Column

Geen goedkoper bocht dan de feelgood van Hugh Grant

Meer dan over baardige, mythische dikkerds, ironische truien of een gekmakende nationale non-discussie gaan de kerstdagen voor mij over de noodzaak om aan de film Love Actually te ontkomen. Dit is sinds het verschijnen ervan, in 2003, nog nooit iemand gelukt.

Hugh Grant en zijn feelgoodtrawanten in Love Actually (2003).

Hoeveel Finse documentaires over zelfmoord je ook op scherp hebt staan, vroeg of laat stapt de poes op de afstandsbediening en zit je weer gevangen in dat geraffineerde web van Hugh Grant en zijn feelgoodtrawanten, waar het onmogelijke altijd tóch gebeurt, de kinderen wijs en groothartig zijn, de volwassenen lekker gek en de liefde alles overwint, met twee vingers in de neus eigenlijk.

Dit jaar buitelden we pardoes in de eindsequentie. Ik deed nog een poging het gezin ervan te doordringen dat niemand ooit door de beveiliging van Heathrow breekt, zeker 10-jarige rossige knaapjes niet, dat het Mariah Carey-blèrende donkere meisje wel heel belabberd playbackte en dat die onaantrekkelijke zus van de Portugese huishoudster met de kuiltjes in de wangen een akelig potje fat-shaming te verduren kreeg, nota bene van haar eigen vader. Maar het bankstel was in die luttele minuten al veranderd in een emotioneel ground zero. Toen The Beach Boys zich vervolgens ook nog met de zaak meenden te moeten bemoeien ('Wouououldn't it be nice?'), mengde ik me machteloos schokschouderend in het koor van gezinsleden die heus niet huilden, maar gewoon allemaal tegelijk last hadden van een hardnekkig vuiltje in de ooghoek.

De dag erna werd ik overal in de stad opgewacht door jonge, knappe collectanten met verwachtingsvolle blikken, alsof ze róken dat die briljante kutfilm nog door mijn zenuwstelsel gierde. Ogenblikkelijk begon ik ze grote geldsommen te overhandigen, voor de homorechten in het Amazonegebied, de kinderen met klimaatverandering en alles wat er nog meer loos was maar nu toch echt gefikst ging worden. Waarna ik me de rest van het weekend, lichtjes zwevend op een wolk van welbehagen, aan diverse familietafels voegde. We schransden dat het een lieve lust was, klokten groteske hoeveelheden wijn naar binnen, schonken elkaar personalized body butter en geinige minigolfbaantjes voor tijdens het poepen. We lieten de Amazone-homo's en de klimaatkinderen wijselijk links liggen en stelden bij het afscheid nog maar eens vast dat we heel, heel veel van elkaar hielden. Wat mooi was en dankbaar stemde - écht.

En toch wist ik al die tijd dat hij ging komen: die ochtend, déze ochtend om precies te zijn, waarop het allemaal volbracht is en het heel abrupt begint te dagen dat, actually, alle ellende misschien toch niet in één keer voor eeuwig en altijd opgelost was - verre van eigenlijk.

Nou, en daarom haat ik die Hugh Grant dus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden