OPINIE

Geef alle roofkunst terug aan nazaten

Om onder claims op door nazi's geroofde kunst uit te komen, worden oneigenlijke argumenten gebruikt.

Geroofde Christus en de Samaritaanse vrouw bij de bron van Bernardo Strozzi bleef hangen in De Fundatie. Beeld Henk Brands000

'Prinses Juliana en prins Bernhard moeten hebben geweten dat het bij de aankoop om roofkunst ging' stelt Cees van Hoore, oud-journalist, over de aankoop van een Vlaamse meester door het koninklijk paar in 1948. In gelijke zin schrijft verslaggever Michiel Kruijt in het artikel 'Juliana kocht, wellicht zonder het te weten, van Joden geroofde kunst', hoewel hij zich iets minder stellig toont.

We worden herinnerd aan eerdere berichten uit 2014, waarin een door de vorstin aangeschaft Meissen servies - thans te bewonderen in Paleis het Loo - de kwalificatie 'roofkunst' ontving. Het paleis zegt bereid te zijn het servies terug te geven als de Restitutiecommissie dat zou adviseren. Zowel musea als het Koninklijk Huis staan in beginsel positief tegenover kunstrestitutie, maar het is de vraag of het daarvoor ontwikkelde beleid de aangewezen weg blijft.

Dat beleid is in 1998 aangepast naar aanleiding van de Washington Principles, waarmee 44 landen richtlijnen hebben aangenomen voor teruggave van door de nazi's geroofde kunst. Vorig jaar nog kreeg Nederland complimenten van de Claims Conference, de internationale organisatie voor Joodse oorlogsclaims.

Alle complimenten ten spijt, het Nederlandse restitutiebeleid kent de nodige tekortkomingen. Recentelijk vroeg Kamerlid Van Dijk (SP) zich af waarom de Restitutiecommissie geen hoger beroep kent. Dat is geen overbodige vraag, aangezien de mogelijkheid tot herziening van het advies beperkt is en pogingen in die richting tot nog toe vruchteloos waren.

Ik krijg daarnaast niet uitgelegd waarom de commissie in veel gevallen - en vanaf 1 juli aanstaande standaard - de belangen van de musea afweegt tegen die van de claimanten. Ook al staat roof niet ter discussie, het kan voorkomen dat een werk simpelweg te belangrijk wordt gevonden voor het betrokken museum. Zo trokken de erven van de gevluchte Duits-Joodse Richard Semmel in 2013 aan het kortste eind. Het erkend geroofde schilderij Christus en de Samaritaanse vrouw bij de bron van Bernardo Strozzi bleef in De Fundatie in Zwolle hangen, omdat het van bijzondere betekenis is voor de museumcollectie.

Naast het belang voor de collectie kan bovendien de bezitstermijn medebepalend zijn in een advies, zodat op die manier via de achterdeur het heftig bestreden verjaringsargument toch weer van stal wordt gehaald. In 2000 had de toenmalige minister van Cultuur Plasterk nota bene bevestigd dat bij nog niet eerder behandelde claims van overheidswege géén beroep op verjaring zou worden gedaan.

De Restitutiecommissie adviseert over de teruggave van werken uit de Nederlandse Kunstbezit-collectie (NK-collectie): een verzameling van 3.800 werken die na de Tweede Wereldoorlog uit nazi-Duitsland terugkeerden en waarvan op dit moment nog altijd 3.200 werken wachten op teruggave aan de rechtmatige eigenaren. Vreemd genoeg beweert de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, dat de werken beheert, dat de Nederlandse Staat eigenaar van de werken is. Tot op de dag van vandaag zijn 20 duizend kunstwerken vermist en worden nog steeds verrassingsontdekkingen gedaan, zoals het eerder genoemde servies dat door de familie Gutmann wordt geclaimd. Het recente Onderzoek Museale Verwervingen vanaf 1933, dat tot nog toe 139 werken in Nationale Musea met een dubieuze herkomst heeft geïdentificeerd, had het moeten opmerken, maar zweeg erover.

Het onderzoek toont overigens wel aan dat ook na zeventig jaar nieuwe claims aan het licht kunnen komen. Bovendien maakt digitalisering van archieven en sociale bewustwording van het oorlogsverleden erfgenamen actiever. Tegen de gewekte verwachtingen in gaan echter de spelregels voor restitutie veranderen; vanaf 30 juni dit jaar worden alle claims op NK-werken onderworpen aan een belangenafweging.

Een bord uit het zogenaamde Meissen-servies in het Rijksmuseum. Onderdeel van porseleinen serviesgoed van de Joodse bankiersfamilie Gutmann, dat in 1934 onder dwang van de nazi's is geveild. Beeld anp

Het Koninklijk Huis heeft toegezegd claims op roofkunst voor te leggen aan een commissie waarin onder meer de roofkunst-expert Rudi Ekkart en oud-directeur van het Joods Historisch Museum Judith Belinfante zitting hebben. De vraag rijst of deze commissie dezelfde maatstaf voor teruggave zal hanteren als de Restitutiecommissie en de gewraakte belangentest toepast. Een afwijzing het schilderij van de Vlaamse meester Paul Bril te restitueren, zou in dat geval gebaseerd kunnen worden op de stelling dat het werk te belangrijk is voor de bestaande collectie dan wel het feit dat het al sinds 1948 in bezit is van de koninklijke familie.

De internationaal aanvaarde uitgangspunten zoals die in de Washington Principles zijn neergelegd, kennen dergelijke uitzonderingen niet. Sterker, rechtsherstel voor nazaten van Holocaust-slachtoffers verdraagt zich niet met een (indirect) beroep op verjaring of de betekenis van geroofde kunst in publiek toegankelijke collecties.

Ronald Lauder, filantroop en President van the World Jewish Congres verwoordde het treffend in de Wall Street Journal van 29 juni 2014: 'Art museums and their collections should not be built with stolen property.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden