ColumnIBTIHAL JADIB

Geen Oekraïners meer en een wrange nasmaak

null Beeld
Ibtihal Jadib

De tickets zijn geboekt; volgende week gaan onze huisgenoten terug naar Oekraïne. Hun zoektocht naar opties om zich hier te vestigen leverde een realiteitscheck op die de stemming veranderde: dan maar zo snel mogelijk terug naar huis.

Oekraïense vluchtelingen zijn in Nederland met open armen ontvangen, mijn man en ik deden mee door op 12 maart een gezin in ons huis te nemen. ‘Ga maar zitten, rust uit, hier zijn jullie veilig’, dat was wat wij voor ogen hadden. Veiligheid bieden voor zolang dat nodig is. Het voelde goed iets te kunnen doen in een wereld die geleid lijkt te worden door krankzinnigheid.

Nu betrap ik mezelf op een gevoel van opluchting. Ik kijk uit naar volgende week als de ongemakkelijke dans van stille verwachtingen ten einde komt. Als ik niet meer na elk gesprek blijf zitten met vragen als: ‘Verwacht ze dat ik dit voor haar betaal?’, ‘Vraagt ze me eigenlijk dat ik dit voor haar oplos?’ of ‘Denkt ze dat ík huisvesting voor haar kan regelen?’

De Oekraïners hebben me herinnerd aan onze directe volksaard. Ik wil recht op de man af de vragen gesteld krijgen, niet tussen de regels door moeten schoffelen tot de eigenlijke bedoeling naar boven komt. Dat laatste (her)ken ik maar al te goed van mijn Marokkaanse achtergrond en was de reden waarom ik als kind werd uitgelachen door familieleden in Marokko als ik weer eens iets gemist had. Zij leerden mij alsnog de kunst van het schoffelen, maar het tuinieren bleek slecht in m’n vingers te zitten.

Ik durf niet te zeggen welke indruk ik bij onze Oekraïense moeder heb gewekt. Al maakte ze wel de vergelijking: ‘You’re like a little cactus, so small but strong and full with spikes.’ Mijn man grijnsde breed, eindelijk erkenning van zijn lot. Hij kreeg trouwens een lentebui aan bewondering over zich heen, want de Oekraïense moeder had weke knieën bij de aanblik van een man die lekker kookt en mij, de vrouw nota bene, zoveel huishoudelijke taken uit handen neemt.

Als ik nu, voorzichtig terugkijkend, alles de revue laat passeren, blijf ik zitten met een wrange nasmaak. Onze Oekraïense huisgenoten begonnen dankbaar en blij, maar liepen gaandeweg tegen de grenzen aan van wat er kan. De mogelijkheden in dit land zijn eindeloos; voor mij en mijn kinderen ja, niet voor een vluchteling en haar kinderen. Die ongemakkelijke waarheid drong zich steeds nadrukkelijker op. Daar waar de Oekraïense moeder in de eerste weken verguld was met het riante salaris dat ze verdiende bij haar schoonmaakadresjes, verzuchtte ze gister dat het niet genoeg was.

Het geld raakt ook in Nederland snel op. En de huur voor een eigen woning bleek onbetaalbaar, daar viel niet tegenop te poetsen. Het was bij nader inzien beter geweest, liet ze zich laatst ontvallen, als ze bij aankomst in Nederland in een sporthal was gaan slapen. Bij ons was ze weliswaar comfortabel opgevangen, maar ze kende Oekraïners die vanuit die ellendige sporthallen mooi wel naar een eigen woning waren doorgestroomd.

De wereld is ongelijk verdeeld. Mijn schuldgevoel over de vraag waarom ik toevallig wel in een goed land ben geboren en een ander niet, verandert daar geen klap aan. Ik doe wat ik kan opbrengen om de balans enigszins te herstellen, maar dat is altijd te weinig. Dat betekent niet dat ik het daarom moet laten, dat het geen zin heeft. Het betekent alleen dat mensen niet met een verheugde glimlach teruggaan naar hun eigen land.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden