Opinie

Geerten Waling: Terecht ageert Arib tegen gebedsruimten op school

Opinie op Zondag

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club van zeven auteurs. Eerder vandaag schrijver Sarah Sluimer, nu is het de beurt aan historicus Geerten Waling.

Foto anp

Het is trekken en duwen in de zandbak van het publieke debat. Het stormachtige seizoen der lezingen is weer aangebroken. Prominente politici trappen het parlementaire jaar af met brokjes visie, liefst een beetje controversieel, waar de publieke opinie dan weer dagenlang op kan kauwen. Van de troonrede van Mark Rutte (en zijn Koninklijke Woordvoerder) was dit jaar niet veel te verwachten, des te meer aandacht was er voor de H.J. Schoolezing, waarin Sybrand Buma zich opwierp als baken in 'verwarde tijden'.

Milder was de ophef over de Abel Herzberglezing, vorige week uitgesproken door Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib. Terwijl zij toch echt wel iets te zeggen had. Het PvdA-Kamerlid schakelde moeiteloos van een persoonlijke identificatie met de naamgever - de Russisch-joodse Abel Herzberg had zich net als zij als 'vreemdeling' moeten zien te verhouden tot de Nederlandse samenleving - naar een scherpe visie op het doormodderende integratiedebat.

Heilige huisjes schuwde Arib daarbij niet. Letterlijk. Ze waarschuwde dat met de opkomst van het salafisme in Nederland de moskee 'niet alleen meer een vruchtbare plek [werd] voor gebed maar ook een ingang voor groeperingen die niet in de waarden van een democratische rechtstaat geloven.' Verfrissend was dat Arib de autochtone Nederlanders nu eens geen intolerantie of racisme verweet, maar eerder naïviteit ten opzichte van de islam: 'Er werden zaken getolereerd of overwogen die met geen mogelijkheid getolereerd of overwogen zouden worden bij andere groepen.'

Waarschuwing

Die naïviteit is nog altijd niet verdwenen, zo luidde haar waarschuwing:
'Onlangs sprak ik met docenten van een gemengde school over de vraag of ze wel of geen gebedsruimte in hun school zouden toestaan. Ze zeiden het te overwegen, omdat ze anders leerlingen met een islamitische achtergrond zouden kwijtraken. Ik probeerde hun uit te leggen dat het toestaan van gebedsruimten voor kinderen uit de orthodoxere gezinnen ook een negatieve mening legitimeert over kinderen die níet bidden. Het zijn keuzen waar we waakzaam voor moeten zijn, omdat ze het risico in zich hebben om verworven rechten waar eeuwenlang voor is gestreden - zoals in dit geval gelijkheid en emancipatie - onderuit te halen.'

Arib is dapper. Wie ageert tegen gebedsruimten in openbare gebouwen, wordt algauw beschuldigd van 'racisme' of 'witte mannenprivilege' (blanke heren zijn blijkbaar nooit moslim), al zal Arib dat risico niet zo snel lopen.

Wel werd ze op de Facebookpagina van Trouw, die de lezing publiceerde, uitgemaakt voor 'nestbevuiler' en 'teef'. En ook Arib moet tegen een ander verwijt opboksen, want kritiek op gebedsruimten is in strijd met 'inclusiviteit en diversiteit'. Dat is het nieuwe dogma dat alle onderwijsinstellingen beheerst. Met dat mantra worden in rap tempo kantines halal gemaakt, onderwijsprogramma's aangepast aan de gevoelige oren en ogen van leerlingen en dus ook ruimte beschikbaar gesteld voor het islamitisch gebed.

De Vrije Universiteit opende drie jaar geleden twee nieuwe gebedsruimten: één voor moslims en één voor andere gelovigen. Ook de feestelijke opening was in tweeën geknipt, de halalhapjes en -drankjes werden op een aparte tafel geserveerd. Dit voorjaar bleek de islamitische ruimte (dertig ligplaatsen) al te klein, bij het vrijdaggebed schijnt de ruimte uit zijn voegen te barsten.

Opgefrist

Dat er in het religieus onderwijs, zoals ook op de katholieke Radboud Universiteit en de protestantse VU, islamitische gebedsruimten bestaan klinkt wat bevreemdend, doch niet onlogisch. Zolang de Grondwet (artikel 23) niet wordt opgefrist tenminste. Maar zelfs openbare onderwijsinstellingen richten enthousiast zaaltjes in met gebedskleden, korans, wasgelegenheden en als het even kan ook gordijntjes of muren om de vrouwen van de mannen te scheiden. Roedels diversity officers zien erop toe dat geen student of leerling wordt gediscrimineerd.

Dat intussen principes als gelijkheid van man en vrouw en scheiding van kerk en staat met voeten worden getreden, nemen bestuurders op de koop toe. Misschien dat de scherpe observatie van Arib, over de vrijheid en veiligheid van alle leerlingen die níet willen bidden, hen ooit eens tot inkeer brengt.

Geerten Waling is historicus, onderzoeker aan de Universiteit Leiden en auteur van o.a. Zetelroof (Nijmegen: Vantilt 2017).