Column Eva Hoeke

Geen kwaad woord over fietsen: fietsen is winnen, zelfs als je verliest

Zodra de zomer de mensen op de vreemdste tijdstippen het land uit had gedreven richting groener gras en andere idealen, iPads en desinfecterende handgel mee, trokken wij ons terug in een steeds stiller wordend dorp. De bakker sloot al om drie uur de deuren en de buren hadden het zwembad afgedekt. Vanuit mijn raam zag ik hoe een vrouw iedere ochtend de poes eten gaf en met de krant onder haar arm weer naar buiten kwam.

Wij bleven thuis. Niet daar, op onbekend terrein met haperende creditcards en balkons met verraderlijk brede spijlen zouden we geluk ervaren, maar hier, in ons eigen universum van snel opschietend onkruid en een opblaaszwembad in de tuin. We bestelden boxjes voor buiten, dronken citroenlimonade uit kannen met tinkelende ijsblokjes en lieten het onze tijd wel duren.

En tussendoor fietsten we.

Geen kwaad woord over fietsen. Fietsen is vrijheid, fietsen is stromend bloed, fietsen is een kilo afvallen en die er daarna meteen weer lekker aanvreten, met mayo. Fietsen is ontdekken dat er 10 kilometer verderop een oude wapenfabriek zit waar de munitie is vervangen door kunst (mailt u gerust voor coördinaten), fietsen is zien dat niets ooit vloekt in de natuur en fietsen is therapie, want gesprekken worden nu eenmaal beter naarmate je elkaar minder aankijkt. Fietsen is 4-0 tegen je eigen duivels. Vroeger fietste ik 8 kilometer naar school, elke dag, weer en wind, immer gerade aus door die klotepolder, wanneer je aankwam was je de helft kwijt van wat ’s nachts nog je Waterloo had geleken. De Man had dezelfde ervaring, al werden zijn longen gevormd door Gelderse heuvels, dat en dertig jaar roken, je kon het zien aan onze manier van fietsen – zodra het begon te waaien boog ik voorover en raakte hij op achterstand. Wanneer hij dan weer bij was, luisterden we naar het onafgebroken gekeutel van de Dochters, bij sommige woorden keken we elkaar verbaasd aan.

In een van de cafés hoorde ik het nieuws van Piet. De barvrouw zei het terloops. De oude kastelein, mijn eerste baas, een man even markant als merkwaardig, had inmiddels de kraaienmars geblazen. ‘Twee jaar geleden alweer,’ zei ze terwijl ze tegen de toog leunde. ‘Een combinatie van drank en ouderdom, ik weet het ook niet precies.’ Ze keek me aan: zo gaan die dingen. Toen we wegfietsten dacht ik aan de keer dat ik een van de oude stamgasten in een ander café had gezien. Hij had de neiging om te overdrijven en van drinken kreeg hij dorst, maar over Piet, die toen net was opgenomen, was hij verassend helder: ‘Hij is niet dood, hij is alleen vergeten dat hij leeft.’

Naar het oosten.

Vanaf de dijk keken we toe hoe een roestrode Welger hooibalen maakte van rijen hooi, waarna ze een voor een bovenop een platte wagen werden gegooid. Toen de Dochter (3) vroeg wat er gebeurde begon ik over dorsen, maaien, schudden, wierselen en hakselen, maar daar zat verder niemand op te wachten. Het stel dat achter ons fietste en het verloren schoentje van de kleinste kwam brengen bleken Brabanders te zijn. Vrolijke mensen, ze hadden elkaar sinds twee jaar gevonden, eindelijk, toch nog. Ze deelden een hobby, fietsen, en nu ze sinds een jaar met pensioen waren deden ze niet anders, het hele land door, nu weer drie dagen Noord-Holland. Ze gingen zolang het ging. Hij: ‘Een dag voor onze bruiloft kregen we te horen dat zij longkanker heeft. Uitgezaaid. Nooit één sigaret gerookt, nooit.’

Zij: ‘Daarom heb ik een elektrische fiets.’

Hij: ‘Ik zeg tegen d’r: ‘Lieverd, aan uitgezaaide longkanker kan ik niets doen, maar we kunnen wél lid worden van Vrienden van de Fiets.’

Fietsen is winnen, zelfs als je verliest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden