OpinieOnderwijs

Geef mij maar die halve klassen

De halve klassen, noodzakelijk door de coronacrisis, hebben onverwachte voordelen, merken de  leerkrachten in het basisonderwijs, schrijft Monique van Merwijk. 

De Willibrordusschool in Oud-Beijerland is weer open, met de anderhalvemeterregel.Beeld Arie Kievit

Het valt op. Het aantal juffen en meesters dat meer voordelen dan nadelen zien in de gedwongen halve klassen. De gesprekken tussen leerkrachten op het schoolplein verlopen bijna letterlijk hetzelfde. Er is niets afgesproken, er is geen actiegroep. Directeuren houden geen enquêtes, geen krant heeft zich er nog mee bemoeid. Maar desondanks.

Het onderwijs is nog nooit zo passend geweest. Het salaris is nog nooit zo passend geweest. De mogelijkheid tot aandacht is nog nooit zo passend geweest. Passend onderwijs is nog nooit zo goed gelukt als nu. Nu het kind dat nooit echt iets vertelde ineens de oren van je hoofd kletst. Nu het hyperactieve kind ineens de meest actieve en geïnteresseerde is. Nu de juf ineens begrijpt hoe het rapport ingevuld moet worden, en waarom. Want er is tijd en genoeg rust. Want er is ruimte, fysiek en mentaal. Voor kind zijn en jezelf zijn en grapjes en irritant gedrag (ja echt) (juf grinnikt in plaats van dat zij notities maakt in het dossier).

In de pauze gaan de, op gepaste afstand, gevoerde gesprekken over de kinderen die we nooit zo zagen. Over hoe fijn het is dat elk kind zichzelf kan zijn, over hoe fijn het is dat jijzelf jezelf kan zijn. Dat je je ineens wél weer een goede juf of meester voelt, die elk kind ziet en elk kind op waarde kan schatten. Dat de kwartjes zo snel vallen. Hakken en plakken, letters leren, rijmen. Ineens duurt alles veel minder lang. En iedereen is trots: de juf, de kinderen, zelfs de directie.

Want leerkracht zijn voor dertig kinderen is een ander beroep dan leerkracht zijn voor vijftien kinderen. Wat als ADHD ineens niet meer zoveel uitmaakt? Wat als dyslexie ineens gewoon ook iets is dat een kind mag en kan hebben? Dat er geen externe partij komt uitleggen hoe de juf een ‘probleemkind’ behapbaar kan houden in de klas? Kan Emre dan gewoon de drukke, blije jongen zijn die hij eigenlijk is? Kan Evi dan gewoon wat meer praten als ze iets leuks heeft meegemaakt?

Het zou ineens zomaar een leuke baan kunnen zijn, leerkracht. Omdat kinderen eigenlijk gewoon echt heel leuk zijn. Kleine gekke mensen, die kleine gekke dingen doen en ondertussen hun best doen om van alles te leren. Hoofdsteden, staartdelingen, figuurzagen.

Deze juf zou in ieder geval heel graag alles zien. Ik zou graag zien hoe elk kind zich ontwikkelt. Hoe elk kind letters ontdekt, hoe het de wereld ontdekt, hoe het de wereld leert ontcijferen. En natuurlijk kan dat ook best een beetje met achtentwintig kinderen in de klas. Maar dan zouden we misschien wel missen dat Mehmet ineens zo goed kan vertellen, dat Yousra al vijftig plus twee kan optellen, en dat Senza best vaak geen eten bij zich heeft.

Wie weet hoeveel juffen en meesters er eigenlijk echt zouden zijn als het vak teruggebracht zou worden tot de essentie: het vormen van kinderen tot gevormdere kinderen het jaar erop. Zonder waarde-oordelen of hokjes of kruisjes op formulieren.

Dat leerkracht zijn een beroep is waar je fijn van slaapt, in plaats van een beroep waarvan je wakker ligt. Dat het voelt alsof je de mogelijkheid hebt om iets goeds te doen, in plaats van het beroep uit te voeren dat niemand meer wil.

Er hoeft geen medaille te zijn, dat bedoel ik niet. Niemand hoeft een lied te schrijven over dat wij zo tof zijn ofzo.

Maar als je dan eindelijk je kind weer vijf dagen naar school mag sturen, als je zelf weer kan zoomen zonder dat je kleuter zijn tekening precies op dat moment wil laten zien, als je zelfs weer even jouw serie overdag kan netflixen, denk dan even aan de juffen en meesters. Niet omdat ze zielig zijn, maar omdat ze weer het meeste deel van de tijd aan het jongleren zijn met de ballen die ze moeten ophouden, in plaats van het rustig overgooien dat het daarvoor was.

En vraag jezelf even af of jij mogelijkheden ziet, ideeën kan bedenken om het instituut basisschool een klein tikje te geven. Want er moeten toch mogelijkheden zijn. Helemaal nu we noodgedwongen zo goed in oplossingen hebben leren denken.

Monique van Merwijk is docent in het basisonderwijs in Den Haag.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden