Geef mij maar Amsterdam

Beeld anp

In de Tourploegen van de jaren vijftig zag de getructe Brabantse ploegleider Kees Pellenaars niets in een samenwerking met de Amsterdammers Hein van Breenen en Henk Faanhof. Ze hadden de gladjanus door met al zijn gesjoemel en zeiden dat hardop en meedogenloos.

Toen Gerrie Knetemann in het profpeloton verscheen, heette hij een Amsterdams grote waffel te hebben. Beviel hem iets niet, dan zei hij dat, zonder omwegen en in klare taal.Echt Amsterdamse renners zag je zelden in de Tour. Mokumers vielen niet voor het Franse showgedoe en de hoofdstad leverde eigenlijk meer baanrenners dan klimmers en dalers. En zei Gerrit Schulte niet ooit dat er 'in die pokken-Tour geen gulden te verdienen was'?

Michel Cornelisse, zoon van een baanrenner die ooit olympisch brons won, zelf winnaar (vraag niet hoe) van de Ronde van Luxemburg en vader van een aanstormend wegtalent, is de spreekwoordelijke Amsterdamse spiegel van humor, bravoure en gogme.

Mede door zijn kwebbelgenieke aanwezigheid is zijn ploeg, MTNQhubeka, met een succesvolle ronde bezig. De lach als doping, het gebbetje als versnelling, het dollen als voeding om Parijs te halen; hij bezit ze allemaal en gebruikt ze. En hij spreekt Jopie Cruijff moeiteloos na: 'Als je niet aanvalt, ken je niet winnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden