Gastcolumn

Geef theatermakers van kleur nu eindelijk de plaats die ze verdienen in de geschiedschrijving, te beginnen met mijn tante Chrisje

Haar mooiste theaterherinnering is de musical Faya uit 1995, met een volledig Surinaamse cast: waarom worden zulke zwarte voorstellingen en acteurs weggemoffeld, vraagt Ernestine Comvalius zich af.

Theaterkrant Magazine met het portret van Rufus Collins van Brian Elstak op de voorkant. Beeld Theaterkrant Magazine
Theaterkrant Magazine met het portret van Rufus Collins van Brian Elstak op de voorkant.Beeld Theaterkrant Magazine

Theaterkrant Magazine, vakblad voor de podiumkunsten is net uitgekomen. Op de voorpagina prijkt een portret van Rufus Collins, gemaakt door kunstenaar Brian Elstak. Het portret van Collins is het tweede portret van een zwarte theatermaker die in de Amsterdamse Stadsschouwburg (ITA) komt te hangen. Sinds 2019 prijkt het portret van Romana Vrede er, winnaar van de Louis D’ Or.

In Theaterkrant Magazine lees ik dat in de standaardwerken zoals Een theatergeschiedenis der Nederlanden (R.L. Erenstein, 1996) zwarte makers en andere makers van kleur onzichtbaar zijn. Een recenter overzicht Allemaal Theater, een tv-documentaireserie over de Nederlandse toneelgeschiedenis van 1945 tot 2004, negeert eveneens de bijdrage van de mensen uit andere delen van het toenmalige Koninkrijk die hier hun sporen hebben verdiend.

Musical over liefde

Een van mijn mooiste herinneringen aan theater, is de musical Faya in 1995. Niet eerder zag ik een musical met een volledig Surinaamse cast. De grote zalen en schouwburgen puilden uit want de bezoekers kwamen van heinde en ver. Een unicum. De musical over de liefde tussen een Hindostaanse vrouw en een Afro-Surinaamse jongeman met herkenbare teksten, sprankelende zang, dans en Caribische ritmes, was een succes. John Wooter, Franky Douglas, Hugo Heinen, Lodewijk de Boer, waren de makers.

Mijn tante Chrisje Comvalius speelde in dit historische stuk met mensen als Stanley Burleson en Helen Kamperveen. Binnen een week moest zij een rol spelen, want de actrice Gerda Havertong was uitgevallen door een auto-ongeluk. Gerda Havertong is degene die in 1990 de eerste zwarte Medeia heeft gespeeld bij Theater van het Oosten.

Tante Chrisje is al 73, maar zij werkt nog steeds als actrice. In meer dan dertig films heeft zij gespeeld waaronder Achtste groepers huilen niet (Gouden Kalf Publieksprijs 2012) en In Oranje (Gouden Film 2004 en Young Artist Award 2005).

Moeder Courage

In 1967 was zij de eerste zwarte vrouw die de hoofdrol speelde als verteller in Moeder Courage van Bertolt Brecht, geregisseerd door Marcel van Dijk, in de schouwburg in Nijmegen. Marcel van Dijk is degene die haar talent heeft ontdekt en ze zegt altijd dat zij hem schatplichtig is evenals de regisseurs Rieks Swarte en Lodewijk de Boer. Toen zij in 1977 haar eigen Theatergroep 13 oprichtte, was Rieks Swarte de regisseur en de decorontwerper.

‘Aruba, daar liggen mijn wortels’, zegt zij, kind van Surinaamse ouders. Zij is vernoemd naar haar oma Chrisje Plet die mijn overgrootmoeder is.

Ik vind haar vooral een Rotterdamse. De laatste keer dat ik bij haar op bezoek was in Rotterdam, bracht zij zelfgemaakte okersoep naar haar buren in de seniorenflat omdat zij nooit bezoek krijgen.

Tante Chrisje omringt zich met jonge mensen. Zij is hun coach. Dagelijks komt er wel een jonge maker, actrice of collega-acteur langs voor advies of een pittig gesprek. Zij hangen aan haar lippen en zij haalt voldoening uit het overdragen van haar kennis en wijsheid aan de jongere generatie. Niemand vertrekt zonder het nuttigen van een glas eigen gemaakte gemberbier of een kommetje cassave soep.

‘Veel van jezelf geven'

Zij is heel gepassioneerd over haar vak. ‘Je moet het vak leren en de techniek onder de knie krijgen. Veel van jezelf geven, daarom is het belangrijk te weten wie je bent en wat je daarvan laat zien. Het is hard werken. Taal is het allerbelangrijkste. Je moet weten waar het om gaat en hoe je het gaat overbrengen. Ik kom jonge acteurs tegen die zinnen zeggen waaruit blijkt dat zij de betekenis van het woord niet kennen. Kijk naar Kenneth Herdigein. Hij verstaat zijn vak en gebruikt het steeds majestueuzer.’

Merkwaardig dat een standaardwerk als de Een theatergeschiedenis der Nederlanden een hele groep makers en spelers uitsluit. En dat het in de televisieserie Allemaal Theater lijkt het alsof de theaterwereld monocultureel is. De laatste editie van Theaterkrant Magazine waarin een begin is gemaakt met het vertellen van het bredere verhaal van de theatergeschiedenis, is bemoedigend.

Mijn tante Chrisje mist daarin wel de namen van de Rotterdamse acteurs en makers. ‘Het lijkt alsof alleen in Amsterdam kunst gemaakt en uitgevoerd wordt. Dat klopt natuurlijk niet.’

Chrisje Comvalius maalt niet om roem en bekendheid. Met haar zul je weinig tot geen interviews vinden. Op tv of op het podium zie je haar alleen als actrice. Overdracht aan de jeugd, daar haalt zij voldoening uit.

Ik vind dat die theatergeschiedenis der Nederlanden nu eindelijk inclusiever mag worden en daarin horen mijn tante en nog vele anderen een prominente plaats te krijgen.

Ernestine Comvalius is voormalig directeur van het Bijlmer Parktheater en was in de maand april gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Ernestine Comvalius bij het portret van haar door kunstenaar Patricia Kaersenhout in het Van Abbemuseum. Beeld nvt
Ernestine Comvalius bij het portret van haar door kunstenaar Patricia Kaersenhout in het Van Abbemuseum.Beeld nvt
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden