De Kloof geschiedschrijving

Geerten Waling: ‘Geschiedenis is niet een democratie waar alle stemmen even luid gehoord moeten worden’

Geerten Waling: ‘Het is net alsof nationale identiteit iets bruins is, of er een luchtje aan zit.’ Beeld Kiki Groot

De tegenstellingen in Nederland openbaren zich in tal van geledingen. Waar ligt de oorsprong en waartoe zal het leiden? Aflevering 12 in een serie: historicus Geerten Waling.

Geschiedenis is relevanter dan ooit. Maar staat ook meer dan ooit ter discussie. De viering dat de Britse ontdekkingsreiziger James Cook 250 jaar geleden voet aan wal zette in Nieuw-Zeeland, de herdenking van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing, de discussie over de ‘Confederate flag’ in de VS, waren allemaal aanleiding voor geëmotioneerde commentaren, opgeheven vingertjes en hysterische tegenreacties.

Ook in Nederland polariseert het ­debat rond onze geschiedenis. Het besluit van het Amsterdam Museum om niet langer de term Gouden Eeuw te gebruiken, omdat deze niet de lading zou dekken van de 17de eeuw, leidde tot furieuze en geestdriftige reacties op sociale media en aan talkshowtafels. Tot grote ­ergernis van de jonge, Leidse historicus Geerten Waling (33), auteur van De geboortepapieren van Nederland, waarin ook is opgenomen het Plakkaat van Verlatinghe, waarmee de Staten-Generaal in 1581 de Spaanse koning afzwoeren.

De Gouden Eeuw. Ofwel je bent er trots op, ofwel je voelt schaamte.

‘Emoties voelen bij geschiedenis is een opgeklopte reactie op de onzekere tijd waarin wij leven. Iedereen probeert ­ankers te vinden in het verleden om ­moreel gedrag te bepalen, maar ook om er een identiteit aan te ontlenen.

‘Mensen die trots zijn, willen weten waar ze staan, laten zien dat we lange wortels hebben en veel hebben bereikt waarop we ook positief op kunnen ­terugkijken. Ik snap dat gevoel. Dat je schaamte bij bepaalde gebeurtenissen uit het verleden voelt, zoals de slavernij of de Holocaust, dat je daar je morele ­kaders aan ontleent, snap ik ook. Maar dat je deze gevoelens een ander wil opleggen, vind ik kwalijk. Daarmee gebruik je de geschiedenis als splijtzwam in plaats van als inspiratiebron.

‘Ik vind het ook een beetje opportunistisch van het Amsterdam Museum. Volgens mij moeten ze een paar jaar dicht voor renovatie en dan gaan ze nog even uitgebreid een punt maken over de naam Gouden Eeuw, die ze schrappen uit de collectie. Als ze geen persbericht en opiniestuk hadden gepubliceerd, was het waarschijnlijk niemand op­gevallen.’

U deelt de mening van premier Rutte en minister Van Engelshoven dat we de 17de eeuw als Gouden Eeuw moeten blijven aanduiden?

‘Ik heb moeite met het feit dat er mensen zijn die continu met een rode pen door de geschiedenisboeken gaan om morele zuiverheid te betrachten. En dat zelfs voor een term als de Gouden Eeuw geen plek meer zou zijn. Het was echt een gouden eeuw voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het lukte onze kleine republiek om te midden van al die grote monarchieën de wereldzeeën te bevaren en een imperium op te bouwen. Zelfs al vinden mensen dat het slechtste project ooit, dan nog is het feitelijk een gouden eeuw geweest in de Nederlandse geschiedenis.’

En de schaduwkanten dan? Historicus James Kennedy, die is gevraagd de Canon van Nederland te herzien, heeft eens gezegd: ‘Een groot deel van de geschiedenis wordt gekenmerkt door onderdrukking, discriminatie, geweld en moord.’

‘Toeval, persoonlijk invloeden, onverwachte effecten: wie ervoor openstaat, kan tot in de lengte van dagen dingen uit de geschiedenis halen. Maar niet om daar trots of beschaamd over te zijn. Het zal onze kennis van de geschiedenis niet verruimen, maar vertroebelt juist ons begrip ervan. We kunnen, nee moeten, met een open geest ernaar kijken.

‘Ik vind dat Nederlandse historici daar bar slecht in zijn. Ze houden zich vooral ­bezig met hoogspecialistisch onderzoek. Bovendien zijn generalisten zoals je vroeger had weggevallen: Johan Huizinga, Jan Romein, Henk Wesseling, historici die met gezag iets konden zeggen. Degenen die dat nog wel zouden kunnen, zijn bang om een duidelijk standpunt in te nemen. Bang om nationalistisch gevonden te worden. Bang om hun kansen op een baan te verspelen. Dat leidt tot een soort conformisme waardoor historici zich afsluiten van het publieke debat en liever het archief in duiken om zich met hun eigen dingetje bezig te houden.’

Overigens zijn er wel andere groepen die van zich laten horen. Groepen die tot voor kort waren uitgesloten en daardoor onzichtbaar waren in de traditionele geschiedenis. Neem The Black Archives, waar zwarte geschiedenis centraal staat.

‘Het is goed dat we andere verhalen te horen krijgen. Maar geschiedenis is niet een democratie waar alle stemmen even luid gehoord moeten worden. We moeten kijken wat interessant is.

‘Ik ben allergisch voor mensen die geschiedenis elke keer weer in een ideologisch frame gieten. Waarom moet Nederland als nuchter landje aan de Noordzee met een internationaal verleden in de slavenhandel termen uit het Amerikaanse discours overnemen? Slaven worden slaafgemaakten, slavenhandel wordt deportatie, we geven er zo een politiekere lading aan, in plaats van te kijken hoe die periode ons heeft gevormd. Wat het met Suriname heeft gedaan of met de Afrikaanse landen. Als we breder kijken, zien we ook hoe dingen zijn gelopen. Daar hebben we meer aan dan dat we uit zijn op schuld en boete.’

We kunnen ons toch best afvragen of het nog goed is om een standbeeld te hebben van J.P. Coen of een Witte de Withstraat?

‘Natuurlijk is een debat erover goed. Maar de manier waarop we nu naar de geschiedenis kijken is te activistisch. Dat komt ook omdat de mensen die ermee bezig zijn, de professionals, ook activistisch zijn. Neem het hoofd geschiedenis van het Rijksmuseum, Martine Gosselink, die ooit zei dat schaamte haar leidraad is in haar carrière. Wat interesseert mij haar schaamte? Denk je dat een Surinaamse Nederlander of een bezoeker uit Indonesië zit te wachten op haar schaamte bij een tentoonstelling?

‘Het geldt evenzeer voor hoe Forum voor Democratie omgaat met de geschiedenis. Die filmpjes van Thierry Baudet over Michiel de Ruyter of Spinoza; hartstikke toe te juichen dat politici meer doen om ons historisch bewustzijn te vergroten, maar ook hier zie je een eenzijdig beeld: het ophemelen van de geschiedenis. En dat is uiteindelijk voor het grote publiek niet eerlijk.’

Wat doet ú als historicus wel?

‘Ik wil nieuwsgierig zijn naar de geschiedenis en wel vooral redelijk blijven. Een groot deel van de Nederlanders voelt zich nu eenmaal Nederlander en heeft belangstelling voor de eigen geschiedenis. Het is een misvatting dat nationale identiteit iets bruins is, of er een luchtje aan zit. We mogen best waardering voor de eigen natie hebben.

‘Al in 1882 schreef de Franse historicus Ernest Renan dat het niet gaat om taal, of hoe bergketens en rivieren lopen. Het gaat om historische lotsverbondenheid. Daarbij moeten we dingen herinneren, maar ook dingen vergeten. Sommige dingen moeten we zeker niet vergeten, de slavernij, de politionele acties in Nederlands-Indië. Maar we moeten proberen eroverheen te stappen. Dit is de geschiedenis. Hier dragen wij geen juk meer van, dit hebben wij niet op ons geweten. Wij hoeven als huidige generatie niet op te draaien voor wat verre voorouders hebben gedaan of nagelaten.’  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden