Column Asha ten Broeke

Geen blackface, maar een vrolijk feest voor alle kinderen. En ook de provincie zal zien dat het goed is

Het is woensdagavond, koud en donker, en op het plein voor het stadhuis in Deventer staan zo’n dertig Zwarte Pieten. Veel te vroeg, natuurlijk: Sinterklaas is nog niet eens in het land. Maar blijkbaar is de traditie dat er geen Sint en Pieten mogen rondlopen in een stad voordat de intocht is geweest er eentje waar wél aan gemorreld mag worden.

Het is voor de goede zaak, vinden de Zwarte Pieten. Zij, en nog een kleine honderd andere demonstranten, zijn van de actiegroep ‘Zonder Zwarte Piet geen Sinterklaas in Deventer’. Die werd twee weken geleden opgericht nadat de burgemeester en een wethouder hadden aangekondigd dat Zwarte Piet diende te verdwijnen. Gefaseerd moesten er roetveegpieten komen, anders zou de commissie die de intocht organiseert haar subsidie verliezen. Die commissie voelde zich overvallen, het landelijke Sint- en Pietengilde stond op haar achterste benen – ‘gemeentes drijven hun zin door met gemeenschapsgeld als chantagemiddel’ – , op Facebook protesteerde een luid groepje Deventenaren met veel hoofdletters: ‘ZWARTE PIET BLIJFT ZWART’.

Dat leidde tot een zekere verslapping in de knieregio bij burgemeester en wethouder: die roetveegpieten hoefden toch maar niet. In plaats daarvan komt er een compromispiet, waarvan niet bekend wordt gemaakt hoe die eruit zal zien. Nu is in Deventer – mijn stad – iedereen ontevreden. De voorstanders van Zwarte Piet omdat ze vrezen dat hun geliefde racistische karikatuur gaat verdwijnen, de tegenstanders omdat je over racisme geen compromissen sluit, kom nou; dat de burgemeester het wilde ‘uitfaseren’ was al genant genoeg.

En zo heeft de strijd voor het einde van Zwarte Piet de provincie bereikt. In het jaar dat het Sinterklaasjournaal, de landelijke intocht en de meeste grote steden eindelijk vrij zijn van blackface, rommelt het in plaatsen als Deventer, Zoetermeer, Hengelo, Veenendaal.

Deventer is een verdeelde stad. In de rijkere buitenwijken stemt men bij verkiezingen hoofdzakelijk VVD, in de binnenstad GroenLinks. Daartussenin liggen de armere buurten, zoals de mijne, waar in 2017 de PVV en in 2019 Forum voor Democratie de grootste werden. Even verdeeld zijn we over de pietenkwestie. De Stentor Deventer peilde ruim 12 duizend stadsgenoten: van hen wil 55 procent dat Zwarte Piet zwart blijft en 34 procent wil dat juist niet.

Aangezien niets Nederlands ons vreemd is, leidt deze verdeeldheid tot agressie bij sommige fans van Zwarte Piet. Wanneer ik me, als bezorgde burger, online en bij de raadsvergadering uitspreek tegen Zwarte Piet, krijg ik te horen dat ik moet oprotten. ‘Ga terug van waar je vandaan komt en ga geen onrust stoken hier in het traditionele Deventer’ (sic). ‘Zei moet heel snel in een puinzak op de boot worden gezet naar de kannibalen dan hebben ze een heerlijke maaltijd’ (ook sic). ‘Die ten Broeke moeten ze ook met pek en veren de stad uit jagen.’

Deze gezelligheid komt van leden van dezelfde actiegroep die demonstreerde voor het stadhuis. Op hun Facebookpagina heet het college van B&W ‘de D66-Groenlinkskongsi die Zwarte Piet wil liquideren’. Er is zelfs enige bereidheid om, kinderen-be-damned, het hele Sinterklaasfeest in gijzeling te nemen; het bericht dat de Veenendaalse Sint weigert mee te doen aan een intocht met roetveegpieten wordt enthousiast onthaald. ‘Top dat moet elke Sinterklaas doen.’ ‘Juist! Poot stijf houden!’ Elders: ‘Maak je geen zorgen in Deventer blijft het zwart of helemaal niet.’

Zelfs op een basisschool lopen de gemoederen hoog op. In groep acht ondervragen de kinderen van fanatieke Zwarte Piet-aanhangers hun klasgenoten: ‘Ben je voor of tegen? Zeg op! Want als je tegen Zwarte Piet bent, kan ik je niet vertrouwen.’

Het is pijnlijk ironisch dat ze juist op deze school alweer een paar jaar Sinterklaas vieren zonder Zwarte Piet – tot ieders tevredenheid. Zelfs een vader die kort daarvoor nog had geroepen dat ‘die buitenlanders met hun gore poten van ons kinderfeest moeten afblijven’, stond lachend te zingen en klappen toen de regenboog- en roetveegpieten de school binnenliepen.

Zo kan het altijd zijn, denk ik. Niets maakt een racistische traditie zo snel betekenisloos als de aanblik van opgetogen kinderen die buiten met rode wangetjes van de kou en de pret naar roetveegpieten zwaaien. Er zullen weer gewoon liedjes zijn, en pepernoten, en cadeautjes in de schoen. Er zal geen blackface zijn, maar een vrolijk feest voor alle kinderen. En ook de provincie zal zien dat het goed is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden