist.

'Nu staat aan de universiteit alles in het teken van de opleiding tot onderzoeker, terwijl maar een klein deel van de studenten verder gaat in de wetenschap. Zou een universitaire opleiding niet veel breder moeten zijn?.' In z'n algemeenheid is dit 'frame' niet waar. In Delft leiden wij gewoon goede ingenieurs op, naast natuurlijk onderzoekers in spe. Het valt me op dat mensen buiten de universiteit vaak moeite hebben met het concept Einheit von Forschung und Lehre.

Ten tweede vind ik het opvallend dat de studenten volledig buiten schot blijven. Wij, de docenten, ervaren het als een probleem dat een aanzienlijk deel van onze studenten niet bereid is meer dan 30 uur per week aan hun studie te besteden.

Guido Janssen, hoogleraar TU Delft, Rotterdam

Mensschap als paspoort

Drie VVD-raadsleden halen hard uit Naar het bed-, bad- en broodbeleid van Amsterdam, Utrecht en Nijmegen (O&D, 9 juni). Doordat onze steden het bed-, bad- en broodakkoord direct verwierpen, zouden wij lijnrecht ingaan tegen de 'oplossingen' van dit kabinet voor het asielprobleem. 'Door onbeperkte opvang mogelijk te maken, ondermijnen steden het draagvlak van het Nederlandse asielbeleid.'

Wij kunnen met zekerheid zeggen dat er geen draagvlak is voor de 'oplossingen' van dit kabinet. Er heerst in onze steden een groot moreel plichtsbesef dat wij geen mens op straat laten slapen. Of hij nu wel of niet in het bezit is van een verblijfsvergunning; het mensschap als paspoort geeft toegang tot de meest basale levensbehoeften: bed, bad en brood.

Waar steden met hun keuze om onvoorwaardelijk te zorgen voor bed, bad en brood dus lijnrecht in zouden gaan tegen de 'oplossingen' van dit kabinet, is het tegenovergestelde waar: het kabinet zadelt gemeenten met grote problemen op door hen niet te steunen in de wijze van opvang die hen niet alleen het meest humaan, maar ook het meest veilig lijkt.

Wij constateren in het stuk een totaal gebrek aan pragmatisme en realisme over dit onderwerp. Het staat vol met kantoorwijsheden. Praat met u partijgenoten, met uw coalitiegenoot in Den Haag en de steden. Voor een volledig beeld nemen wij u graag mee om op bezoek te gaan bij uitgeprocedeerde asielzoekers.

Als laatste nog even dit: blij zijn wij natuurlijk met uw voorstel om meer werk te maken van woningen voor statushouders. Dit omarmen wij graag. Met de behandeling van de Voorjaarsnota die voor de deur staat, trekken wij in dit dossier graag met u op. U heeft ons nummer.

Rutger Groot Wassink, fractievoorzitter GroenLinks Amsterdam
Heleen de Boer, fractievoorzitter GroenLinks Utrecht
Pepijn Boekhorst, fractievoorzitter GroenLinks Nijmegen

Moeders in Otterlo

Nog even over Nico Dijkshoorn. In zijn column (V 5, 10 juni) geeft hij een definitie van het door minister Bussemaker omhelsde begrip interdisciplinaire kunst: 'Je doet wat je anders ook doet, maar op een andere plek.' Dat is prima zo, kort en bondig. Maar Dijkshoorn slaat de plank volledig mis als hij een voorbeeld van zo'n andere plek geeft. Om de wereld een stukje beter te maken zouden muzikanten muziek kunnen gaan maken 'met de Dwaze Moeders van Otterlo, die al jaren strijden voor een bepaald bruggetje dat niet meer open en dicht mag.'

Moeders in Otterlo zijn er te over, dwaas zullen sommige ook wel zijn, maar strijden voor een bruggetje? Ons dorp beroemt zich op het Kröller-Müller Museum en Park de Hoge Veluwe; er is ook een Spar, talrijk zijn de leuke hotelletjes en schappelijk geprijsde eetgelegenheden, bij de geldautomaat mag je zelfs op zondag pinnen. Alleen voor mensen die van water houden heeft Otterlo bitter weinig te bieden. In de wijde omtrek is geen sloot of beekje te bekennen, laat staan bruggen of bruggetjes. Wie brede rivieren wil zien, kan in Arnhem en Nijmegen terecht, niet hier.

Ik haast mij eraan toe te voegen dat geëngageerde interdisciplinaire kunstenaars desondanks in Otterlo van harte welkom zijn. Het is bijvoorbeeld dé aangewezen plek voor een door Joep van Lieshout van eierdozen in elkaar geflanste vulva waar Kyteman trompet bij speelt en Nico bij wegdroomt.

A. Lammers, Otterlo

Prinsesje in de jeep

Met verbazing las ik gisteren in de krant dat een 12-jarige leerlinge iedere dag met de auto naar school wordt gebracht (Ten eerste, 10 juni). Het zoveelste teken van de toenemende betutteling en decadentie in de samenleving. In plaats van dat dochterlief na het ontbijt mama gedag zegt en op de fiets springt, stapt ze bij haar moeder in de jeep (een auto die ook nog eens zeer milieuvervuilend is) en wordt ze iedere dag als een prinsesje naar school gereden.

Als die school nou 20 kilometer verderop lag, zou ik er misschien nog enigszins begrip voor kunnen hebben, maar nee hoor, de school ligt op nog geen 7 kilometer van huis. Een afstand die, ook voor een 12-jarig kind, prima te fietsen is. Dus, mevrouw Stolk, laat uw dochter toch lekker fietsen, dat is beter voor haar, beter voor het milieu en het scheelt u zelf het tweemaal daags op en neer rijden naar de school van uw dochter.

Job van de Broek, 18 jaar, 's-Hertogenbosch

Te oude student?

Een helder artikel van de woordvoerders van de PvdA, SP en GroenLinks over het minimumjeugdloon (Ten eerste, 12 juni). Ik ben een student en was dit jaar op zoek naar een bijbaan, het liefste een in de horeca. Ik heb verschillende sollicitaties gedaan en vijf proefdagen moeten draaien. Drie jaren geleden hoefde ik dit nog niet, dit lijkt ook iets nieuws. Soms werd ik na één proefdag al afgewezen, omdat ze een ander (lees: jonger) iemand hadden gevonden die een iets betere (lees: goedkopere) indruk had achtergelaten. Blijkbaar geldt voor veel (horeca)bedrijven: fuck de (dure) twintigers, leve de (goedkope) tieners!

Jonathan Zuiderwijk (24), Gorich

Phishing, eigen schuld

Yvonne Hofs schreef een interessant verhaal over phishing (Economie, 6 juni). In dat stuk bleef de rol van de banken opmerkelijk onderbelicht. Ik wil graag aannemen dat de banken miljarden aan beveiliging hebben uitgegeven, maar de verantwoordelijkheid voor diefstal wordt wel erg gemakkelijk richting consument geschoven.

Nog geen twee jaar geleden werd mijn zus door een medewerker van de Rabobank gebeld. Men had ongebruikelijke transacties geconstateerd op haar rekening. Een half uur eerder had er óók al een man van de Rabobank gebeld, hij had met haar een veiligheidsprocedure doorlopen. De tweede man was een echte. Zonder een computer aan te raken, bleek mijn zus ruim 18 duizend euro te hebben overgemaakt aan elf rekeningnummers van onbekenden. Op haar overzicht stonden de IBAN Rabobanknummers en waar een naam behoort te staan, stond slechts een letter. Onmiddellijk werd de rekening geblokkeerd, maar ruim 11 duizend euro bleek al te zijn opgenomen.

Een half uur later, dus een uur na de daad, deed mijn zus op het politiebureau haar relaas: vier dagen daarvoor was haar man tijdens een vakantie in Griekenland overleden, die dag stond de rouwadvertentie in de krant. De oplichter aan de telefoon had op bekakte toon verteld dat haar pasje in Griekenland was geskimd.

Op het politiebureau besefte mijn zus hoe dom ze was geweest: ze had pratend met een oplichter haar pasje in een reader gestoken en codes opgenoemd.

De weken die volgden waren ontluisterend: de politie verwees naar de bank, de bank naar de politie. De zaak werd door justitie al na twee weken geseponeerd. Met de bank volgde, na aandringen, een gesprek. Hoe kan het dat men geen namen van de rekeninghouders (Rabobankrekeningen!) kon of wilde geven, was onze vraag.

Is een goede aangifte wel mogelijk nu de koppeling tussen namen en rekeningnummers door de banken is losgelaten? De bank vond de aangifte niet hun zaak en wees elke verantwoordelijkheid af. Mijn zus was dom geweest.

Phishing is dus lucratief en vrijwel zonder risico voor de crimineel. Domme mensen (of tijdelijk domme mensen zoals mijn rouwende zus) zijn vogelvrij.

Eigen schuld dikke bult.

Leo Erken, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden