Hoe moeilijk kan het zijn?Jasper van Kuijk

Geen seconden, maar stipjes: hoe het beter kan met de wachttijd bij verkeerslichten

Denkfouten in het hedendaags ontwerp gefileerd door innovatie-expert (en cabaretier) Jasper van Kuijk. Deze week: verkeerslichten. 

Waarom zou je bij een verkeerslicht een wachttijdindicatie toevoegen als je de wachttijd niet goed kunt voorspellen?

Je komt al fietsend aan bij een stoplicht met wachttijdindicatie en gaat ervan uit dat de aftellende ‘25’ op het verkeerslicht het aantal nog te wachten seconden uitdrukt. Duidelijk geen ontwerp van mijn oude docent natuurkunde die elk antwoord zonder eenheid subiet fout rekende. Een kleine halve minuut wachten is goed te doen, dus je wacht netjes. Alleen, een paar seconden voordat het licht op groen zou moeten gaan, en terwijl jij je alweer op je zadel hijst, bevriest de teller om onverklaarbare redenen voor tien seconden.

Op zichzelf is wachttijdindicatie wenselijk, want dat kan ervoor zorgen dat de wachttijd minder lang voelt. In Vlaanderen staat de indicatie bij verkeerslichten niet voor niets bekend als een ‘wachtverzachter’. Alleen lieten computerwetenschappers van de universiteit van Michigan wel zien dat als de voortgang bij een taak langzamer is dan wat gebruikers hadden verwacht, de gebruikservaring negatiever wordt en de kans afneemt dat ze hun taak voltooien. En dat is precies wat er soms aan de hand is bij wachtverzachters.

Het probleem is dat de wachttijd bij verkeerslichten slechts tot op zekere hoogte voorspelbaar is. Verkeerslichten worden weliswaar bediend op basis van een vooraf vastgestelde cyclus, maar het schema kan aangepast worden aan hoe druk het is (gemeten via lussen in het wegdek of infraroodsensoren) of als er bijvoorbeeld plots voorrang gegeven moet worden aan een bus of ambulance.

Omdat de ordegrootte van de wachttijd wel ongeveer bekend is (zelden langer dan een minuut), maar de exacte wachttijd lastig is te voorspellen, zit het grootste verbeteringspotentieel misschien wel in de representatie ervan. Aftellen in getallen lijkt niet heel handig, want als er 30 staat en het duurt alsnog langer wordt het irritant. Een goed alternatief lijkt de aftellende cirkel van verlichte stipjes die ook wordt gebruikt.

Die geeft voldoende feedforward (informatie over wat je kan verwachten) om niet door rood te rijden en de lengte van de lijn geeft, in combinatie met hoe snel hij korter wordt, een ruwe indicatie van de wachttijd. Als tijdens het aftellen blijkt dat het toch langer duurt, kan de snelheid enigszins worden afgeremd. Mocht de wachttijd plotseling flink toenemen, door voorrangsverkeer zoals bijvoorbeeld een bus of ambulance, dan zou je een ‘gepauzeerd’-tekst of symbool kunnen laten zien en de lampjes van de aftelcirkel oranje laten knipperen. Ook sympathiek is wat ze in Groningen hebben ingevoerd: als de laatste vijf lampjes van de cirkel branden, wordt het groene licht niet meer uitgesteld.

Maar ook met een duidelijker gebruiksinterface blijft het natuurlijk wenselijk om de schattingen van de wachttijd zo goed mogelijk te maken. Anders wordt het als een weerbericht met heel duidelijke plaatjes van volslagen onzekere verwachtingen.

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden