Opinie Caribische eilanden

Geef Caribische eilanden de status van Nederlandse gemeenten

De voor de Nederlands-Caraibische eilanden overrompelende problematiek is niet meer het hoofd te bieden zonder grondige herziening van de relaties met Nederland. Dat betogen socioloog Aart G. Broek en oud-ambassadeur Jan Wijenberg.

Premier Mark Rutte tijdens de conferentie Bon Bini for Business in Willemstad, 21 januari 2019. Beeld ANP

In 2010 werden Bonaire, Saba en Sint Eustatius op specifieke wijze bij Nederland gevoegd, terwijl naast Aruba ook Curaçao en Sint Maarten ‘landen’ in het Koninkrijk werden. Dit was vragen om moeilijkheden, dagelijks geïllustreerd door problemen met het milieu, criminaliteit, onderwijs, bestuur en nu de Venezolaanse vluchtelingenproblematiek. Aruba, Curaçao en Sint Maarten staan nu onder een vorm van Nederlandse curatele, al dan niet naar de buitenwacht gepresenteerd als ‘samenwerking’. Op de BES-eilanden bepaalt Nederland per definitie de gang van zaken.

De landen missen voldoende ­capaciteit om intern, regionaal en wereldwijd zelfstandig te opereren. Ze zijn, tot hun ergernis, praktisch afhankelijk van Nederlandse gunsten. Hoe schaamtevol!

Mistrouwen en achterdocht

De nieuwe status van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is een stap naar verbetering. Als ‘openbaar lichaam’ lijken ze op gemeenten. Het Nederlandse bestuur heeft vooralsnog verzuimd om er daadwerkelijk gemeenten van te maken en onthield de eilanden hun juiste plaats in het staatsbestel: tezamen als provincie. Saba, Sint Eustatius en Bonaire hebben dan ook nog niet de rechten en plichten, financiering, invloed en zeggenschap zoals Nederlandse gemeenten die kennen.

Aan Nederlandse zijde bestaan gevoelens van superioriteit en een terecht mistrouwen in het eilandelijk potentieel. Aan de Caribische kant heersen een misplaatste overtuiging over een ongebreideld ­potentieel te beschikken en een gerechtvaardigd achterdocht tegen de Nederlandse politieke klasse. Het Statuut – dat de onderlinge verhoudingen in het koninkrijk regelt – spreekt van gelijkwaardigheid, zelfstandigheid en wederkerigheid. Die vitale waarden en normen worden nu niet nageleefd.

Volledige integratie

Om die gelijkwaardigheid, zelfstandigheid en wederkerigheid optimaal te verkrijgen resteert één optie: schaf het Statuut af en maak de Nederlandse grondwet geldig voor het hele koninkrijk. Verleen alle zes eilanden de status van Nederlandse gemeente, verenigd in een provincie. Als zodanig worden ze volledig geïntegreerd in het Nederlands staatsbestel.

Naast de taken die Nederland al voor de eilanden waarneemt – defensie, buitenlandse betrekkingen en het Nederlanderschap – kunnen de Caribische gemeenten dan voor steun een beroep doen op ‘Den Haag’ en ‘Brussel’. Beide overheden staan de eilanden terzijde bij criminaliteitsbestrijding, ecologische uitdagingen, economische ontwikkelingen, onderwijs, bestuurlijke capaciteit, vluchtelingenhulp en meer. Niets zou de Caribische gemeenten het behartigen van hun regionale belangen in de weg staan.

Kortom, het koninkrijk nieuwe stijl geeft de Caribische gemeenten en de provincie meer gestructureerde invloed en een meer rechtszekere inbedding. En het zet het proces van het steeds verder uit elkaar drijven om in samenwerking, saamhorigheid en integratie.

Aart G. Broek is sociaal wetenschapper en auteur van onder meer Geboeid door macht en onmacht; De geschiedenis van de politie op de Nederlands-Caribische eilanden (2011). Jan Wijenberg is oud-ambassadeur en voormalig adviseur buitenlandse aangelegenheden van premiers van de Nederlandse Antillen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden