Opinie Studeren

Gebruik ‘studeren op proef’ als selectie

Introductieweek studenten in Utrecht, 2013. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

In haar column bespreekt Aleid Truijens de ‘dubieuze’ selectiepraktijken bij numerus fixusopleidingen en pleit ze ervoor om de -loting terug te halen (19 januari, Opinie). Wij willen haar boodschap graag nuanceren.

We zijn met haar eens dat motivatie en persoonlijkheidskenmerken niet de beste selectiecriteria zijn. Dat betekent echter niet dat selectie in het algemeen niet effectief of eerlijk kan zijn. Een eerste vraag is wat eerlijk is. Als eerlijk wordt gedefinieerd als die studenten toelaten die de grootste kans op succes hebben, dan zullen onbetrouwbare en weinig valide ­methoden (zoals motivatie en persoonlijkheidsvragenlijsten) niet tot goede resultaten leiden.

Zoals Aleid Truijens zelf al aangeeft, gaat het erom of iemand voldoet aan de inhoudelijke eisen en de tentamens haalt. Gelukkig is er een selectiemethode die nu juist dat uitgangspunt heeft: proefstuderen. Bij deze vorm van selectie wordt hetzelfde ­gedrag van studenten gevraagd als tijdens de studie, bijvoorbeeld het ­bestuderen van relevante literatuur en een tentamen maken over de stof. Recente proefschriften uit Groningen (van Susan Niessen), Rotterdam (Louise Urlings-Strop) en Nijmegen (Marieke de Visser) hebben aangetoond dat proefstudeertoetsen een goede voorspellende waarde hebben voor studiesucces in het hoger onderwijs, minstens even goed als middelbareschoolcijfers (die vaak lastig te vergelijken zijn tussen kandidaten met verschillende vooropleidingen). Kandidaten waarderen deze methode bovendien meer dan het gebruik van schoolcijfers of loting.

Wanneer opleidingen ervoor zorgen dat er goede aansluiting is tussen het curriculum en de selectie, kan ­selectie dus wel meerwaarde hebben. Een bijkomend voordeel is mogelijke zelfselectie, doordat studenten erachter komen dat dit toch niet is wat ze willen. Ook geeft deze procedure studenten het gevoel zelf invloed te hebben op de uitkomst. Die mogelijkheden biedt loting niet.

Bovendien wijzen verschillen in toelatingskansen op basis van geslacht of achtergrond niet per definitie op oneerlijkheid van de selectieprocedure. Die verschillen kunnen ook een symptoom zijn van oneerlijkheid in de maatschappij, waarin niet iedereen dezelfde kansen krijgt om zich relevante vaardigheden eigen te maken en bijvoorbeeld goede middelbareschoolcijfers te halen.

Uiteraard is dat laatste onwenselijk. Als eerlijk daarom gedefinieerd wordt als gelijke kansen tot toelating, ongeacht achtergrond en geschiktheid, dan is loting inderdaad de beste manier om dat te bereiken. In dat ­geval pleiten wij wel voor ongewogen loting, want ook het gebruik van middelbareschoolcijfers heeft invloed op de diversiteit en bevoordeelt degenen die toegang hebben tot hulp en bijles; de ene zeven is dan ook de andere zeven niet.

Karen Stegers-Jager, universitair docent aan het Institute of Medical Education Research Rotterdam aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Susan Niessen, universitair docent aan het Heymans Institute for Psychological Research aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden