OPINIEPensioenakkoord

Geef mensen geen ‘zicht op’, maar echte indexatie van hun pensioen

De Tweede Kamer debatteert dinsdag over het onlangs bereikte pensioenakkoord. Een mooie aanleiding om de laatste twaalf jaar toegezegde indexatie van de pensioenen eens na te komen, betoogt Gerard Meijer.  

Han Busker (FNV), Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (D66) en Hans de Boer (VNO NCW) in het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Beeld ANP

Veel is nog onduidelijk in het pensioenakkoord en men kan zich afvragen waarom het akkoord is afgesloten. Ook uit de inmiddels gepubliceerde stukken van de overheid rijzen meer vragen dan er antwoorden zijn. Als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden is er voor de meeste mensen tijdens hun werkzame leven pensioenpremie betaald voor een pensioen met indexatie of soms zelfs voor een waardevast pensioen. Deze mensen willen weten of en wanneer er indexatie gaat plaatsvinden en wat de voorwaarden zijn om die indexatie te kunnen geven. 

De laatste twaalf jaar is de toegezegde indexatie niet gegeven. De reden van deze ‘wanprestatie’ van de fondsen werd en wordt veroorzaakt door een door de overheid en De Nederlandsche Bank (DNB) bedachte rekenrente. Deze rekenrente is heel laag omdat hij vooral door obligatiekoersen wordt bepaald. Met de fictieve opbrengsten van obligaties moeten volgens de DNB de pensioenverplichtingen kunnen worden betaald. In werkelijkheid hangen de rendementen van het belegde vermogen van pensioenfondsen nauwelijks af van die rekenrente, omdat de fondsen vooral in aandelen beleggen en omdat ze daarmee uitstekende rendementen behalen. 

Dit leidt tot de situatie dat de fondsen zich arm moeten rekenen en een te lage dekkingsgraad hebben door die fictieve rekenrente,  terwijl ze buitengewoon rijk zijn. Doordat er niet is geïndexeerd, is de waarde van de beleggingen van de pensioenfondsen inmiddels opgelopen tot het onvoorstelbare bedrag van 1.500 miljard euro. Met een rendement van gemiddeld 6,5 procent over 30 jaar levert zo’n bedrag een rendement op van circa 98 miljard euro per jaar. Dit bedrag is ruim drie keer zoveel als alle uitbetaalde pensioenen tezamen. Die uitgaven bedroegen afgelopen jaren namelijk circa 32 miljard per jaar. 

Het zal duidelijk zijn dat de beleggingen voldoende omvangrijk zijn om niet alleen de jaarlijkse uitkeringen te betalen, maar ook om een zeer ruime buffer te verschaffen voor mogelijke tegenvallers in de toekomst.

Mee laten variëren

In het nieuwe pensioenakkoord is besloten om niet langer die beknellende rekenrente te hanteren maar om pensioenaanspraken en -uitkeringen langzaam mee te laten variëren met de langetermijnresultaten van de rendementen. Dat wil zeggen, niet met de dagkoersen op de beurs maar met bijvoorbeeld het voortschrijdend gemiddelde over vijf of tien jaar. Als dat gedaan wordt, hoeft er geen uitzonderingspositie gecreëerd te worden voor bepaalde leeftijdsgroepen en kan men voor de ouderen dezelfde rendementen projecteren als voor de jongeren. 

In tegenstelling tot hetgeen wordt geponeerd, merken wij, Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP), uit onze eigen contacten met ouderen dat men helemaal niet kiest voor beleggingen in vastrentende waarden, zoals obligaties. Zulke beleggingen leveren immers veel minder op en zouden, net als de huidige rekenrente, indexatie onmogelijk maken.

Met een projectierendement dat ook in de uitkeringsfase gebaseerd is op beleggingen in aandelen, dus voor zowel jong als oud, is het ook mogelijk om een inhaalindexatie toe te kennen. Dat wil zeggen: alle mensen voor wie premie is betaald, alsnog de indexatie te geven waarop ze recht hebben. Dit geldt voor zowel de aanspraken als de uitkeringen. Dus voor alle generaties. Voor de toekomstige generaties wordt natuurlijk ook gewoon premie betaald, waarmee ook zij aanspraken opbouwen en zich verzekerd kunnen voelen van een goed pensioenstelsel.

Als dat nu eens duidelijk wordt gezegd en geschreven, zullen miljoenen Nederlanders er blij en gelukkig mee worden gemaakt, en zijn we op de goede weg om te kunnen voldoen aan de Europese pensioenrichtlijnen.

Gerard Meijer, bestuurslid Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP), emeritus hoogleraar TU Delft

Wat gaat er veranderen aan uw pensioen?

-Iedere werknemer krijgt een persoonlijke rekening bij zijn pensioenfonds.

- Op die rekening staat hoeveel premie is ingelegd en hoeveel winst of verlies daarmee met beleggingen is gemaakt. De premie wordt, net zoals nu, collectief belegd. Een aandeel in winst of verlies wordt bijgeschreven op de persoonlijke rekening.

- Bij de persoonlijke rekening staat hoeveel pensioen het geld kan gaan opleveren op basis van verdere premiebetaling plus ‘projectierendement’. Dat is niet één bedrag maar varieert van ‘slecht weer’ via ‘neutraal’ naar ‘mooi weer’.

- Omdat het een raming is van en geen toezegging, zoals nu, over het te behalen pensioen op basis van het gemiddeld verdiende loon, vervalt het belang van de rekenrente. Die was belangrijk omdat sprake was van een toezegging. Door de lage rente staan pensioenfondsen er al jaren slecht voor en kunnen pensioenen van ouderen en de opgebouwde pensioenen van werkenden vaak al jaren niet verhoogd.

- Als het meezit met de beleggingen gaan de pensioenen van ouderen omhoog, als het tegenzit omlaag. Beleggingswinst of -verlies wordt niet in een keer verrekend, maar gespreid over een paar jaar. Daardoor kunnen winst en verlies tegen elkaar wegvallen.

- Er komt per pensioenfonds een solidariteitsfonds van maximaal 15 procent van het totaal belegde vermogen. Dit fonds wordt gevuld met een deel van de betaalde premie en met een deel van de beleggingswinst. Met dat fonds kunnen grote schokken in beleggingen worden opgevangen.

- Voor iedere werknemer wordt de premie op zijn eigen rekening bijgeschreven. Dat is voordelig voor jongeren, maar een nadeel voor 45-plussers. Die middelbare werknemers moeten per pensioenfonds voor dat nadeel worden gecompenseerd.

- Bij pensionering kunnen werknemers ervoor kiezen 10 procent van het opgebouwde vermogen op de persoonlijke rekening in één keer op te nemen voor bijvoorbeeld afbetaling van het huis, een verbouwing, een grote reis of een gift aan kinderen. Het pensioen wordt dan 10 procent lager.

- Het nabestaandenpensioen voor verweduwden en wezen van werknemers wordt gemoderniseerd, zodat nabestaanden niet voor financiële verrassingen komen te staan, hetgeen nu vaak het geval is. Het nabestaandenpensioen voor partners van gepensioneerden blijft zoals het is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden